Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 29 )

therfe Pfalmen buiten weeten en toeftemming der Gemeente durven opdragen aan een Verveer bekend voor de Schrijver van het infaarafte libel deezer tijd, het zoogenaernde Kroegpraatje, een vlugtende Bandiet, een Monfler van een Sociniaen, die alles op die leesd gefchoesd, en die Gods heilig woord veragt heeft, en dat zij de Gemeente deze Berijming zullen zoeken op te dringen , zoo als Boon in vroegere dagen zijn eigene Bereiming der Pfalmen aan zijn Gemeente te Delft.:) (:Edog te vergeefs:,) wilde opdringen. Men gruwt voor dit alles en de meeste Leeken hebben zig zederd zoo veele Jaaren om alle deeze Malverfatien van het W-jordt en Bondzegelen moeten onthouden, om zig zelve geen Oordeel te eeten en te drinken en hoe menig een is 'er zedert niet bereeds (:van deeze troost ontzet:) geftorven

Immers Edsl Groot Agtbare Heeren, wagen zij daar door, dat eer men dit alles verder toeliet, wij en onze welgezinde Meedeleeden tot die uiterftens zouden kunnen koomen, die de wanhoop in Religie twisten zoo menigmalen heeft uitgewerkt, als daartegens bij die just tegen hulpe was te erlangen.

Uiterftens die ook onze barbaarfe Kerkenraad zelve behoorden te voorzien, dat in ons gezegde zaek plaets zoude kunnen vinden, daar zij in hunne godtergende ongeregte rebellie tegens de hooge Overheid zig wel van het wreed geweld der Wapenen hebban durven bedienen. — Edog die hulpe hopen en verwagten wij van ü Edel Groot Agtbaaihedens onfe tans zoo geliefde Magistraten en befchermers.

En

Sluiten