Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S.HOOFDST. JEZUS. 267

ten deezen by Zyne kruifiginge denken ? Van

Uithecmjche Jooden , 'c is waar , kan men allerminst verwachten , dat zy eene zaak , die van de Priesterfchap in een zoo geheel valfch licht gefteld wierd , overeenftemmig met de waarheid zouden befchouwen. En toch mogen 'er ook onder deezen wel veelen geweest zyn , welken de geheele manier , waar op het by deeze terechtftellinge toeging , ten deele om dat, het geen zy misfchien ook buiten Judaea van Hem hadden hooren vernaaien, ten deele om zoo veele omftandigheden , die ten Zynen voordeele getuigden, en hunne oplettendheid niet konden ontglippen, mishaagde , en die beter van Hem dachten, dan zy veel-

ligt waagden te zeggen. Met even gelyk recht

mogen wy ook onderftellen , dat 'er onder de Raadsheeren zeiven zoodanigen zyn geweest, dien hun geweeten tegenwoordig in het geheel géén rust liet, die , of met opzicht tot Zyn edelmoedig gedrag, of tot Zyne leeringen en daaden , of op het berouw en de belydenis van Judas, den Verraader, zich reeds

in het geheim verwyten deeden , of als zy te

voren van de betergezinden («) waren, zich over de bloohartigheid en menfehenvreeze fchaamden , die hen weerhouden had om Zyne party te neemen. In der daad , was zelfs dat alleen , dat met Judas was voorgevallen , verfchrikkelyk genoeg , om eenen , niet geheel verblinden , zo niet de oogen te openen, ten minften om ongerustheid in zyn geweeten te veroorzaaken. En daar nu noch dit gezicht 'er by kwam , een aan het kruis hangende Rechtvaardige ,

een

O) „ Daar geloofden ook veelen van de Raadshee» ren in Hem", zegt Joannes, Hoofdft. XII.

Sluiten