is toegevoegd aan uw favorieten.

Karel van Karelsberg of Tafereel van de menschelyke ellende.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20Ö kakel va ii

Buroem. Wel, aan zulke verleegenheden ben ik reeds gewoon. Als 'er maar geen grooter verleegenheden ontftonden! oh!

Ik. Arme Man!

B. Ja wel een arm man! Als de kinderen nog maar niets van die gevloekte krakkeekn hoorden! Maar wanneer myne vrouw in drift geraakt, dan baat geen verzoeken , geene

voorftelling iets de kinderen moeten

alles hooren. Zy gaat dikwerf zo verre, dac zy de kinderen tot fduidslieden roept. Wat kan ik daarby dan doen? (fchreijende.)

Ik. Ik kan niet anders doen, dan u beklaagen.

B. Wat zal ik dan doen ? Zal ik aan de kinderen zeggen: uwe moeder heeft ongelyk? Of zal ik zeggen: ik heb ongelyk ? Het één is immers zo erg als het ander. De kinderen moeten immers, wanneer zy zulk een zot eedrag van de ouders zien, noodzaakelyk alle achting jegens beiden verliezen Schavuiten moeten zy worden.

Ik. Wanneer het misverfland tusfen u en uwe lieve vrouw altyd van dien aart is, als dit van heden, dan hebt gy zekerlyk altyd recht.

B. Dtaröver mag ik niet oordeelen ■

het