Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 10 karèl van

op die beemde niet rondioopen, en in dac boscbje ben ik nog nooit geweest.

Ik. Wordt u dan in 't geheel niet vergund,' om te wan dien?

R. Ja wel! Maar het zyn geene rechte wandelingen. Wy moogen by dezelven in 't geheel niet huppelen of fpringen; en wanneer wy op eene fraaje plaats komen, moeter, wy ook aanftonds wederkeeren. Wanneer wy eens wat vrolyk geweest zyn, dan worden wy geflaagen.

Ik. Geflaagen?

R. Ja warelyk (fnikkende); het is nog maar eenige weeken geleeden, dat wy een weinig met fneeuw-ballen hadden geworpen, maar wy wierden allen geflaagen.

Ik. Maar zo gy al niet veel moogt uitgaan, dan hebt gy 't toch in huis zeer goed. Gy hebt immers eene zeer goede tafel.

R. Ja! een goede tafel!

Ik. En hebt zulk aangenaam gezelfchap —-

R. Een fraai gezelfchap! ik zal (fchreijende) den lieven God danken, wanneer ik van dit gezelfchap ontflaagen ben.

Ik. Hoe zo? 'i R. Men plaagt ons immers den geheelen dag. De grooten doen altyd zotte dingen,

en

Sluiten