Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3° GEBEDEN ONDER

den Kelk des Heere zal drinken onwaardiglyk, die zal fchuldig wezen aan het Lighaam en Bloed des Heere. Daarom laat den mensch hemzelven beproeven, en alzo eten van dit Brood, en drinken van den Kelk: want die het onwaardig eet en drinkt, die eet en drinkt voor hemzelven het oordeel, het lighaam des Heere niet onderfchei«iende. God zy dank.

GRADUALE.

Alle oogen hopen op U, Heere, en gy geeft haar fpys op den gelegen tyd.

Myn Vleesch is waaragtig een fpys, en myn Bloed is waaragtig een drank; die myn Vleesch eet, en myn. Bloed drinkt, die blyft 'in my, en ik in hem, Alleluja.

OHeere, neem geen wraak overmvne zonden, nog gedenkt myne , nog myne Ouders mildaaden niet. Job i.

Wie begrypt alle zonden ? Van myne verborgenheden zuiver my Heere, en van vreemde zonden fpaar uwen dienaar. Pfalm. iS.

De zonden myner jongheid, en myne onwerenheden wilt dog, Heere, niet indagtig wezen. Pfalm. 24.

Tot U ben ik gevloden, leer my uwen wille doen, want gy zyt mynen God. Pfalm 113.

Ik heb gedoolt als een verloren Tchaap, zoek dog Heere uwen Dienaar, want uwe Geboden heb ik niet vergeten. Pfalm 118. . Gebenedyd zy God, den Vader der barmhartigheden, en God van alle verfrooftingen, vertrooftende ons in. alle onze kwelling en benauwtbeid. 2. Cor. 1

Sluiten