Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEESTENZIENER.

riger in het gezigt, gaf eenen luiden gil en 'Hortte aan zijne voeten neder.

Nu zagen wij allen op eenmaal den gewaanden Rus aan. Zonder moeite herkende de Prins in hem de gelaatstrekken van zijnen Armeniër, en het woord, dat hij op het oogenblik wilde uitflotteren, flierf hem op de lippen. Schrik en overrasfching had ons allen als verHeend, Stom en roerloos Haarden wij dit geheimvol wezen aan, dat ons met eenen blik van Mille kragt en grootheid doorzag. Eene minuut duurde dit flilzwijgen — en nog eene. Geen ademtogtje hoorde men in de ganfche vergadering.

Eenige Merke flagen op de deur bragten ons eindelijk weer tot ons zeiven. De deur viel, in fplinters, in de zaal, en geregtsdienaars drongen binnen, van eene wacht verzeld. ,, Hier vinden wij ze immers ,, allen bij een!" riep de aanvoerer, zich keerende tot de genen, die hem verzelden. „ In den naam „ der regering!" riep hij ons toe. „ Ik neem U in „ verzekering." Wij hadden zoo veel tijd niet, om ons te bezinnen; in weinig oogenblikken waren wij omringd. De rusfifche Officier, wien ik thands weer den Armeniër noem , nam den aanvoerer der geregtsdienaars op zijde, en ik bemerkte, zoo veel deze verwerring mij toeliet, dat hij hem heimlijk eenige woorden in het oor fluisterde, en eenig fchrift vertoonde. TerMond verliet hem de geregtsdienaar met eene Momme en eerbiedige buiging, keerde zich vervolgends tot ons en nam zijnen hoed af. „ Vergeeft mij, „ mijne Heeren!" zeide hij, „ dat ik U met deze „ bedriegers vermengen kon. Ik wil niet vragen,

„ wie

Sluiten