Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEESTENZIENER. 035

„ Aan ikpeiï was nu niet meer te denken, en Wij fbraken van niets anders dan gcestverfchijningen, wnarbij ik dan al meer en meer hoorde, „ hoe zeer hij tegenwoordig de mooglijkheid daar ,, van toegaf* Op den bepaalden tijd trok hij den ,, brief uit zijnen zak, en zie daar, nu was er een opfchrift op. Dit, 'voor en aan zich zelve eene kleinigheid , deed thands den Prins verbaasd ftaan, en gij kunt 11, daar uit, een denkbeeld van den toeftand vormen, waar in hij zich toen bevond. Hij brak hem open. Het was een en» ,, kei couvert, me ar daar in lag, — eene quitantie

„ van

wonder, 200, in dezen toeftand, zelfs de geringde aanval daar op, gepaard mee het gene vooraf gegaan was, deze

uitwerking gedaan had? Een fprong van het eene

uiterfle tot het andere is hier zeer ligt; en bet gebied der waarheid een zeer fmal'e weg tusfchen beiden, dien men, zoo haast men Hechts een weinig w ankelt,, verlaten kan. — De wijsgeer haakt immers, in het Rijk der geesten, nog vergeefs naar waarheid, en de gïrsfche flotfom van zijn nadenken beftaat in veronderfiellingen, die meer of minder waarfchijnlijkheid hebben; zal iemand bet dus wel eenen leek tot een misdrijf toerekenen, dat hij eindelijk zijne on. dervinding vertrouwde » toen zijne befpiegeling die niet

weerleggen kon? Eang ftreed hij als een man; wai

riet Wotider, dat hij bezwijken moest, daar zijn tegenpartij zoo veel fierker was? — Zijne bedrijven in het vervolg wil ik niet verdedigen ; maar mijn mededogen kan ik hem niet- weigeren, en dit kan zeker niemand, die zijnen me» debroeder beoordeelt naar zijn hart.

AANMERK, VAN DEN GRAAF VAN O**.

Sluiten