Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PARABO LA)1 f

Dat is: van onderfcheidene punten eener Parabool zyn de Abfcisfen tot elkander, als de yierkantenvan haare halve Ordinaaten.

ïïl GEVOLG.

$. 11. Dewyle de Abfcisfen DO, DE hoe langer hoe meer aangroeijen, naar maate de Kegel begreepen wordt van onderen meer en meer verlengd te zyn, zullen ook derzelver halve Ordinaaten OL, EG en OK, EF allengskens en onophoudelyk grooter worden; waar uit volgt, dat de boogen DLG en DKF zig, hoe langs hoe meer, ter wederzyden van de As en van el? kanderen verwyderen zullen; zo dat elke Parabool met twee gelyke armen tot in het oneindige voortloopt.

IV. G E V O L G.

§.12, Laat de Abfcis DP=| DU zyn; en; door P, getrokken worden de Ordinaate QRj dan is wederom CU UD, DP= PQ* dat is | DÜa = PQa of é DU - PQ en DU rr QR. $ 3;

Dat is: de Ordinaate, zvelke behoort tot di Abfcis, die gelyk is aan \de Parame* ter, is even groot als de Parameter.

F- GEVOLG:

S-13- Als men uit U trekt de perpendiculaarUS, A 4 dan

2.

Sluiten