is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1953, no. 1-101, 01-01-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2. Met uitbreiding van het bepaalde bij artikel 6 der wet van 12 December 1892 (Stb. 268) op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 December 1951 (Stb. 593), wordt bij deze de hoedanigheid van Nederlander verleend aan Wilhelm Viktor August Koslowski, geboren te Kerkrade (Limburg) 24 Februari 1930, leerlingdrukker, wonende te Kerkrade, provincie Limburg.

Artikel 3. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 19 Februari 1953.

JULIANA.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Uitgegeven de derde Maart 1953.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2833; Hand. II 52/53, bladz. 2171; Bijl. Hand. I 52/53, 2833; Hand. I 52/53, bladz. 2043.

71

WET van 4 Februari 1953 tot vaststelling van het Tweede Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953. (Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Hoofdstuk II der begroting van uitgaven des Rijks voor het menstjaar 1953, betreffende de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin, wordt vastgesteld als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST...... ƒ 4 293 660 titel b. buitengewone dienst: I UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER . . Nihil H KAPITAALSUITGAVEN........... 85 000 T1 T E L A. GEWONE DIENST........ 4 293 660 AFDELINGEN: I STATEN-GENERAAL........... 2 278 800 II RAAD VAN STATE............ 416 300 III ALGEMENE REKENKAMER....... 1 248 700 IV KANSELARIJ DER NEDERLANDSE ORDEN 142 200 V KABINET DER KONINGIN........ 152 700 VI OVERIGE UITGAVEN VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN HET KABINET DER KONINGIN................ 54 960

AFDELING I. STATEN-GENERAAL .... 2 278 800 Onderafdeling I. EERSTE KAMER..... 329 700 Artikel 1 Reis- en verblijfkosten van de leden der Eerste Kamer................... 157 300 2 Personeelsuitgaven der Griffie......... 92 300 3 Algemene uitgaven.............. 75 700 4 Representatiekosten............. 1 300 5 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing................. 3 100 Onderafdeling II. TWEEDE KAMER .... 1 767 900 6 Schadeloosstelling van de leden der Tweede Kamer, benevens toelage aan de Voorzitter....... 798 600 7 Vergoeding der reiskosten van de leden der Tweede Kamer................... 160 000 8 Pensioenen van de leden der Tweede Kamer . . 240 000 9 Pensioenen van de weduwen en wezen van de leden der Tweede Kamer............. 52 000 10 Personeelsuitgaven der Griffie......... 202 600 11 Algemene uitgaven.............. 297 900 12 Representatiekosten............. 1 800 13 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing................. 15 000 Onderafdeling III. OVERIGE UITGAVEN DER STATEN-GENERAAL........... 181 200 14 Personeelsuitgaven der Stenografische Inrichting 125 200 15 Kosten van het in orde brengen der Grafelijke Zalen voor de verenigde zitting der Staten-Generaal . . 1 000 16 Kosten van uitzending van leden en ambtenaren der Staten-Generaal naar de Raad van Europa. . . 45 000 17 Kosten van uitzending van leden en ambtenaren der Staten-Generaal naar Overzeese Rijksdelen, naar Indonesië en naar het buitenland....... 10 000 AFDELING II. RAAD VAN STATE ... 416 300 Onderafdeling I. VICE-PRESIDENTENLEDEN 249 000 18 Personeelsuitgaven.............. 249 000 Onderafdeling II. ALGEMENE DIENST . . 167 300 19 Personeelsuitgaven.............. 137 800 20 Algemene uitgaven.............. 26 500 21 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing................. 3 000 AFDELING III. ALGEMENE REKENKAMER 1 248 700 Onderafdeling I. VOORZITTER EN LEDEN. 48 800 22 Personeelsuitgaven.............. 48 800 Onderafdeling II. ALGEMENE DIENST . . 1 199 900 23 Personeelsuitgaven.............. 1 129 300 24 Algemene uitgaven.............. 66 500 25 Representatiekosten............. 100 26 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing................. 4 000 AFDELING IV. KANSELARIJ DER NEDERLANDSE ORDEN............. 142 200 27 Personeelsuitgaven.............. 24 500 28 Algemene uitgaven.............. 15 200 29 Aankoop en herstellingen van decoratiën .... 60 000 30 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing................. 1 000 31 Toelagen aan Ridders der Militaire W illemsorde 26 000