is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw, jrg 2, 1894-1895, no 12, 23-12-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten daaraan de krachten wijden die ons geschonken zijn, ook al werken vele mannen ons daarin tegen. Want dezelfde mannen, die het om hun voordeelswille zeer natuurlijk vinden dat de vrouw het zware en gevaarlijke fabriekswerk op zich neemt, trekken een bedenkelijk gezicht wanneer vrouwen de hand uitsteken naar de toga van rechter en advokaat, of naar den zetel van Kamerlid en minister. Dan heet het: « Maar de vrouwen zijn niet tot de studie geschikt! Er is nog nooit eeen vrouwelijk genie opgestaan! » Alsof de geniën onder de mannen zoo dik gezaaid en zoo welig opgekomen waren !... De meeste geniën hadden een zeer intelligente moeder, die misschien zelve een genie had kunnen worden indien de omstandigheden er toe hadden geleid. De beste artisten aan de opera zijn dikwijls mannen en vrouwen uit het volk; onderwijzers zien menig geniaal kind uit de volksklasse door gebrek aan ontwikkelend hooger onderwijs te gronde gaan, terwijl menig eenvoudig arbeider een schitterend journalist werd zoodra de omstandigheden hem dien weg opdreven. Alles bewijzen, dat geniën geen mirakuleuze verschijningen zijn, maar produkten van gave en ontwikkeling; wie durft dus beweren dat de vrouwen, bij een eeuwenlang voortgezette opvoeding zooals bevoorrechte mannen ze ontvangen, geen geniën zouden voortbrengen? Reeds wijzen de verloopen eeuwen, ondanks hare stelselmatige achteruitzetting, op vrouwen die in de wetenschappelijke en kunstwereld als sterren schitterden, als heerscheressen meer verstand en organisatiegeest toonden dan mannen, of als heldinnen het voorbeeld gaven van moed en doodsverachting. En sinds de vrouwen begonnen te ijveren voor haar rechten, sinds zij de poorten van gymnasia en hoogescholsn bestormden en door de bres binnendrongen in de hallen deiwijsheid en der wetenschap, sinds tellen wij doctoressen, advocaten, schrijfsters en uitvindsters die met eere naast de mannen mogen genoemd worden. En al hadden we nu al eens niet de stof in ons om geniën te worden, is dat eene reden om ons van het mannelijk onderwijs uit te sluiten? Worden dan alle mannen geniën? En aan wie heeft de menschheid in den regel meer . aan een enkel groot genie of wel aan een groote schare bescheidene, volhardende talenten ? In elk geval, als mensch hebben wij hetzelfde recht op de ontwikkeling van al onze krachten en gaven als de man.

Jamaar, zegt men, de natuur wil een dergelijke ontwikkeling blijkbaar niet, want zij gaf der vrouw een geringer hoeveelheid hersenen dan den man. Volkomen juist. Nauwkeurige onderzoekingen schijnen ons te bewijzen dat de schedel

(1) Mineraloog = die den aard en het ontstaan der gesteenten bestudeert.

der vrouw kleiner is en dus minder hersenen bevat dan die van den man. Doch dat argument is niet zoo afdoende als het lijkt. Vooreerst hebben niet alle groote mannen een even groot hersengewicht. De hersenen van den beroemden Cuvier wogen 1861 gram, terwijl de zeer geleerde Hausmann(i) zich met 1226 gram moest behelpen, — met armzalige vrouwenhersentjes dus! Ten tweede is het uitgemaakt, dat het hersengewicht doorgaans in evenredige verhouding staat tot dat des lichaams. De Patagoniërs, ruwe en onbeschaafde menschen van meer dan gewone lichaamslengte, hebben grooter koppen, met meer hersenpap er in, dan onze hoog beschaafde en begaafde Parijzenaars!

En wat zien wij bij de dieren ? De oneindig kleine mier en bij zijn veel intelligenter dan bijv. het reusachtige nijlpaard of de niet minder reusachtige rhinoceros. Het zit dus niet in de quantiteit, doch in de qualiteit, in de organisatie der hersenen. Maar het mooiste komt nog : vergeleken met den man, enkel uit het oogpunt van hersengewicht, is de vrouw de minder bedeelde; maar vergelijkt men beider hersenen in verhouding tot hun respectieve lichaamsgewicht dan heeft de vrouw méér hersenen dan de man. Wat ik voor mij, met het oog op de vele onhandigheden die men de mannen dagelijks ziet begaan, volstrekt geen bevreemdend resultaat vind.

(Wordt vervolgd.) Nellie.

1bet nieuwe wetsontwerp

Door 't geen over dit ontwerp reeds in ons vorig nummer verscheen, zullen onze lezeressen en lezers, die er misschien nog nooit iets over hoorden, of, al hoorden zij er wel van, er nooit ernstig over nadachten, zich een gedachte over de belangrijkheid van dit onderwerp kunnen vormen.

Juist om dei wille dezer belangrijkheid vind ik het noodig in een paar artikels er ietwat verder over uit te weiden en eenige punten, betreffende het wetsontwerp dat eerstdaags door de katholieken in de Kamers zal worden neergelegd, te bespreken.

Art. I vraagt dat art. 321, dat tot heden slechts voor de wettige kinderen van kracht was, ook op de onwettige of natuurlijke kinderen zou worden toegepast, d. w. z. dat het onderzoek naar het vaderschap worde toegelaten, als men geschreven bewijzen leveren kan, waarin de vermoedelijke vader zijn vaderschap bekent, of wanneer eene verzameling van feiten komt bewijzen dat niemand anders dan hij de vader zijn kan. Deze feiten bestaan hierin :

1. Dat het kind altoos den naam van den vermoedelijken vader gedragen heeft;