is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 11, 1940, no 4, 15-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONCEPT-JAARVERSLAG

VAN 1 APRIL 1939 TOT 31 MAART 1940.

Opgemaakt door de secretaresse van het H.B.

Algemeene opmerkingen.

Het is eenigszins met een bezwaard hart dat Uw secretaresse dit keer de pen heeft opgenomen om het jaarverslag te schrijven. De donkere wolken, die zich boven Europa hebben samengepakt en die einde Augustus losbarstten toen de oorlog uitbrak, hebben ongetwijfeld invloed op den bloei onzer Vereeniging gehad, maar hierachter mogen wij ons niet geheel en al verschuilen. Wat wij in het afgeloopen jaar hebben moeten constateeren, is een sterke achteruitgang, niet alleen van leden, maar wat veel ernstiger is, van belangstelling in verschillende afdeelingen. (Ik zonder hierbij uit enkele grootere afdeelingen waar beslist nieuw leven te bespeuren valt). Het is wel zeer ontmoedigend als men bij de toezending van de afdeelings-jaarverslagen van sommige moet hooren: „Het jaarverslag kan kort zijn, er is niéts gebeurd, er bestaat hier in de afdeeling weinig of geen belangstelling meer". Geven de vrouwen zich er geen rekenschap van dat het thans meer dan ooit noodig is om de handen ineen te slaan en niet alleen door woord en daad te toonen wat wij vermogen maar dat zij door aansluiting bij ons de Vereeniging sterk moeten maken, daar het anders onmogelijk is ons te handhaven.

Het H.B. heeft zich natuurlijk ook afgevraagd wat het doen kan om de belangstelling van de vrouwen voor de Vereeniging op te wekken. Het kwam tot de overtuiging dat het eenigszins zou moeten breken met de oude methode en dat het, naast de actie, die gevoerd zal moeten worden om de rechten van de vrouw te handhaven, zal moeten trachten meer vrouwen van allerlei standen en richtingen tot de Vereeniging te trekken, terwijl er tevens middelen zullen gezocht moéten worden om deze vrouwen met elkaar in contact te brengen op andere wijze dan door middel van vergaderingen, lezingen, enz., want het is ten duidelijkste gebleken, dat deze wijze van propaganda

geen ingang meer vindt in dezen tijd en

il faut marcher avec son siècle!

Het H.B. heeft daarom ook gemeend hét voorstel tot een groot propagandaplan, dat op de vorige jaarvergadering door de afdeeling Amsterdam werd gedaan, en dat door de Algemeene Vergadering in geamendeerden vorm werd aangenomen, te moeten overnemen. Het heeft dit in het afgeloopen jaar 'ten uitvoer gebracht.

Het ledenaantal nam dit jaar af. Op 1 April 1940 telde de Vereeniging 2086 leden, tegen 2248 in 1939.

De afdeeling Zwolle werd opgeheven. Dit was ook het geval met de afdeeling Helmond, wier leden naar de afd. Eindhoven overgingen.

Hoofdbestuur.

In hét Hoofdbestuur kwam door periodieke aftreding veel verandering. De Presidente, Mej. Piepers, die gedurende vele jaren haar beste krachten aan de Vereeniging heeft gegeven, ging heen. In haar plaats werd gekozen Mevr. F. J. van Gelder-Droste. Ook Mevr. Polak-Rosenberg, die het Bestuur noode zag gaan, moest aftreden. Voorts traden nog af Mr. D. J. Veegens en Mr. A. van Dullemen. In deze vacatures werden gekozen Mr. M. H. de Boer en het vroegere H.B.-lid Mr. B. C. Goudsmit. Mej. Mr. Corrie Tendeloo werd wederom voor drie jaar herkozen. Het H.B. werd voorts aangevuld met Mevr. Dr. W. H. Posthumus-van der Goot en Mevr. Mr. M. Witholt-Broese van Groenou.

Het D.B. werd als volgt samengesteld: Mevr. van Gelder-Droste, Presidente; Mevr. Dr. Posthumus-van der Goot, vice-presidente; Mej. Ort, le secretaresse; Mevr. Boissevain-van Lennep, 2de secretaresse; Mej. Mr. van der Valk, Penningmeesteresse.

Ten gevolge van het genomen besluit betreffende de propaganda werd een propagandacommissie in het leven geroepen, waarin zitting hadden Mevr. van Gelder-Droste, Mevr. Boissevain, Mevr. Mr. Witholt, allen uit het H.B. en Mej. Noë, lid van de Redactie-commissie van „Vrouw en Gemeenschap .

Op 25 Maart had in het Int. Archief voor de Vrouwenbeweging een huldiging plaats van een veterane uit de Vrouwenbeweging, Mej. Johanna Naber, ter eere van haar 80sten verjaardag. Velen waren naar Amsterdam gekomen om deze vrouw, aan wie de vrouwenbeweging zooveel te danken heeft, te huldigen.

Ook een andere veterane uit de vrouwenbeweging, Mej. Baelde, werd in het afgeloopen jaar gehuldigd bij gelegenheid van haar 80sten verjaardag.

Óp 30 September kwam een groot aantal vrouwen te Amsterdam bijeen, waaronder ook leden van het H.B., op een bijeenkomst belegd door het Comité „Huldeblijk Mevrouw Wilhelmina Drucker". Deze bijeenkomst, waar o.m. onze vice-presidente Mevr. Dr. Posthumusvan der Goot namens het H.B. en het J.W.C. het woord voerde, werd gevolgd door een plechtige onthulling van het monument voor deze groote figuur uit de Vrouwenbeweging.

In het afgeloopen jaar hadden twee leden van het H.B. zitting in een commissie benoemd door den Hoogen Raad van Arbeid om advies uit te brengen over een voorontwerp tot wijziging van den Arbeidswet 1919 inhoudende een