is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 4, 1929-1930, no 7, 16-04-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Indië recht zal geschieden — worden die vrouwen in Indië ieder jaar opnieuw afgescheept met denzei fden dooddoener.

Het is uitermate noodig, waar de belangstelling voor Indië toenemende is, dat men hier ook op de hoogte komt van de verhoudingen, waarin de vrouw leeft in Indië. Weet de Hollandsche vrouw, dat zij, als zij naar Indië gaat, haar recht als Staatsburgeres verliest ?

Men heeft in Indië het kiesrecht der Hollandsche vrouw gekoppeld aan dat der Inheemsche vrouw, wetende, dat de Inheemsche vrouw, door godsdienst en adat gebonden, nog vele jaren zal moeten strijden, alvorens zij dezelfde rechten verkrijgt als de man.

Waarom echter de Hollandsche vrouw het kiesrecht, dat zij hier bezit, ook daar niet mag uitoefenen, evenals de man, vermag geen vrouw te begrijpen.

Te ergerlijker is dit, waar de minst ontwikkelde Inheemsche man dat kiesrecht deelachtig kan worden bij zeer minimale eischen, z.a. onder andere, dat hij ƒ 300 per jaar moet verdienen of dat zijn vrouw die voor hem, verdient.

Commentaar overbodig.

Moeten wij dan niet gaan twijfelen aan den ernst van een Regeering, die — dit alles wetende — zonder nader onderzoek en zonder haar oor te luisteren te leggen, altijd maar weer hetzelfde liedje zingt ?

Namens de Hollandsche en Inheemsche vrouwen verzoek ik onzen vrouwelijken Kamerleden en ook haar mannelijken collega's, die voor de zaak der vrouw in Indië voelen, om er bij den Minister op aan te dringen dat Zijne Excellentie zijn invloed gebruike om hetgeen de wetgever bedoelde:

„Vertegenwoordiging van het Indische volk in den Volksraad door mannen en door vrouwen", geen doode letter te doen zijn.

U, zeer geachte Redactie, dankend voor de verleende plaatsruimte,

Hoogachtend M. STIBBE—KNOCH,

Oud-Presidente v. d. Ver v.

Vrouwenkiesrecht in N.-Indië.

(Vaderland).

UIT DE Ile KAMER.

Mevr. v. Itallie—v. Embden aan het woord.

Mevrouw van Itallie—van Embden: Mijnheer de Voorzitter! In het Voorloopig Verslag omtrent dit wetsontwerp werd betreurd, dat de GouverneurGeneraal geen termen had kunnen vinden om vrouwen lid te maken van den Volksraad. In deze Kamer is door verscheidene leden en door het grootste aantal van de aanwezige vrouwen-leden al dikwijls

anders gesproken en gevraagd om de vrouw als lid van den Volksraad op te nemen. Het is wel goed, dat een nieuwe stem zich nu eens voegt bij de verscheidene, die reeds gehoord zijn.

In tegenstelling met het moederland bestaat in Indië geen actief vrouwenkiesrecht en het zou zelfs niet kunnen worden ingevoerd zonder wetswijziging. Passief vrouwenkiesrecht is daarentegen wel mogelijk.

Nu wil ik op het oogenblik niet op invoering van actief vrouwenkiesrecht in Indië aandringen; het is misschien beter, dat dit denkbeeld eerst enkele jaren uitgroeit in theorie, om daarna in de practijk te worden omgezet. Maar waarom zou de Indische Volksraad niet gebruik kunnen maken van het passief kiesrecht, het recht voor de vrouw, om in den Volksraad te worden gekozen?

Vele partijen van rechts waren al niet meer gekant tegen het passief vrouwenkiesrecht ten tijde, dat zij zich nog sterk kantten tegen het actief vrouwenkiesrecht, wat Nederland betreft, dus tegen de beginselen van de rechterzijde kan het passief vrouwenkiesrecht niet ingaan.

Nu is reeds enkele jaren het passief vrouwenkiesrecht voor de Kamers in Nederland in werking, en ik durf gerust vragen of het voorbeeld van de vrouwen in de Kamer in Holland zoo verwerpelijk is, dat men het passief vrouwenkiesrecht niet durft invoeren voor Nederlandsch-Indië ? Ik mag dit gerust vragenderwijs zeggen, omdat ik nog zoo kort in de Kamer ben, dat mijn persoonlijk voorbeeld op de beantwoording van die vraag zeer zeker niet van eenigen invloed kan zijn.

Voelen dan deze Minister en de Gouverneur-Generaal niets voor het symbool, om mannen en vrouwen te gelijker tijd in den Volksraad op te nemen, opdat daar samen mogen klinken alle geluiden, die uit de menschenziel opgaan en tot één koor kunnen samenvloeien? Moet ik dit nog vragen, waar aan het hoofd van het uitgebreide Rijk, dat Nederland en Nederlandsch-Indië omvat, reeds meer dan 40 jaren een vrouw staat, terwijl in de toekomst eveneens, wanneer de natuur niet tegenwerkt, een vrouw nog minstens 40 jaar aan het hoofd van den Staat zal staan? Is dan het symbool niet schoon, dat de vrouw ook in de vertegenwoordigende lichamen, hier in den Volksraad, zal meehelpen om menschenwerk zoo goed mogelijk te doen? In Indië is steeds al prachtig werk door vrouwen gedaan, opvoedend, raad en steun gevend, zedenverheffend, niet alleen door Hollandsche vrouwen, maar ook door Indische. Ik wijs hier op het lichtend voorbeeld van Raden Adjeng Kartini, die echte, zachte vrouw, die geen drijfster was, die ook de fouten zag in haar eigen volk, die niet met geweld wilde overwinnen, maar die overreden wilde door inzicht en begrip.