is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor praktische verloskunde; hoofdzakelijk ten dienste van vroedvrouwen, jrg 41, 1937-1938, no 6, 15-07-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam ik tot de opsomming, dat het kleinst aantal der ongehuwden met haar kind 4, het grootste 24 is, terwijl in één der Leger des Heils tehuizen wèl 37 moeders en 36 kinderen verzorgd werden, maar niet als gepaarden. De hoofdleiding vond ik, naar mijn inzicht, te weinig in handen van gediplomeerden. Waarom en waardoor, vraag ik mij af, waren er onder al die Moeder-Oversten, Heilsleger-kapiteins, Directrices, zoo weinige, wier groote verdiensten in de praktijk van dit sociale werk, wier deskundigheid in de verzorging, gegrondvest, zijn op vakkundige vooropleiding? Waarvoor bestaan dan de Scholen voor Maatschappelijk Werk, de Opleidingsscholen voor Leeraressen in Kinderverzorging en opvoeding, die jaarlijks tientallen gediplomeerd afleveren, waaronder ongetwijfeld velen, die een plaats als directrice of adjunct-directrice van een Tehuis voor ongehuwde moeders met haar kind zeer goed zouden kunnen vervullen! En daarbij o.a. ook geschikt om vakkundige leiding te geven aan de „zusters", de assistenten en andere, meestal tijdelijke, hulpkrachten. Minder dan de helft (22) bleken in het bezit te zijn van een Hollandsch verpleegstersdiploma, twee van een Duitsch, slechts één van een diploma School voor Maatschappelijk werk! En van de hulpkrachten zelf — toch in de eerste plaats aangewezen om die dikwijls jonge, onervarene, ongehuwde moedertjes voor te lichten —- bleken er slechts een dertigtal in het bezit van eenig diploma. En daar waren dan nog meerdere met vrij minderwaardige of zeer beperkte bevoeghedrn bijgeteld!

Het overgroote deel bleek ongeschoold. Gunstige uitzonderingen o.a. in het Huis van Barmhartigheid te Rotterdam, waar door gedipl. K. & O leeraressen aan de oudere verzorgden cursus gegeven wordt in kinderverzorging, en Rustoord in Oisterwijk, waar de religieuse hulpkrachten sinds kort een stage aan de Leerschool in Heerlen moeten doormaken.

Het eenig juiste standpunt, o.a. van de F.I.O.M., dat de ongehuwde moeder de aangewezen verzorgster is en zooveel mogelijk blijven moet -van haar kind, brengt onafscheidelijk als eisch mede haar meer of minder vakkundig onderricht in de verzorging, vooral in de eerste maanden.

Het Leger des Heils heeft dit reeds ingezien en organiseerde cursussen, zoowel voor de assistenten uit de Tehuizen en de kadetten van de Kweekschool te Amstelveen, als voor de moeders (Rotterdam). En tot dit laatste nam ook het toevlucht „Hulp voor Onbehuisden te Amsterdam in den afgeloopen winter het initiatief, althans tot meer cursorische voorlichting naast die, welke zich tot nu toe enkel tot „moederavondjes", tot individueele voorlichting of tot het medegeven of