is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinematograaf; met bijblad De film-best geredigeerde en meest verspreide tijdschrift op bioscoopgebied, 1915, no 146, 05-11-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerfje de Duitschers „bedreigd" had, wij hadden zulk een film, waarvan de opzet voor een verstandig mensch heel duidelijk verstaanbaar was, in een Franschen cinema verwacht, niet in een Oost-Indisch bioscooptheater! — Red. K.

Rotterdam. Een praatje over kino en kinotheater

Een invitatie van den heer Tuschinski, den man van „Thalia'' en „Cinema Royal" om te komen kijken in Scala,*) waarvan hij nu ook de man géworden is. Eerlijk gezegd, toen wij journalisten achter de schutting op de Hoogstraat kwamen, keken we raar op, want we stonden te midden van wat op 't eerste gezicht puinhoopen leken. En al was er dra te zien, dat er allerwege nieuwe opbouw gaande was, om gasten te vragen was de toestand niet! Toch was het geen vergissing!

Als binnenkort de oude bioscoop-spelonk veranderd is in een fraai en modern kino-theater, dan kraait geen haan meer naar al de moeite, die 't gekost heeft om in deze oude panden, terwijl ze nog ten deele bewoond zijn, zoodanig een werk tot stand te brengen. Vandaar, dat de heer Tuschinski dit maal graag zien liet wat er aan technische moeielijkheden waren op te lossen, alvorens „Scala" als welingerichte familiebioscoop weer opent.

De berichtgever over het succes der verbouwing kan immers pas het bereikte volkomen waardeeren, als hij ingewijd is, in al wat aan 't verkrijgen van het succes is voorafgegaan.

En wijl we nu eenmaal op het bioscoop terrein waren, is er vanzelf wat verder over voortgepraat. „Scala" immers was nog zoo'n inrichting van den beginne, evenals 's heeren Tuschinski's „Thalia" was, toen 't nog op de Coolvest bij de Melkmarkt stond.

Wat „Thalia" door den ondernemingslust en de zakenkennis van zijn directeur geworden is, weet heel Rotterdam.

Dhr. Tuschinski heeft ook het betere publiek van Rotterdam voor de bioscoop gewonnen. Een eerste belangrijke schrede vooruit deed hij met „De blauwe Muis". Dat heeft hem vaste klanten bezorgd onder hen, die vroeger nooit in de bioscoop kwamen. Maar we zijn hier toch nog heel krenterig op dat terrein. Omdat de prijzen een paar dubbeltjes hooger waren, liep menigeen aan de kas weg, in de dagen van „Cabiria". Amsterdam betaalde voor 't zien van die film, welks recht van vertooning hier ter stede toch ook duizenden guldens kostte, gemiddeld een paar kwartjes meer dan wij.

Maar ook hier is toch een groote en groeiende bioscoopgemeente, die 't mogelijk maakt om de grootste werken der filmkunst van tijd tot tijd te vertoonen, al is er nog geen plaats voor theaters, die duizenden kunnen bevatten, gelijk de wereldsteden die hebben.

Engeland. In het Engelsche Lagerhuis verklaarde de minister van Binnenlandsche Zaken de vorige week Dinsdag, dat hij wettel ij k onbevoegd is een filmcensor te benoemen, en dat hij voor het oogenblik ongeneigd was tot een legislatieve regeling der lichtbeelden-censuur over te gaan. Dientengevolge komt de niet-officieele filmcensuur, die reeds eenige jaren in Engeland bestaat, thans weer op den voorgrond» De tegenwoordige leider, de heer Redford, de vroegere tooneelcensor, dien de lezers van Shaw's voorbericht voor „The Shewing Up of Blanco Posnet" zich zullen herinneren, verstrekte

*) Sedert eenigen tijd is de Scala-bioscoop in andere handen overgegaan. De heer Tuschinski, directeur van de Thalia- en Royal-Theaters, zal ook deze bioscoop exploiteeren. Eerst zal zij echter naar de eischen des tijds worden ingericht. Daartoe heeft een aantal werklieden van de firma D. C. Klaphaak van het oude gebouw bezit genomen en nu ishe er een lustig gehamer en geklop. Er moet heel wat aan veranderd worden. De vloer moet zakken en oploopend gemaakt worden, een andere cabine dient gebouwd, de vestibule verbeterd en nog meer kleinere en grootere gerieflijkheden worden er aangebracht. Als de firma Klaphaak \ haar werkzaamheden zal hebben beëindigd, brengt de firma A. R. B. Maas er de nieuwe, gemakkelijke stoelen in en zal voorts door de stoffeering het geheel een prettigen indruk geven. In den loop van deze J week hoopt men gereed te zijn.

bijzonderheden over de werkzaamheid der on-officieele Board of Film-censors. Door de fabrikanten en exploitanten werd deze instelling ir, 1912 vrijwillig opgericht, met het doel om voor hun films een zeer voordeelige, al zij het slechts gedeeltelijk, officieele sanctie te verkrijgen. Gedurende 1914 werden tegen 148 der ter censuur aangeboden lichtbeelden bezwaren gemaakt, doch het grootste aantal kon door coupures worden geschikt gemaakt, en slechts 13 werden onvoorwaardelijk afgekeurd. Zij, die den strijd der Engelsche tooneelschrijvers tegen den heer Redmond kennen, zullen begrijpen welke artistieke waarde aan zijn invloed op de bioscoop te hechten is.

Aanteekeningen uit Engeland.

(Van onzen Engelschen correspondent) (Vertraagd.)

19 October 1915.

Een der eerste gevolgen van de filmbelasting is de uittocht van Londen naar Parijs van meerdere groote filmkoopers. Ondertusschen wordt reeds algemeen de wensch kenbaar gemaakt — ofschoon men nog niet in dien geest heeft besloten — dat bioscoopexploitanten hun entréeprijzen zullen verhoogen. In vakkringen tracht men zich reeds te schikken in zijn lot en schijnt geen uitweg te kunnen vinden. Waar men oogenblikkelijk het meest voor gevoelt, is de last gezamenlijk te laten dragen: door den importeur, den verhuurder, en den exploitant. Dit lijkt mij echter volstrekt niet noodig. Alle belastingen worden vroeg of laat door den consument betaald, en behoorde ook voor ons bedrijf van deze economische stelregel niet te worden afgeweken, temeer wijl in kinokringen elke samenwerking zoo goed als ontbreekt. Het publiek zal de lasten hebben te dragen, en zij kunnen dit evengoed nu als later doen.

Pathé's nieuwe seriefilm „The E x p 1 o i t s of E 1 a i n e" zal alle voorgaande overtreffen. Ze zal binnenkort in bijna alle steden van het Vereenigde Koninkrijk worden vertoond, terwijl ze als vervolg-feuilleton in het Londensche „News of the World", dat een oplaag heeft van twee millioen, zal verschijnen.

„My Old Dutch" trok in drie dagen niet minder dan 27.000 bezoekers naar het Hippodrome, Peckham. In dit theater gaan 2.000 menschen en werden er vier voorstellingen per dag gegeven. Deze cijfers toonen aan, dat elke voorstelling voor propvolle zalen plaats had. Ik heb U reeds meerdere malen over deze wondervolle Hepworth productie geschreven, doch moet hiermede een misverstand, dat blijkbaar onder eenige Uwer lezers bestaat (ik maakte dit op uit een tweetal brieven welke ik van hen heb ontvangen) herstellen. De titel „My Old Dutch" heeft met Holland niets uitstaande en is een komisch gezegde voor „Mijn oudje" of „wijfje". Het is het woordelijk equivalent van de meer deftige uitdrukking: „Mijn betere helft".

Sir John Hare, die algemeen beschouwd wordt als de grootste in leven zijnde Engelsche acteur, is ten letste voor den aandrang van de kinematografie bezweken. Een van zijn grootste Victoria-successen was een stuk, getiteld : „Caste", en hierin nu zullen we hem binnenkort ook in de film kunnen bewonderen. De Ideal Film Renting Co., de producers van bijna al onze beste films, vertelden mij, dat dit de grootste en mooiste film zal zijn, ooit door hen uitgebracht. Bijna ieder ondervindt tegenwoordig den invloed van de bioscoop ; de meeste onzer acteurs, auteurs en music-hall artisten hebben zich aan haar gewijd.

Laatste Berichten.

Delft. Het nieuwe theater van den heer Jean Desmet nadert zijn voltooing en zal deze of volgende week zijn deuren voor het publiek openen.