is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 11, 1951, no 6, 1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„meentelijke woningbouw sterk toegenomen. Waarschijnr „lijk is de oorzaak hiervan gelegen in de vele moeilijkhe„den, welke bij de na-oorlogse woningbouw overwonnen „moeten worden en die vele gemeentebesturen aanleiding „hebben gegeven de zaak in eigen hand te houden. Wel„licht zal, naarmate deze moeilijkheden minder worden, het ~zwaartepunt weer naar de verenigingsbouw verschuiven. „Mocht evenwel blijken, dat wij hier met een blijvend ver,,schijnsel te doen hebben, dan zal de vraag onder ogen „moeten worden gezien, of van Rijkswege stappen moeten ~worden gedaan om weer te komen tot een verhouding, „die meer in overeenstemming is met de Woningwet”.

In de Memorie van Antwoord 1950 heb ik hieraan toegevoegd, dat, al moest worden toegegeven, dat zelfs in sommige grotere gemeenten na de bevrijding nog geen en,- kele woningbouwvereniging de gelegenheid had gekregen, ook maar één woning te bouwen, de verhouding langzamerhand gunstiger werd voor de verenigingsbouw. Het aandeel van de gemeentelijke bouw in de totale aanbouw daalde van 48% in 1948 tot 40% in de eerste 10 maanden van 1949,

terwijl het aandeel van de verenigingsbouw van 33% tot 34% steeg.

Blijkens het Maandschrift van het C.B.S. waren op 30 April 1950 in uitvoering 40.054 woningen, waarvan 39% van gemeenten, 30% van woningbouwverenigingen en 30% van particulieren. De gemeentebouw blijkt dus nog steeds een overwegende rol te spelen.

Dat dit feit in de kringen van de woningbouwverenigingen aanleiding tot ongerustheid begint te geven, blijkt o.a. uit de rede, door de Heer Jos. Veldman, lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht, gehouden op het congres van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting te Amsterdam op 16 Maart 1950.

Deze constateerde daar 0.m., dat door de sterk toegenomen woningbouw vanwege de gemeentebesturen bijna geen plaats meer is overgelaten voor de bouw door woningbouwverenigingen. Spreker verklaarde dat het in het waarachtig belang van een goede volkshuisvesting dringend gewenst is, dat in deze wantoestand verandering komt en vervolgde toen: ~De