is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 43, 1936, no 22, 30-05-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit ons bondsverslag 1934-1935. Inwendige organisatie: In vervolg op dein vorige nummers van „De Metaalbewerker” opgenomen bladzijden uit ons jaarverslag, laten wij deze week het hoofdstukje gewijd aan de inwendige organisatie van de Bond afdrukken. Wij vermelden hier allereerst het overlijden van onzen vriend J. G. Sikkema, oud-bestuurder van de Bond, die op 16 November 1935 door vele vrienden grafwaarts werd gedragen. Door vertrek van F. Salomé uit bondsdienst kwam een verandering inde samenstelling van het bondstaestuur als reeds aangegeven. Eveneens ontstond door dit vertrek een vacature inde leiding van de afdeling Den Haag, waarin na overleg met het bestuur voorzien werd door H. J. Baart als bestuurder in diens plaatste benoemen en C. T. Tielenburg uit Delft naar Den Haag over te plaatsen als beambte. Inde plaats van C. T. Tielenburg te Delft werd W. Ploos v. Amstel uit IJmuiden benoemd, terwijl in diens plaats als bode-bestuurder niet werd voorzien. Het afdelingsbestuur verklaarde zich bereid het te verrichten werk onderling zoveel mogelijk te verdelen en af te doen. In het rayon langs Noord en Merwede, waarvoor L. Smit als bode-bestuurder was aangewezen, ontwikkelde zich de toestand steeds meer en meer in ongunstige zin, zodat tot de minder aangename maatregel van ontslag aan L. Smit moest worden overgegaan. Hem werd ruim een half jaar tevoren de dienst opgezegd en bij zijn vertrek op 1 Januari 1936 in overeenstemming met de rechtspositie een schadeloosstelling van ƒ3OO.— voor ieder dienstjaar (7) uitgekeerd, waarmee hij afstand deed van pensioenrechten. Op 1 Januari 1936 was de bezetting van de functies in het land de volgende: Bondskantoor te Amsterdam: P. Danz, voorzitter; C. Oosterhoorn, secretaris; H. J. v.d. Born, penningmeester en G. v.d. Houven, bondsbestuurder-redacteur. Amsterdam: P. v. Eek, bondsbestuurder. Amsterdam: P. Hartkoorn, adjunct-bestuurder. Amsterdam; W. v. Zij 11, bondsbestuurder. Arnhem: W. Schor, adjunct-bestuurder. Delft: W. Ploos v. Amstel, bode-bestuurder. Deventer: B. F. Hilberink, adjunct-bestuurder. Dordrecht; H. Walther, plaatselijk bestuurder. Eindhoven; A. C. J. Leysen, adjunct-bestuurder. Groningen: W. H. Segaar, districtsbestuurder. Den Haag: H. J. Baart, plaatselijk bestuurder. Den Haag: C. T. Tielenburg, adjunct-bestuurder. Haarlem: C. v.d. Winden, plaatselijk bestuurder. Hengelo (O.); D. W. v. Hattem, bondsbestuurder. Hilversum: B. H. Stokman, bode-bestuurder. Leiden: J. M. C. de Roo, bode-bestuurder. Ridderkerk: J. B. A. Rook, bode-bestuurder. Rotterdam; J. Landman, adjunct-bestuurder. Rotterdam; N. C. J. Lignian,, plaatselijk bestuurder. Rotterdam: J. Wacht, bondsbestuurder. Schiedam: G. Visser, plaatselijk bestuurder. Utrecht: M. J. Goedée, bondsbestuurder. Vlissingen: F. G. J. v. Spanning, plaatselijk bestuurder. * Op 6 December 1933 en op 2 October 1934 herdachten resp. B. F. Hilberink en G. Visser het feit dat zij 12J jaar geleden bestuurder werden. Voor den bondsvoorzitter P. Danz was 15 Maart 1934 een belangrijke dag. Toen toch was het 25 jaar geleden dat hij in bondsdienst trad. Op het bondskantoor waren op 1 Januari 1936 in totaal 17 bedienden werkzaam. Wij vermelden verder nog dat in 1935 een verbouwing in het bondskantoor heeft plaats gehad, waarbij de beneden-étage van de ene helft van het gebouw werd uitgebroken om er de afdeling administratie te vestigen, waardoor een vergemakkelijking van werken werd verkregen. De afdelingen secretariaat en documentatie werden daarna samengevoegd en verhuisden naar de eerste étage. Het aantal ingekomen en verzonden genummerde brieven, ongerekend de uitvoerige correspondentie betreffende de werklozenkas en de ledenadministratie, bedroeg resp. 10.999 en 6146. Inde loop van de beide verslagjaren

werden door de afdeling documentatie 351 genummerde stukken aan het kader van onze Bond verzonden. Met de documentatie van het N.V.V. geschiedde hetzelfde. Rationalisatie en werkloosheid. Herhaalde malen kan men in deze tijd de opmerking horen: „De rationalisatie is de vloek van onze tijd: de machine heeft tal van mensen blijvend werkloos gemaakt. Wil men werkelijk de ellende inde kern aantasten, dan behoort de machinalisatie stop gezet te worden.” Het zijn vaak vooral de slachtoffers der rationalisatie, zij, die dooreen machine overbodig geworden zijn, die aldus redeneren. Dit is begrijpelijk en elke beweging, die het ernst is met de bestrijding van de crisisellende, moet zich ernstig van deze vraag rekenschap geven. In hoeverre veroorzaakt rationalisatie nu een blijvende werkloosheid? Deze vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Verschillende mogelijkheden kunnen zich voordoen. Het meest eenvoudige en voor de maatschappij meest gunstige geval ontstaat, wanneer door rationalisatie, dooreen betere bedrijfsmethode of door een nieuwe machine, de kosten van het product en daarmede de prijzen zó laag worden, dat er meer van gekocht kan worden. De productie kan zich dan uitbreiden en de werkgelegenheid in het bedrijf zal stijgen of op zijn minst constant blijven. Alles hangt hier af van de vermeerdering van vraag, die als gevolg van de prijsdaling optreedt. Sommige producten behoeven maar weinig in prijs te dalen, om dadelijk reeds een veel grotere afnemerskring te vinden (stofzuigers b.v.). Bij andere artikelen verloopt dit minder vlot: een zeer sterke prijsdaling is nodig om meer klanten aan te trekken (diamant b.v.). Wanneer de rationalisatie nu plaats vindt inde bedrijven, die deze laatste soort artikelen produceren, zal deze toeneming van werkgelegenheid achterwege blijven, wanneer de prijsdaling niet groot genoeg is om meer klanten aan te trekken. Arbeiders zullen althans inde eerste tijd werkloos worden. Hiermede is echter niet alles gezegd. Rationalisatie gaat vaak gepaard met invoering van machines. Deze machines moeten worden gemaakt, hetgeen betekent het ontstaan vaneen nieuwe machine-industrie. Dit betekent weer meer werkgelegenheid in die industrieën. Wanneer dit het geval is, komt rationalisatie neer op het verplaatsen van arbeiders naar de machine-industrie. Tussen deze twee tijdstippen kan tijd verlopen en daarom is het nodig den ondernemer deze kosten van omscholing, verhuizing en tijdelijke werkloosheid te doen dragen. De mens is nu eenmaal niet een machine, die men snel van de ene plaatsnaar de andere kan verzenden. Organisatie is hiervoor noodzakelijk en de kosten hiervoor behoren gedragen te worden door den ondernemer, die het voordeel van de rationalisatie heeft. Een andere en grotere moeilijkheid doet zich echter hierbij voor. Het kan zijn, dat de machine-industrie, die de machines voor het gerationaliseerde bedrijf vervaardigt, in het buitenland ligt. Een overschakeling van arbeidskrachten is dan veelal uitgesloten. Wij moeten dan op andere wijze werkgelegenheid voor de uitgestotenen zoeken. Dat kan, door tegenover de grotere invoer van machines vanuit het buitenland, een grotere uitvoer te bedingen. Door dus tegen het buitenland te zeggen: gij moogt meer machines voor onze gerationaliseerde industrie hier in Nederland invoeren, mits wij ook meer naar uw land mogen uitveteren. Dit zal betekenen uitbreiding der productie inde exportbedrijven, dus werkgelegenheid voor de weggerationaliseerde arbeiders. Wij zien hier, hoe het probleem der rationalisatie ook samenhangt met onze handelspolitiek, waaraan het Plan van de Arbeid een uitgebreid hoofdstuk wijdt. Wij hebben hiermede het ontzaglijke vraagstuk van de rationalisatie geenszins uitgeput. Wij hebben echter willen aantonen, dat men de oplossing van dit vraagstuk steeds moet zien in het algemeen kader van het Plan. Zonder een ordening en organisatie van de productie, distributie en in- en uitvoer, moet elke beheersing der rationalisatie op lapwerk uitlopen. Dit alles hangt onverbrekelijk samen en is slechts in onderlinge samenhang tot een oplossing te brengen. (Bureau Plan-Pers).

ABONNEERT U OP ONZE GIDS Sociaal-economischtechnisch-maandblad Prijs voor leden f 1.- per jaar

UIT DE AFDELINGEN APELDOORN. Leden loodgieters, opgelet! (Bestuur). Ter vergoeding van de feestdagen: Hemelvaartsdag en 2e Pinksterdag kunnen 9 zegels worden ingewisseld. De inwisseling vindt plaats op Zaterdag 6 Juni, ’s middags van 3 tot 4 uur, in het Nutsgebouw. Werklozen kunnen geen zegels inwisselen. DEVENTER. Het ultimatum gesteld. (8.P.H.) Met de afdeling Apeldoorn heeft ook de afdeling Deventer zich afgescheiden van de 8.L.F.N., om daardoor te ontkomen aan de verplichting van het landelijk collectief contract in het loodgietersbedrijf. Ineen tweetal besprekingen, die de vertegenwoordigers van de samenwerkends vakbonden gehad hebben met het bestuur van de Deventer loodgieterspatroonsvereniging, is van die zijde getracht de oorzaak van deze afscheiding te motiveren, door te betogen, dat de toestand in het loodgietersbedrijf ter plaatse zo veel slechter was dan elders, waarmede door de hoofdbesturen van de werkgevers- en werknemersorganisaties onvoldoende rekening is gehouden, weshalve niet voldaan kon worden aan de arbeidsvoorwaarden van het landecontract. Op af doende wijze zijnde bezwaren en de onjuiste zienswijze van patroonszijde aangevoerd, weerlegd, alsmede de gemaakte bemerking, dat de vakbonden niet het nodige hadden gedaan, om ook de ongeorganiseerde patroons tot het tekenen van de C.A.O. te bewegen. Achter al deze bezwaren verborgen de patroons hun ware bedoeling, die uiteindelijk op aandringen van de vakbonden ter tafel kwam. Het bleek, dat men de lonen met 10 pet. wilde verlagen en het aantal vacantiedagen van 6 op 4 terugbrengen. Met dit voorstel zijnde vakbonden naar de arbeiders gegaan, die het op advies der besturen met algemene stemmen hebben verworpen en besloten, de patroons voor de keuze te stellen of een plaatselijke overeenkomst aan te gaan met behoud van de oude lonen en sociale bepalingen, of het landelijk contract te tekenen. Ouder gewoonte richtten de patroons zich met een circulaire tot de arbeiders, waarin o.m. hun eigen voorstellen loyaal werden genoemd. Deze circulaire heeft niet beantwoord aan de verwachtingen van de patroons en het door deze loyaal genoemde aanbod werd verworpen. Daarop werd den arbeiders aangekondigd, dat de lonen en sociale bepalingen gebracht zouden worden op het peil van het landelijke collectieve contract en de organisatie bericht, dat de meerderheid van de patroons het contract niet wilde tekenen. Deze situatie is opnieuw met de arbeiders besproken en er werd besloten, de patroonsvereniging de eis te stellen van het aangaan vaneen plaatselijk contract met behoud van de oude lonen, of het tekenen van het landelijke contract. Wordt daaraan niet voor of op 30 Mei voldaan, dan zal het werk op Dinsdag 2 Juni niet worden hervat. DEN HAAG. (H. J. B.) Onze jaarvergadering, gehouden op Dinsdag 12 Mei j.1., behoort weer tot het verleden en het kan zijn nut hebben hierover het een en ander te zeggen. Hoewel ook deze jaarvergadering weer zeer belangrijk was, hebben wij toch to onze spijt moeten constateren, dat het bezoek aan deze vergadering beter had kunnen zijn, want naast het verslag van secretaris en penningmeester en de bestuursverkiezing, was ook vermeld, dat de amendementen op de congresvoorstellen zouden worden besproken en afgevaardigden voor het a.s. congres zouden worden aangewezen. Dit alles heeft niet het resultaat gehad, dat het bestuur er van had verwacht. De jaarvergadering is er ook bij uitstek geschikt voor om van onze leden te vernemen hoe men over het werk denkt, dat in het afgelopen jaar door het bestuur is verricht en of er aanleiding is daarover zijn goed- of afkeuring uitte spreken. Ook waren alle leden hierbij inde gelegenheid gesteld enige candidaten voor bestuurders op te geven en amendementen op de congresvoorstellen in te dienen. Nadat de voorzitter enige mededelingen had gedaan werd het jaarverslag aan de orde gesteld, wat na een eenvoudige opmerking werd goedgekeurd. Omtrent het beleid van het afdelingsbestuur en van het bondsbestuur mocht worden vastgesteld, dat men zich daar-

mede geheel kon verenigen, waaruit valt te verklaren, dat de afgetreden bestuurders bij acclamatie werden herkozen en in de plaats van I. Coster ons lid H. Horst werd benoemd. Voor de kas-contróle werd inde plaats van Van Viersen, Van Staaten benoemd. Aan Van Viersen werd een woord van dank gebracht voor de wijze waarop hij als lid van de kas-contróle-commissie zijn taak heeft vervuld. Onze bondssecretaris C. Oosterhoorn, die namens het bondsbestuur onze jaarvergadering bijwoonde, kon tot zijn genoegen constateren, dat er van critiek op de leiding, zowel van afdelingsbestuur als bondsbestuur, geen sprake was, waaruit mag worden geconcludeerd, dat het verrichte werk door onze leden op prijs wordt gesteld. Dit wil echter niet zeggen dat er geen aanmerkingen mogen worden gemaakt. Critiek kan gewenst zijn, want dat kan tot gevolg hebben, dat over de vraagstukken in onze beweging van gedachte wordt gewisseld en alles tot zijn juiste proportie wordt teruggebracht. Het was hem dan ook een genoegen te mogen vaststellen, dat ook in Den Haag de geest goed is, wat in deze tijd van depressie san zo buitengewone betekenis voor onze organisatie moet worden geacht. Hij vertrouwde dan ook, dat alle leden hun schouders onder het werk van de organisatie zouden zetten, cm, wanneer de tijd weer eens gunstig mocht zijn, hetgeen verloren is gegaan weer in te halen. Op voorstel van het bestuur werden als afgevaardigden naar het a.s. congres aangewezen: L. Zorge, H. Kaars, L. Siemers en N. la Lau; als plaatsvervangend lid J. Soeters. Bij de behandeling van de congresvoorstellen en amendementen zijn enkele opmerkingen gemaakt, welke naar genoegen van de vergadering door den voorzitter werden beantwoord. Gaarne hadden wij gezien dat de jaarvergadering beter bezocht was geweest en wij moeten daarom tegen de thuisblijvers zeggen, dat zij weer veel hebben gemist. Hoewel het bestuur zeer erkentelijk is voor het in hem gestelde vertrouwen, zal het toch op prijs blijven stellen, dat de leden zoveel mogelijk de vergaderingen bijwonen. Intussen hebben wij een aantal vertrouwensmannen gekregen, die waarschijnlijk ook van mening zijn, dat wanneer het niet hun vakgroep of hun eigen belang betreft, zij wel van de vergadering kunnen wegblijven. Wanneer zij zo mochten denken, dan is deze gedachte niet juist. Zij behoren in elk geval onze vergaderingen te bezoeken, omdat zij de schakel vormen tussen hun groep, waarvoor zij als vertrouwensman zijn aangewezen en het bestuur. Laten onze leden hiermede rekening houden en wij elkaar beloven alles te doen wat mogelijk is om onze organisatie uitte bouwen, want dat is niet alleen taak, maar plicht! MEPPEL (H. M.) Verschillende leden hebben het afdelingsbestuur meerdere malen gewezen op het weinige contact, dat de leden onderling hebben. Dit feit bracht het bestuur op het idéé om een z.g. reiskas in het leven te roepen, een idéé dat gezien de flinke deelname zeer zeker inde gunst der leden staat. De reiskascommissie was echter van mening, dat nu we toch sparen voor een grote reis, we alvast konden beginnen met kleine uitstapjes. Op Donderdag 14 Mei werd dit voorstel op de huishoudelijke vergadering gebracht en het vond algemene instemming. Er werd meteen maar besloten om de Zondag daaropvolgende, een fietstocht te gaan maken. Deze heeft dan ook, door prachtig weer begunstigd, plaats gehad. De route ging via de Veendijk door de prachtige omgeving van Havelte, verder naar Frederiksoord en de Woldberg, waar een uurtje werd vertoefd. Toen de groep tegen 1 uur weer in Meppel arriveerde, had ze een fijne tocht achter de rug. Men was algemeen van oordeel dat dergelijke /ietstochtjes vaker moeten georganiseerd worden. Wat dit aangaat, daarvoor zal zeker de reiskascommissie wel lorgen? De deelname aan het fietstochtje had echter best iets groter mogen zijn. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Binnenkort zal er wel een vergadering van de reiskas uitgeschreven worden. We zullen daar eens moeten praten over de deelname van vrouwen en verloofden van leden. Ook zij zullen wel gaarne zo’n tochtje meemaken. Laten de afdelingsleden, welke niet sparen voor de grote reis, er aan denken, dat de kleinere tochten ook speciaal voor hen bestemd zijn. Zoals ieder uit het bovenstaande begrijpt, zullen er deze zomer heel wat dingen gebeuren. Laten we allen meewerken om de plannen te doen slagen door steeds present te zijn.