is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 15, 11-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JODEN EN WIJ

In de oorlogsjaren hebben wij iets voor de Joden gedaan. Laat ik dit „iets” niet verder behoeven uit te leggen. Dit woordje moge mede staan voor veel onmacht, hulpeloosheid, vrees, onwil en al het andere, wat tezamen genomen onze schaamte en onze rouw uitmaakt. Men behoeft dit woordje ook niet verder te verklaren als men na de bevrijding eens een wandeling heeft gemaakt door datgene wat weleer de bedrijvige Jodenbuurt van Amsterdam was. Goed, wij hebben dus toen iets gedaan voor de Joden. Het is voorbij en wat leddeloos verloren is valt niet meer te redden nu.

Maar wat staat ons héden te doen voor de Joden? Of vindt men dat een bevreemdende vraag? Vindt men soms dat wij, hoe dan ook, destijds zo niet genoeg, dan toch alles hebben gedaan wat er te doen viel, en dat dit onaangename hoofdstuk met de bevrijding is afgesloten? Indien ja, dan zullen we uit dit ernstige misverstand dienen te worden verlost. Om der wille van het heil der Joden. En om der wille van ons eigen heil.

Een vriend van me gaat twee keer een poos voor zaken naar Engeland. Hij komt terug en vertelt me, met een stille gepijnigde bevreemding, hoezeer hem daar het groeien van het anti-semitisme is opgevailen. Gepijnigd, want opeens had hij het bespeurd in allerhartelijkste, hoogstaande en humane mensen. Vreemd, niet?

Een ander vriend van me, die zelf nogal wat heeft te lijden gehad in de oorlogsjaren, zachtmoedige kerel met alleen een dunne laag beschermend sarcasme aan de buitenkant, vertelde me hoe hij allerlei brieven van Joden krijgt, over huizen die hun eigendom zijn, door de schuld van een N.5.8.-'Verwalter onder beheer van zijn concern geraakt. Echte Jodenbriefjes, zei hij.,lk informeerde, argwanend reeds: hoezo Jodenbriefjes? Nu, zei hij, zo springerig en brutaal. Hij grinnikte sarcastisch: ik laat ze dan nog ’n poosje springen en schrijf ze dan een pestbriefje terug.

Op dat ogenblik sloeg de duivel van de ketting in m’n binnenste en ik heb dezen vriend compleet uitgekafferd. Soms is dat nodig. Dit ongeveer heb ik hem gezegd. Daar komt dan zo’n Jood terug uit —, nu ja, waar komt hij uit terug? Laten we zeggen: de hel. En nooit is dat woord weer in betere waardij gesteld, dan sinds deze jaren. Hij komt dus terug en heeft de hel nog in zijn lijf, verwonderd en verward dat hij er nog is. En merkt dat dit blote feit van zijn verwonderlijk voort-existeren voor sommigen, in wier midden hij is wedergekeerd, een gedachte en niet-meervermoede complicatie betekent. Hij is alles kwijt, maar vindt in de gebombardeerde stad zijn huis terug. Hij is blij. Is een Jood anders blij dan een ander mens? Ja, zeker is hij dat; want die de kilte der hel nog in zijn botten heeft, kent ook de genade der grotere blijdschap. Goed. Maar: er zitten andere mensen in dat huis. Die nergens van weten. De Jood kan er niet in. Dus loopt hij trap-op, trap-af, van het ene bureau naar het andere. Dat duurt even. Dan weet hij eindelijk een adres. En schrijft een brief. In die brief zweven mee: de kilte der hel, de verwarring om het als een vod toegeworpen voortleven, de bitterheid om de nimmer verdwenen vreemdheid temidden

der anderen, gewone menselijke geprikkeldheid om papieren ambtenarij, moeheid der traplopende voeten, argwaan van toch nog om het laatste te zullen worden beduveld, en nog het een en ander meer. En jij krijgt zulk een brief. Zo’n brutale Jood! Ziedaar, daarmee zijn we dan precies aangeland waar Adolf ons altijd al wilde hebben.

Ergens in Palestina heeft het Engelse bestuur een Jood met stokslagen gestraft. Blijkbaar verdiende hij dat. Daarop hebben Joodse strijders,merkwaardigerwijs niet zo laf als Joden steeds plegen te worden uitgeschilderd, een Engelsen majoor opgelicht en dien flink voor de broek gegeven. Blijkbaar had de man zelf het helemaal niet verdiend. Toch deden de Joden het. Brutale Joden, niet? Symbolische brutaliteit blijkbaar. Om geringere aanleidingen zijn oorlogen ontbrand. En nu kent iedereen dien Engelsen majoor. Te weinigen echter weten hoe de Engelse diplomatie heeft gehandeld, welhaast dertig jaren lang, na de Balfour-declaration van 1917. Blijkbaar verdiende die Engelse majoor toch een pak voor de broek. Neen, hij verdiende het niet. Hij kreeg het symbolisch, in de plaats der Engelse diplomaten. Plaatsvervangend! Dit woord echter verstaat iedere Jood. En iedere Christen die de Schriften enigszins kent.

En daarom zeg ik: wij moeten iets doen voor de Joden, heden. Het is niet voorbij, het begint pas. Dit begint altijd weer. Ik herlas dezer dagen van Martin Buber deze volzinnen, neergeschreven in 1933 toen „het” ginds al was begonnen: „De Joodse mens van heden is de innerlijk het meest biootgestelde mens onzer wereld. De spanningen der eeuw hebben dit punt uitverkoren om aan hem hun krachten te meten. Zij willen ervaren of de mens hun nog weerstand vermag te bieden, en nemen de proef op den Jood. Zij willen er door zijn lot achter komen hoe het met den mens is gesteld.” Dit was in 1933. Laten we het ons na ’4o—’4s eindelijk voor gezegd houden. Wij moeten ons allen met het Joodse lot bemoeien, actief en bewust bemoeien, omdat óns lot in het geding is. Lot en heil om die twee gaat het.

Hóe kunnen wij ons bemoeien met deze zaak die ons allen aangaat en steeds meer zal aangaan? Door ons te verdiepen in alles wat dit volk betreft. En daarvoor heb ik iets door te geven. Een boek van Dr. M. C. Slotemaker de Bruine, getiteld „Het Joodse Vraagstuk”. Een best boek! Dat ieder lezer zal kunnen verwerken, geschreven als het is met een diepe eenvoud en in een klare stijl, zoals die alleen uit gedegen geleerdheid en koelhartstochtelijke betrokkenheid plegen op te komen.

De inleiding neemt al dadelijk den lezer mee, ordent allerlei vage voorstellingen en half doordachte begrippen die bij ons allen leven. Volgt een behandeling van wat antisemitisme is, zeldzaam diep en klaar, waar elke zo gemakkelijk insluipende toeschouwershouding, al of niet humaan bemanteld, vreemd aan is. Men voelt het en ondergaat het in elke volzin: ónze zaak is hier in het geding. Een historische schets van het Jodendom wordt daarna gegeven, zo voortreffelijk, dat men ze eiken student in handen zou willen geven; maar elk gewoon mens kan haar ook volgen. Deze afgelost

door een karakterschets, sober maar wegwijzend. Het hoofdstuk daaropvolgend, dat enkele theologische beschouwingen biedt, is mij te mager. Den schrijver zelf ook. Maar misschien heeft hij gelijk met op dit punt eerst eens de grootste ingetogenheid te betrachten om nieuwe kortsluitingen te voorkomen. Want de Joden moeten meestal de schade betalen die wij aanrichten. Practische overwegingen besluiten het boek.

Een best boek! En niet duur. leder moet het hebben. Want ieder onzer heeft immers kennis aan: zo’n brutalen Jood!

F. R. A. HENKELS.

Korte aankondiging

Het mocht u anders ontgaan, daarom wijzen wi u er even op;

Volksontwikkeling, maandschrift uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Uitgave: Van Gorcum en Co, Assen, / 9. per jaargang. Een interessant maandblad met een deskundige staf van medewerkers en met vaak uitstekende artikelen op sociaal-paedagogisch gebied. Aanbevolen!

De Volkshogeschool. Uitgave vereniging tot stichting van volks-hogescholen. Redactie en administratie: Volkshogeschool „Diependaal” Markelo (Ov.). Dit maandblad oriënteert u op het gebied van de volkshogeschool, u kunt er in vinden, waar en welke cursussen er gegeven worden, maar ook vindt ge er algemeen-instructieve artikelen in de geest van deze sympathieke beweging. Aanbevolen!

Bijbelse almanak 1947, uitgave van „De lichtdrager”, te verkrijgen bij W. ten Have, Kalverstraat 154, Amsterdam, alsmede door lid of begunstiger te worden van het Genootschap (lid a ƒ3.— p. j. en begunstiger a ƒ1.50). „Het Nederlands Godsdienstig Genootschap: de Lichtdrager” heeft tot taak uitgifte en verspreiding van goede evangeUsatie-lectuur en is als zodanig een orgaan van de „Centrale Bond voor Inwendige Zending en Christelijke Philantroij'sche inrichtingen”.

Voor wie dagelijks zijn bijbel wil lezen, is dit een handig boekje: het wijst voor elke dag een periscoop aan en vat de strekking van het stuk in enkele regels goed samen. Aanbevolen! ■

Atoom, Maandblad gewijd aan de atoomenergie en haar gevolgen voor mens en samenleving. Uitgeverij „Vnj Nederland’', Keizersgracht 604, Amsterdam, a ƒ5.50 per jaar. Wij hebben het maandblad onlangs aangekondigd, we kunnen nu melden, dat het eerste nummer verschenen is en dat het ei goed uitziet. De indrukwekkende staf van deskundige medewerkers garandeert, dat we hiermee tenslotte een tijdschrift hebben, dat in Nederland niet langer ontbreken mocht. De ontdekking der atoomenergie en het bestaan van de atoombom betekent een internationale verantwoordelijkheid, die pas gedragen kan worden, als men er ook iets van weet. Het tijdschrift bevat niet alleen uiteenaettingen over atoomphysica, maar tevens mededelingen omtrent de internationale politieke situatie. Ook buitenlandse geleerden werken er aan mee. Het richt zich niet tot vakmensen, maar tot den algemeen-ge'interesseerden lezer, ja, als men enige critiek zou mogen uiten, zou het zijn dat men de intelligentie van den doorsnee-lezer eerder onderschat. Aanbevolen!

PROTESTANTS CHRISTELIJK WERKVERBAND, AFD. AMSTERDAM.

Op Vrijdag 17 Januari zal door de afdeling Amsterdam van het Prot. Chr. Werkverband uit de Partij van de Arbeid een vergadering worden belegd in het gebouw van de Arbeiderspers, Hekelveld (ingang Kattengat) voor alle Prot. Chr. leden van de Partij van de Arbeid. Sprekers mr. G. E. van Walsum, wethouder te Rotterdam en waarschijnlijk ds. J. J. Buskes. Toegang is vrij. Voor zover er Prot. Chr. leden van de P.v.d.A. zijn, die hun naam en adres nog niet hebben opgegeven aan het Werkverband, worden dezen verzocht dit alsnog omgaand te doen aan den secretaris D N. G. van Meurs, Paramatriboplein 23, Amsterdam West.

KENNISGEVING AAN ONZE NIETVASTE MEDEWERKERS.

Ongevraagde bijdragen worden bij niet-plaatsing slechts teruggezonden, als men een postzegel voor antwoord heeft ingesloten.