is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 26, 26-03-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEGIN VAN EEN NIEUW TIJDPERK

Zo wordt ons aangekondigd de 18de Maart van het jaar 1949 en een socialistisch minister, aan het hoofd van het departement van Buitenlandse Zaken der Engelse Labourregering, noemt het Atlantisch Pact, dat op die dag getekend werd: „één van de grootste stappen naar de wereldvrede”. Ik neem aan, dat onze medewerker voor de buitenlandse politiek zijn licht wel zal laten schijnen over de politieke en militaire betekenis van het geval laat mij voor enkele andere kanten aandacht mogen vragen.

Mij treft in de eerste plaats, dat de leiding der Westerse wereld, socialisten incluis, de uredesideologie ongeschokt hanteert ter voorbereiding van het oorZog'sbedrijf. Natuurlijk wordt het Atiantisch Pact alléén gesloten ter wille van de vrede; en als Bevin even ingaat op de verdachtmaking, dat oorlogsvoorbereiding ter voorbereiding van de ooriog zou kunnen dienen, dan zegt hij, niet in een onderonsje maar in het Engelse parlement: zie de tekst, gij zult daar geen enkele bepaling vinden, die de veiiigheid of het welzijn van enige natie bedreigt. Het is dus niet alieen, dat de oude leuze herhaald wordt: als gij de vrede wiit, bereidt u ten oorlog maar ook dit: een socialist verwijst ons, als wij vragen naar de diepere bedoeiingen en krachten, naar... een tekst, naar artikelen. Er was een tijd, waarin socialisten, als zij zich met het vraagstuk van de moderne oorlog bezighielden, onderzochten welke maatschappelijke krachten, welke economische belangen daarachter werkten die tijd bracht een boek als van Brailsford, „De oorlog van staal en goud”, en Lenins „Het imperialisme ais de laatste etappe van het kapitalisme” voort... Maar die tijd is lang voorbij, wij staan „aan het begin van een nieuw tijdperk”, en het zai socialistische wijsheid worden voortaan, om de wezenlijke bedoelingen der diplomaten af te lezen uit de teksten der verdragen, en de woorden der daarbij gelanceerde redevoeringen. Welk een grote stap naar de wereldvrede!

In de tweede plaats treft mij, dat het eerste resultaat van deze stap een vergroting van de spanning tussen Rusland en het Westen zal zijn. Nu meen ik volledig begrip te hebben, dat een resultaat van de koude wereldoorlog o.a. deze spanning is, onvermijdelijk zolang Rusland en Amerika de beslissende en concurrerende machtsconcentraties der wereld zijn. Rusland is in

Europa kennelijk aan de verliezende hand, Amerika is er in geslaagd niet alleen Europa aan zich te binden, maar heeft in de Aziatische wereld in Japan evenzeer een niet te versmaden machtspositie. Ziet men de politiek vooral als schaakspel, dan moet men zeggen: voorlopig staat Amerika er niet gek voor, en Rusland moet inbinden vandaar nu nieuwe wrok in Moscou. Ik begrijp deze redenering en kan haar niet onjuist vinden. Wel oppervlakkig. Want als het er op aan komt om Rusland te bedwingen, om het communisme te bestrijden ook ik meen: dat is onverbiddelijke plicht dan kan dat niet met 'politieke middelen alleen, maar is een sociale omvorming der maatschappij geboden. Immers het communisme wordt gevoed uit de sociale ellende der massa; in Rusland mede uit de angst voor een Westers kapitalisme, dat de Sowj et-republiek gaarne zou vernietigen. De angst in Rusland voor het Westen is voorlopig weer versterkt, en daar staat niets tegenover in andere richting. Meent iemand nog, dat deze angst een uredesfactor zijn zai? Is zij het ooit geweest?

Een derde opmerking: een van de gevolgen van het Pact zal zijn, dat de bewapening in de ondertekenende landen moet worden gecombineerd, georganiseerd, opgevoerd. De vermilitarisering der wereld zal meer efficiënt worden geleid. Mocht iemand de vraag willen stellen, of dat de draagkracht der volkeren ook te boven zou kunnen gaan, ik hoor een staatsman aan „het begin van een nieuw tijdperk” al antwoorden: „zie de tekst” – hetgeen een verschil van dag en nacht maakt met het woord van een staatsman uit het ancien regiem: „gaat u maar rustig slapen”. Ik zie de oorlogspsychose alleen maar toenemen en beken eerlijk, dat ik behoor tot die eenzame en zeldzaam wordende gekken, die niet rustig slapen en teksten der diplomatie ten diepste biijven wantrouwen.

Men zou mij kunnen tegenvoeren: je bent aileen negatief. Heb jij een betere politiek? Ik zal zo eerlijk mogelijk daarop antwoor-

den, en niet verbergen, dat ik mij politiek onmachtig voel. Maar ik kan niet anders zien, dan dat het Atlantisch Pact schakel in een hele keten van feiten en krachten dat heel de militaire bewapenings- en anti-communistische politiek een teken is van onze beklemmende geestelijke onmacht en armoede. Er wordt nergens een appèl gedaan op de positieve krachten, die een sociaal en economisch nieuwe wereld moeten bouwen, er wordt nergens aan het geweten der volkeren gelegd de vraag, of de oorlog mè,g worden gevoerd; het wordt niet uitgeschreeuwd, als de kreet der geschonden en verontruste menselijkheid, dat wij maar voortgaan ons voor te bereiden op vernietiging. Het schijnt dat de 80 miilioen slachtoffers van de vorige oorlog niet genoeg zijn geweest...

Ik zou het kunnen hebben, wanneer iemand zei: het kan in de gegeven situatie niet anders. Maar ik kan niet verdragen, dat men dit teken van onze geestelijke onmacht voorstelt als een der grootste stappen op weg naar vrede. Ik wil nl. niet bedrogen worden. Wat zich nu afspeelt, is op vergrote schaal zedelijk precies hetzelfde als eenmaal Entente tegenover Driebond, nl. organisatie van een machtsevenwicht zonder in te snijden in de wezenlijke krachten die tot oorlog voeren. De situatie waarin de moderne mensheid met haar atoombom en andere even duivelse vernietigingsmiddelen verkeert, is te gevaarlijk, dan dat wij ons door frases en pacten laten misleiden.

Ik zeg deze dingen ook als christen. De vraag, die telkens weer uit de moderne wereld en haar verscheurdheid, uit de door modern oorlogsgeweld geparalyseerde volken op ons afkomt, is deze: hoe worden de demonen, de krachten van vernietiging en haat bedwongen en uitgedreven? Dat is de wezenlijke vraag, achter de politieke. Daarmee is tevens gezegd, dat zij niet door de politiek wordt opgelost; ik vraag dat ook niet. Maar ik kan alleen vertrouwen schenken aan een politiek, die eerlijk en realistisch de demonie der moderne wereld en het levensgevaarlijke onzer situatie erkent. Levensgevaarlijk, niet omdat Rusland èn het communisme er zijn, maar omdat het militarisme gevoed wordt uit onze gemeenschappelijke onmacht en onwil om internationaal recht te scheppen over de gehele aarde. Een nieuw tijdperk vangt pas aan, wanneer het militair geweld door de realiteit van nieuw recht wordt teruggedrongen. W. B.

Over miiitairisme

Er zijn mensen die beweren, dat een humanisering van de oorlog onmogelijk is. Men doet goed, deze verschrikkelijke steliing aandachtig te bezien, voordat men er eens op let, welke mensen dit beweren en waarom.

De stelling betekent eigenlijk in goed, rond Nederlands, dat een oorlog onvermijdelijk is en krachtens zijn wezen meebrengt, o.a. afgrijselijke wreedheden tegenover de strijdende vijand, zinloze vernietigingen, moord en mishandeling van onschuldigen. Men zou nog andere gevolgen kunnen noemen: sexuele uitspattingen, verlaging van het zedelijk niveau der oorlogvoerenden, de leugen van verraad en spionnage, enz. enz. Maar iaat ik me tot de drie eerstgenoemde gevolgen beperken. De stelling bedoelt ook want daar gaat de discussie over dat deze begeleidingsverschijnselen van een oorlog althans verstandelijk onderscheiden

kunnen worden van wat het wezen van een oorlog uitmaakt: „Een strijd met wapenen tussen gelijke en souvereine gemeenschappen om door te voeren wat zij als haar recht of beiang beschouwen.”

Dat er in een oorlog doden vallen en mensen gewond worden en goederen vernietigd v/orden, is normaal, maar met humanisering van de oorlog bedoelt men, dat dit binnen de perken der redelijkheid wordt gehouden, dat men dus een vijand slechts doodt of wondt, als hij met de wapenen in de hand strijdend is, dat men slechts degenen treft, die hem rechtstreeks helpen en datgene vernietigt, wat hem bij de ooriogsinspanning onmiddellijk van nut is. Zelfs met deze beperkingen, die overigens nogal academisch aandoen, is oorlog nog erg genoeg. Stel een volkomen rechtvaardige oorlog, voor een zo verheven mogelijk doel, bijv. om zijn of niet-zijn van een natie.

sten leven, hoe alles gave is, die wij om niet ontvingen.

Ik pleit niet voor een socialistische ascese. Ik pleit wèl voor soberheid. Niet natuurlijk, dan terwijl wij hartstochtelijk de armoede bestrijden. Soberheid, die de mens aanhangt, omdat hij vrij wil zijn. Vrij van de dwang der dingen, van de suggestie van de genietingeni van de lokkingder verledingen. Ik pleit niet voor een nieuwe vereniging. De hemel beware me! Ik vraag alleen maar om zicht op dit probleem en om toewijding tot een met de eigen persoonlijkheid harmoniërende levensstijl, die het bestaan optilt uit zijn verslaving. Om des te beter waarlijk dienaar te kunnen zijn. L. H. RUITENBERG