Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ D R A G E

TOT DE

GESCHIEDENIS DER HEKSENPROCESSEN,

IN GELDERLAND,

DOOR

P. ( . MOLHUIJSEN *).

■ tui-

Mr. jacobds scheltema gaf, in het jaar 1828, zijne Geschiedenis der Heksenprocessen uit; een treurig onderwerp, dat even zeer van de menschelijke dwaasheid als van de menschelijke ellende getuigt. Op de geschiedenis van een bijgeloof, dat zoo vele duizenden slagtoffers maakte, is uit de oorkonden van het strafregt nog wel eene nalezing te doen. Wij bepalen ons hier alleen tot Gelderland.

Oorspronkelijk liet men het aan de kerk over, om de lieden, die zich met bovennatuurlijke kunsten en toovenj ophielden, tot hunnen christelijken pligt te brengen, en waar de wereldlijke overheid er zich mede bemoeide, waren de straffen doorgaans niet zwaar t)> ten ZÜ eI

*) Dit stuk werd gelijktijdig ingezonden met dat van Mr. H. O. feiih, in het 1ste stuk dezer Bijdragen, bl. 43—68, geplaatst. Eene toevallige overeenstemming van denkbeelden, zonder eenige afspraak.

t) Diuinos tl sortilegos ecclenis et sacerdotibus dart cotiMuimns. Capii. de part. Sax. 23. Capit. Add. sec. 21, en elders meer. — Onder de oude costumen van Zwolle behoorde, naar het stadboek, dat men een kiod onterven mogt »off hy met toeuerije omgaet vl maleficusEn onder de

Sluiten