is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuiien woraeu 111 acht genomen de bepalingen y bij het dertiende hoofdstuk dezer wet voorgeschreveïi, omtrent goederen in de pakhuizen verbleven.

Art. iog.

Voor zoo ver evengemelde goederen mogten geladen geweest zijn iu schepen uit de havens van het Rijk vertrokken, en op derzelver uitreize verongelukt, zonder eemge haven te hebben aangedaan, zal, mits de identiteit van schip en lading bewezen zij,

i°. Teruggave geschieden van de betaalde uitgaande of transitoire regten, voor zoover de goederen aan dezelve zijn onderworpen geweest.

2°. Met betrekking tot zoodanige goederen, voor welke afschrijving van .impost, hel zij voor het geheel het zii voor een gedeelte, heeft plaats gehad, de weder inslag als bij invoer geschieden, onder korting van de som, welke bij den uitvoer wegens deze specien is betaald.

3". De inslag zal, zonder eenige betaling van re-ten plaats hebben, voor die goederen, welke bewezen wonlei, ' onder eenige afschrijving van impost, het Rijk uitgevoerd geweest te zijn. °

Art. i xo.

Met betrekking tot de goederen in het vorige artikel onder n». a, vermeld, zal de verrekening bij den wedermslag, zich regelen naar de hoeveelheid, welke effectiveliik weder zal zijn binnengekomen, doch zonder dat eenige moderatie van regten, op grond dat de goederen beschadigd zijn, zal worden toegelaten, onverminderd het regt der