is toegevoegd aan je favorieten.

Carmelrozen; geïllustreerd maandschrift gewijd aan de vereering van Maria, jrg 4, 1915, no 8, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuwt het voort, het nadert, al is het langzaam, de plaats, waar de drenkeling nog steeds biddend op zijn knieën ligt. Toch schijnen de minuten uren voor de angstig toeziende menigte. leder oogenblik vreezen zij, dat de koene redder zijn schijnbaar roekelooze daad met den dood in de kokende en schuimende golven moet bekoopen. Maar neen, Maria, de ster, die zoovelen in donkere uren door de stormen leidde, leidt het bootje veilig naar de plek, waar haar hulp met zooveel aandrang dooreen rouwmoedig hart wordt gevraagd.

Met een handige beweging weet de stoute stuurman zijn bootje langs de schol te brengen, waarop de drenkeling zich bevindt, met één hand tilt hij hem in zijn vaartuig, terwijl hij met de andere een stuk van de j schol omklemd houdt en zoo de boot er tegen drukt. Een zucht van verademing gaat door dej menigte. Wel is het gevaar, dat beiden omkomen, nog groot, maar men heeft de kracht van den redder ge-

zien en hij vaart onder de bijzondere bescherming van Maria; anders was hij reeds vergaan. Veilig komt hij aan den oever. Daar reikt hij den verkleumden, half verstijfden drenkeling over aan de handen, die nu van alle zijden tot hulp worden uitgestoken. Hij zelf verdwijnt in de menigte. Niemand kende hem, niemand zag hem weder.

Zes weken later had er een plechtige processie plaats naar de beeltenis van Maria op den heuvel van Fourvière. Het geheele corps matrozen ging met den geredden kameraad Maria bedanken voor haar zichtbare redding. Zonder Gods hulp was hier, menschelijkerwijze gesproken, geen redding mogelijk geweest. God had geholpen op de voorspraak van Maria. De matrozen hingen in de kapel een schilderij op, welke de redding voorstelt en de herinnering aan het wonderfeit levendig houdt bij de vrome pelgrims en bezoekers van Maria's heiligdom.

EEN NIEUWE AFLAAT.

Z.H. Paus Benedictus XV heeft den 1 October 1915 aan alle geloovigen een aflaat toegestaan van 100 dagen, zoo dikwijls zij met een rouwmoedig hart godvruchtig de woorden uitspreken: Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons.

Deze aflaat is ook toepasselijk op de geloovige zielen des vagevuurs.