is toegevoegd aan uw favorieten.

De katholieke illustratie; zondags-lektuur voor het katholieke Nederlandsche volk, jrg 42, 1907-1908, no 2181, 19-09-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bad hem haar te verontschuldigen. Nu liep hij alleen door den hof en schonk geen aandacht aan wat daar groeide en bloeide, maar ging met groote stappen, zonder om zich heen te zien. Zóó afgetrokken liep hij voort, dat hij daar, waar de tuin in ’t wijde bosch overging, bijna tegen iemand aanbotste, die hem inden weg trad. Toen hij opzag, stond vader Bernardinus vóór hem.

Er kwam een trek van wrevel op het gelaat van den ridder. Wel achtte hij den abt hoog om diens heiligen levenswandel en en onkreukbare eerlijkheid, waarmede hij, zonder aanzien des persoons, steeds optrad voor het recht; maar óók kon de monnik op eene harde, stroeve wijze de waarheid zeggen,die niet aangenaam was om te hooren. Vader Bernardinus was daarbij een scherp opmerker en de ridder vreesde, dat hij dingen had gezien en er over spreken wilde, dingen waar De la Marck liever niet over sprak, wijl zij dan een al te tastbaren vorm zouden aannemen. Hij trachtte dus met eene buiging voorbij te gaan, maarde abt verhinderde dit.

»Ik zie wel, mijn vriend,” zeide hij op zachter, vriendelijker toon dan hij gewoon waste spreken, »dat mijn bijzijn u niet zeer aangenaam

is. Ik begrijp ook volkomen, dat gij op dezen avond hier liever alleen, of met uwe bruid zoudt ronddwalen, dan met een ouden monnik aan uw zijde. Maar ik moet u spreken. Om u te ontmoeten ben ik hier gekomen.” mij, vader, zoo ik onhoffelijk scheen. Ik was o-eheel verdiept in mijn droomerijen....” De monnik wenkte met de hand, alsof hij deze verontschuldiging ter zijde wilde schuiven. »Genoeg, gij hebt mij geen verschooning te vragen voor een gebrek aan hoofschheid of gladde manieren. Ik zie liever de werkelijkheid dan den schiin.& Men heeft in dezen tijd de werkelijkheid zoo gewikkeld in allerlei schoone kleurige windsels, dat men haar niet meer herkent, waar men ze ontmoet. En zoo heb ik u misschien vaak bits en grof toegeschenen, wijl ik al dat geslinger met zoete woorden en vleitaal zoozeer veracht. Toch zou ik zoo gaarne zien, dat cm mij als uw vriend wildet vertrouwen, want ik heb u dingen &te zeggen, waarover slechts een vriend spreken mag.” Het flitste De la Marck door de gedachten, ‘het woord, door den Bisschop lang geleden tot hem gesproken: »Ter kwader tijde tijde, zal vader Bernardinus blijken een getrouw vriend van u te zijn. Hij zag den abt angstig aan. Was dit het kwade uur, waarover de Bisschop had gesproken ? De eerlijke, eenvoudigè woorden van den monnik hielpen hem over zijn onwil heen. »Ik beloof naar uwe woorden te luisteren, met de overtuimncr, dat gij mijn wèlzijn meent,” zeide hij. »Maar een angstig voorgevoel bekruipt mij. Ik vrees, dat gij mij slechte tijding komt brengen” »Wees eerlijk, heerridder, ’t Is geen voorgevoel, dat u bekruipt. Gij weet, dat er droeve dagen voor u aanstaande zijn. Gij hebt ze zien naderen, doch de oogen gesloten, pogende ze zóó af te weren. Maar dit is immers onmogelijk.... Heer Willem de la Marck, het door u voorgenomen huwelijk mag niet plaats hebben • gij moet van de u beloofde bruid afzien.” ’ »Heeft gravin Joanna u gebeden mij dit te zeggen?” sNeen, zij weet zelfs niet, dat ik met u wilde spreken. Maar ik _ weet, dat zij zich nameloos ongelukkig voelt en, mijn vriend gij weet het ook! Gij zijt Christen, gij hebt deze vrouw lief op waarlijk edele wijze, en zeker, zoo zij "een aardsch huwelijk wilde sluiten, gij zoudt haar waardig zijn. Maar wij beiden zien wat anderen niet bespeuren. Ik door mijne kennis van het geestelijk leven, gij door de liefde, die gij voor haar koestert. Wij zien, dat een Ander haar opeischt. Eén, die van geen verdeelde liefde weten wilt. En gij gevoelt ook wel, niet waar, dat dit huwelijk, niet alleen haar, maar ook u zeer ongelukkig zou maken.” Zij waren al sprekende, met groote stappen verder gegaan, en nu diep in het bosch gekomen. De ridder bleef staan, hij leunde tegen een boomstam en bedekte het gelaat met de handen. De monnik zag hem vol medelijden aan. »Is het niet waar?” zeide hij zacht, toen De la Marck bleef zwijgen. »Heb ik niet de schrikbeelden van uw eigen hart in woorden gebracht:' Zult gij de vrouw, die gij lief hebt, op deze scherpe wijze doen lijden en u zelf het leven tot een hel maken?”

VAN DEN IVMN BREDASCHEN KATHOLIEKENDAG, 8 SEPTEMBER GEHOUDEN TE HULST: OPTOCHT MET VAANDELS EN BANIEREN VAN HET STATION NAAR DE KERK.

VAN DE SOCIALE WEEK TE ROTTERDAM. HET OPTREDEN EN HULDIGEN VAN Dr. J- NOUWENS. AAN DE BESTUURSTAFEL IN HET MIDDEN DE VOORZITTER JHR. RUYS DE BEERENBROUCK RECHTS MR. AALBERSE, ALGEMEEN SECRETARIS DER K. S. A., LINKS PROF. AENGENENT, ALGEMEENADVISEUR DER K. S. A. (Speciaal-opname voor de „Kath. Illustratie").