is toegevoegd aan uw favorieten.

De katholieke illustratie; zondags-lektuur voor het katholieke Nederlandsche volk, jrg 51, 1916-1917, no 34, 26-05-1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KATHOLIEKE ILLUSTRATIE

LIEFDE VERWINT

Oorspronkelijk verhaal uit Twente door A. S. Heymerikx.

(Vervolg.)

Eenige jaren gingen thans voorbij, waarin het innig-gelukkige ech-

telijke leven van deze twee menschen die elkaar zoo oprecht beminden, alleen eenigszins. verduisterd werd door de voortdurende stugheid van Sientje’s vader, die nog altijd even onverzettelijk bleef en elke briefwisseling verbood. Van D. was in dien tijd hoofd-ambtenaar geworden en daarna chef-controleur, zoodat het gezin, dat met een drietal gezonde en prachtige kinderen gezegend was, een behoorlijk bestaan genoot, totdat een zwaar leed kwam naderen. Een besmettelijke kinderziekte rukte twee hunner lievelingen weg, terwijl tot overmaat van ramp van D., na een zwaren dienst doornat thuiskomende, dooreen gevaarlijke longontsteking werd aangetast. Slechts heel langzaam week het eerste gevaar, maar hij bleef lijdend en na een jaar van slepende ongesteldheid werd ook de beminde man grafwaarts gedragen en ter ruste gelegd naast zijn twee kinderen op het stille Noord-Brabantsche kerkhof van het dorp waar van D.

zijn ambt bekleed had.

Een moeilijke tijd brak nu aan voor de jonge weduwe. De spaarpenningen waren gedurende de ziekte van haar echtgenoot opgeteerd en ’t weduwenpensioen was op verre na niet toereikend om in ’t onderhoud van haar en haar overgebleven zoontje te voorzien. De brieven, die ze van tijd tot tijd aan haar ouders gezonden had, bleven onbeantwoord, waardoor haar grievend leed nog meer verzwaard werd. Ach, had ze toch eens een enkelen keer aan moeders

hart mogen uitschreien! Wat troost zou dat haar verschaft hebben; maar helaas, vader bleef onverbiddelijk in zijn onbuigzamen trots en toch, zoo vaak had ze hem om vriendschap gesmeekt, na de geboorte en bij ’t overlijden harer kinderen en van haar echtgenoot, maar ’t was al te vergeefsch geweest. Zoolang het echtelijk geluk haar gansche bestaan vulde, was het gemis der vaderlijke genegenheid te dragen geweest, vooral daar ze wist hoe moeder haar steeds liefhad en evenals zij reikhalsde naar het oogenblik der verzoening.

In haren diep treurigen toestand en verlatenheid schreef ze nog eens en zette in hartroerende bewoordingen hare omstandigheden uiteen en terwille van haar onschuldig zoontje, dat haars vaders naam droeg, smeekte zij om erbarming voor haar kind. In hevige spanning verbeidde ze het antwoord, maar helaas, tot haar wreede ontgoocheling kwam deze brief ongeopend terug. Vader bleef onvermurwbaar en wilde zijn kind niet terugzien. Thans restte haar niets meer dan in vertrouwen op God te arbeiden

voor zichzelf en haar kind, wat ze ijverig deed. Maar door de inspannende zorgen gedurende de ziekte en ’t overlijden harer kinderen en van haar echtgenoot, diep terneergeslagen door het verdriet over de onbuigzaamheid haars vaders, leden haar krachten te veel en ze gevoelde ’t maar al te wel, dat ze ’t zoo niet lang meer zou kunnen uithouden, als geen hulp opdaagde, Zoo leed ze en tobde nog ongeveer een jaar door, maar toen tegen den volgenden winter de nood al nijpender drong, besloot ze, terwille van haar kind, een uiterste en laatste poging te wagen om het hart van haar vader te verteederen. Ze pakte ’t noodige bijeen en bega! zich met haar zoontje op reis naar Twente om persoonlijk onderdak voor hem te vragen op grootvaders hoeve. Voor haar, dit voelde ze wel, zou dit de laatste reis zijn: haar krachten waren ten einde. Inden namiddag van dien avond bereikte ze met haar kind het eindstation, waar ze uit den trein stapte om

door sneeuw en regenvlagen den langen, langen weg naar de ouderlijke woning in te slaan en hoewel ze vermoeid en afgemat was, gaf de hoop haar nog eenige kracht.

Op dezen somberen, droefgeestigen avond zaten de boer en de boerin van het erf G. inde stille en eenzame huiskamer tegenover elkaar bij de tafel. Het gesprek kwijnde en beider gedachten verwijlden, gelijk zoo menigmaal, in het verheden. De moeder dacht aan haar ongelukkigkind daar ginder, zoo verlaten en zoo onge-

lukkig; de vader, ontstemd en verbitterd, betreurde het voor de zooveelste maal dat zijn hoeve eerlang in vreemde handen zou overgaan en dat zijn familienaam hier zou verdwijnen. Spoediger nog dan gewoonlijk gingen ze ter ruste. Maar voor dat de moeder insliep, bad ze eerst nog weer voor haar kind, inde hoop, dat de verzoening tusschen vader en dochter toch spoedig mocht komen. En terwijl de moeder, al biddend voor haar kind, insliep, tobde daar ginds dit kind tegen de snerpende vlagen van de sneeuwjacht en trachtte haar verkleumd

DE KERKBRAND TE DONGEN. In aansluiting met dein ons vorig nummer opgenomen plaatjes van den kerkbrand te Dongen geven we hier nog een tweetal foto’s van dezen vreeselijken brand die zoo’n treurige ruïne heeft achtergelaten en zoo’n groote verslagenheid in het bloeiende Brabantsche dorp heeft teweeggebracht. Links een kiekje van het achterste gedeelte der kerk. Alleen het beeld van den H. Laurentius staat nog ongeschonden boven den hoofdingang aan de buitenzijde der kerk. Rechts een kiekje van den uitgebranden toren, die zijn naakte zwart geblakerde muren nog somber ten hemel richt.

DE STICHTINGSVERGADERING VAN HET GILDE DER LOODGIETERS-, KOPERSLAGERS- EN FITTERSPATROONS TE DEN BOSCH. Op Donderdag io Mei j.l. had te ’s Hertogenbosch de stichtingsvergadering plaats van het Diocesaan Gilde van patroons in het loodgieters-, koperslagers- en fïttersbedrijf, in het Bisdom van den Bosch, onder voorzitterschap van den heer D, C. Nouwens te ’s Hertogenbosch (midden inde eerste rij zittend naast den Geestel. Adviseur Vicaris v.d. Hout uit Voorburg.) Bovenstaande foto geeft de patroons weer uit alle oorden van het Bisdom ter stichtingsvergadering opgekomen.