is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1941, no 18, 29-11-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENK AAN HEN DIE STRIJDEN!

■p EN ZONDAG in Londen, de _ hoofstad der geallieerde oorlogvoering. De parken wemelen van rustige wandelaars; lange rijen mensen voor de bioscopen; in de restaurants, waar iedereen, die over voldoende geld beschikt, zich driedubbel dik kan eten, wordt om de tafels gevochten; de dansvloeren zijn zo vol, dat het uitvoeren van een walsdraai een pantseroffensief betekent tegen de ruggen en dijen der zorgeloze mededansers. De kabelballons- liggen in het gras te dommelen als logge robben op een wad; en de oorlog is zo ver weg, dat de berichten in de kranten draadloze telegrammen lijken van een andere planeet.

En toch is er een oorlog aan de gang, die zeeën en werelddelen omwoelt ; een duivelse dwingelandij dwingt honderd millioen mensen van hun hart een moordkuil te maken; vlakbij, aan de overkant van het grauwe water, dat daverend uiteenspat tegen Engeland’s witte klippen, begint het Land van de Honger; en daar waar de vale zon ondergaat buldert een Oceaan, waar de gepantserde haaien doorheenschieten, op zoek naar prooi. Vergeet het niet temidden van uw rustig, zorgeloos genot: elke minuut, dat de tijd verderspringt, zijn er tussen de rotskust van Bretanje en de gletschers van de Kaukasus tientallen mensen gestorven voor de vrijheid, uw vrijheid; tussen de eerste slok en de laatste droppel van het kostelijk glas, dat ge ergens aan een knusse bar ledigt op de overwinning, hebben ginds, onhoorbaar, in de verte van onderdrukking en ellende, de schoten geknald van een vuurpeleton.

Probeer eens in gedachten met mij te reizen door deze mateloze uitgestrektheid, temidden waarvan Engeland een bijna volkomen rustig eiland is. Maar om te begrijpen, wat in die ruimte gebeurt, moet ge de berichten niet alleen lezen met uw verstand, maar ook met uw hart: “De geallieerde scheepvaartverliezen zijn gezonken van 500.000 tot 180.000 ton per maand ”. Prachtig, laten we er nog een nemen; cheerio, op de overwinning. . . . Maar vergeet niet, wat dat cijfer van 180.000 betekent! “ . . . Na de sidderende knal hield het oude, moede schip stil, en begon langzaam over te hellen. Van weerskanten drukten duizend mijlen Atlantische Oceaan het langzaam in elkaar. De stukken en brokken van het stuur lagen in de hoeken van de hut. En met zijn rug tegen de wand, met de knieën omhooggetrokken tot aan zijn kin zat Peter te sterven. Harry viel op de knieën neer naast zijn broer, en drukte het bevende liclaaam tegen zich aan, waar het

leven langzaam uit wegvloeide. Later zei hij tegen me, dat hij geprobeerd had om te bidden; maar alles wat hij zich herinneren kon waren de eerste woorden van een psalm, die ze samen ais kinderen in de kerk hadden gezongen : O God, our help in ages past; O God, our help—O God—. En toen strekte hij het lichaam van Peter uit, en legde hem de duffel over het dode gezicht.”

De nacht valt; de dikke, klamme mist zijgt neer over het koude water, dat hees en huilend aangolft op kleine boten, waarin mensen dorsten en hongeren en gek worden en sterven, terwijl anderen met de moed der verbittering of de moed van het Godsgeloof verder vechten tot de redding, met handen die beurtelings bidden en roeien. Een Hudson vliegt in de grauwe nevel laag over het water, zoekend naar een verloren reddingboot, terwijl het niveau in de olie tanks streepje voor streepje zakt. Maar de piloot zweert vloekend, dat hij door zal blijven zoeken, tot de paar liter olie over zijn, waarmee hij net de kust kan bereiken. Ergens aan de Noorse fjord halen vissers het lijk van een Britsen piloot uit het groene water; en ze begraven hem heimelijk buiten bereik der Hunnen, aan de westzijde van een eenzame rots, zo dat zijn voeten in de richting van zijn vaderland wijzen en de avondzon zijn graf verguldt. Tussen een zee van wolken en een zee van sterren vliegen de Stirling-bommenwerpers naar het oosten en storten zich omlaag in de vangarmen der zoeklichten, in het helse kruisvuur van het afweergeschut. Eén piloot wordt gedood, een bomscherf scheurt de nekader van den tweeden piloot open. En toch vliegt hij terug, in een machine, die kreunt onder de last van hagel en ijs, terwijl de olie uit de lekkende leidingen hem in het gezicht spuit en de navigator hem met de duim de nekader dichtdrukt. De drinkers aan de bar werpen een verstrooide blik op de koppen van de avondkrant. Berlijn gebombardeerd. Prachtig. Laten we er nog een nemen: op de overwinning! Onder de wolken ligt het slapende, strijdende Europa. Een dronken SS-man strompelt de barak van een concentratiekamp binnen en jaagt vloekend een dozijn uitgemergelde gevangenen uit hun vuile kooien. De rest van de nacht staan ze op blote voeten in modder en drek, om dan zonder ontbijt met de zweep aan het werk gedreven te worden. Maar ze klemmen de tanden op elkaar: doorvechten! In een Tsjechische fabriek sluipt de arbeider van een nachtploeg heimelijk de machinehal binnen en kalkt met grote houtskoolletters op de witte muur: “ Onze productie moet de beroerdste

worden van heel Europa.” De volgende morgen worden drie van zijn kameraden lukraak uitgekozen en doodgeschoten. De anderen klemmen de tanden op elkaar: doorvechten! In Amsterdam sluipt een schaduw langs de huizen van een duistere buitenwijk. Telkens duikt zijn hand in zijn jaszak en dan in een brievenbus. Wanneer de groene politie hem pakt, gaat hij tegen de muur. Maar hij sluipt verder van huis tot huis, het zaad van de trotse weerstand zaaiend in gezin na gezin. De morgen breekt aan. Servische boeren melken hun geiten, steken een maiskoek en een stuk kaas in de zak, werpen de schapevacht over' de schouder en sluipen het naaste bos in. Daar liggen de uniformen verborgen, de machinegeweren, het dynamiet. Handgranaten hagelen omlaag op een puffende trein vol Duitse soldaten. Voor elke gesneuvelde Duitser sleuren de beulen in Belgrado vijftig gijzelaars uit de propvolle gevangenissen. Een der gijzelaars is een vrouw, en de Duitse bevelhebber staat haar hooghartig het recht toe om genade te vragen. En terwijl ze langs hem heenkijkt zegt ze: “ Het zou beneden mijn waardigheid zijn van Servische vrouw het woord tot een Duitser te richten.” Zo stierven er zesduizend, door strop en kogel. De tanden op elkaar. Doorvechten! En nog verder naar het oosten vecht het Russische volk in de grootste strijd van alle tijden. Millioenen levens, Russische en Duitse, worden vermalen in de brei van modder en sneeuw, van puin en as; honderdduizenden zullen deze winter verhongeren, omdat zij, met Simson’s slimheid en Simson’s kracht, de korenvelden hebben vernietigd en verbrand, die anders door de Pruisische Filistijnen zouden zijn geoogst.

Denk eens aan dit alles, tussen kantoor en bar, tussen bioscoop en nachtclub ; denk aan de honderden, die zwerven over de grauwe wijdte van de Oceaan; aan de duizenden, die gemarteld worden in de grauwe gevangenissen, aan de honderdduizenden, die vallen voor ons aller vrijheid in de grauwe Russische winter; aan de millioenen, door wier vurige weerstand de nachten boven Engeland zo rustig blijven. En denk niet alleen, maar handel, uit een diep besef van saamhorigheid. Hoe? Door U bijvoorbeeld eens iets te ontzeggen, en dat te bestemmen voor de Vrij Nederland—Serumzending naar Rusland. Maar doe het niet enkel uit de overweging: “ Die ongestoorde nachtrust is me best wat waard.” Doe het als eerste stap op een noodzakelijke weg; doe het uit naastenliefde!

A. DEN Doolaard.

Deze ruimte is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië