is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 39, 25-04-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENKELING, GEMEENSCHAP EN MAATSCHAPPIJ

(Slot)

111. 1

p RESIDENT ROOSEVELT zeide bij -*■ de tweede aanvaarding van zijn ' presidentschap: “ Wij wisten reeds, dat onbeperkt eigenbelang yerkeerd was op zedelijk gebied; nu weten wij, dat het j even verkeerd is op economisch gebied.” Ongetwijfeld is hij de staatsman, die ■ het verst gegaan is in het naar voren ! dringen van nieuwe beginselen op het gebied der nationale en internationale economie. De Amerikaanse Lease & Lend-wetten belichamen het ware, door de liberale economie bijna volkomen verduisterde doel van de internationale handel: de directe ruil van diensten en goederen tussen volkeren; niet de verrijking van betrekkelijk kleine groepen personen, die een onevenredig grote invloed bezitten doordat,zij bepaalde, voor de ganse mensheid onontbeerlijke goederen en/of een ontzaglijke koopkracht monopoliseren, en dan van deze goederen veel of weinig vóórtbrengen, veel of weinig vernietigen, al naar gelang de winsteis der geldschieters dit voorschrijft.

In deze richting moeten wij de oplossing onzer vele moeilijkheden zoeken: in een internationaal geregelde voortbrenging en ruil, die niet allereerst gebaseerd is op ondernemerswinst, maar op de noodzakelijke verschaffing van zoveel mogelijk regelmatige arbeid, wat uitloopt op zedelijke winst voor de gehele mensheid, Avelke niet direct vetgedrukt in een balans onder te brengen is, maar die van millioenen gezichten straalt. Deze zedelijkè winst is de arbeidszekerheid, zich uitend in een minimum van welvaart voor ieder die werken wil en werken moet; want zonder arbeid is werkelijk geluk niet mogelijk.

Dit is de grote ontdekking van deze tijd: de mensheid wordt niet allereerst meer voortgedreven door het axioma der liberale economie, de begeerte naar winst en welstand, noodlottigerwijze gevolgd door het haken naar meer winst en meer welstand. Het overgrote deel der mensheid wil vrede en bestaanszekerheid; en het spreekt vanzelf dat zulk een wens nimmer te verwezenlijken is wanneer men het individu vrij spel laat, dat zich in de jacht naar meer bezit, waarvan het een nu illusoir gebleken bestaanszekerheid verwacht, zichzelf de nek omdraait.

Om het levensbelang van een oplos-_ sing in deze richting te begrijpen, hoeft men haar slechts te stellen tegenover het alternatief der lijdensgeschiedenis 1918- 1940: krankzinnige “ boom ” perioden, gekoppeld aan hoge dividenden en hoge lonen in bepaalde bedrijven en bepaalde landen; kunstmatige welvaart van korte duur, die onderneming na onderneming het slop der overproductie in jaagt, onder de zweepslag van de gemakkelijke winst; dan een topzwaar voorovertuimelen der wilde markt, werkloosheid van tientallen millioenen, gevolgd door een verschrompelen der koopkracht, nieuwe stillegging en nieuwe werkloosheid, in een duizeling-

wekkende neerwaartse spiraal, begeleid c door een angstepidemie van talloze c grote en kleine bezitters, die plotseling – c uit verkeerd begrepen zelfbehoud { omgetoverd worden van gokkers in 1 potters, waardoor het zakenleven nog i meer bloed verliest, opnieuw krimpt en nieuwe honderdduizenden naar de j belastingtrog drijft, waar die een | vreugdeloos bestaan voeren en net in het leven blijven der koste der bezitters, die' i dit bezit langzaam zien weggezogen door < de belastingoctopus.

De beide remedie’s tegen deze noodtoestand hebben allebei gefaald. Redemie één was de remedie-Hitler: bewapening op crediet en het stuwen der werklozen in de oorlogsfabrieken, om dan met behulp der op kosten van het nationale vermogen gebouwde oorlogsmachine andermans welvaart te gaan veroveren. De twede remedie werd gezocht in internationale afspraken tussen machtige productielichamen, om de voortbrenging op een bepaald peil te houden, beantwoordend, niet aan de wereldbehoefte der verbruikers, evenmin aan die van de staat in dreigende oorlogsomstandigheden, maar aan de belangen van groepen beleggep, miniem in getal vergeleken bij de millioenen, die de producten niet konden ontberen. Deze monopolie-positie vergunt betrekkelijk kleine groepen een kunstmatige en zuiver egoistische welvaart, en verschaft de kopstukken dier groepen een machtspositie, welke soms niet onbedenkelijk is ; terwijl andere staten, binnen wier machtsbereik deze belangrijke grondstoffen en producten zich niet bevinden, zich soms gedrongen voelen een autarkische of agressieve politiek te gaan voeren.

Al deze gevaren bedreigen ons straks opnieuw, wanneer het vooroorlogse systeem weer “ normaal ” zou gaan functionneren. Maar de mensheid heeft genoeg van dit, in i)erspectief gezien, krankzinnige gedoe van verschrompelende welvaart naast onuitputtelijke rijkdommen, mondjesmaat geëxploiteerd niet voor welzijn, maar voor winst.

Het ligt voor de hand, dat naar oplossing gestreefd moet worden niet na de vrede, wanneer de nu nog machtige prikkel van het patriottisme weer geslonken zal zijn, maar nu, terwijl de staat een machtspositie bezit, waar zij maar al te weinig gebruik van maakt voor ingrijpende sanering, juist omdat zij, politiek gesproken, nog steeds de bondgenoot van het oude systeem is. Noodzakelijke ingrijpende wijzigingen kunnen echter nu slechts bewerkstelligen, dat remmen voor de oorlogsproductie weggenomen worden, m.a.w. dat de vrede sneller nadert.

Hoe moet dit geschieden? Een voor de hand liggende uitweg is, dat elke oorlogvoerende staat voorlopig voor de duur van de tegenwoordige noodtoestand (oorlogsperiode plus de daarop volgende reconstructietijd), volgens het beginsel van de Lease & Lend ” alle rijkfibmmen en productiemiddelen van het land pacht- Let wel: pacht, niet:

onteigent. Elke aandeelhouder word certificaathouder tegen een vaste rente, of, indien men dit liever leest, tegen een op een bepaalde hoogte (of laagte/ bevroren dividend; de raden van commissarissen worden uitsluitend trusteevoor het uit te keren bedrag, en hebben geen enkele andere functie meer; de gehele winst, die na uitkering van het vaste rentebedrag overblijft, vloeit i de staatskas. De staat laat niet de ondernemingen direct door ambtenaren bedillen, die van het bedrijf niets ai weten, maar handhaaft daarvoor alle bekwame en goedwillige kopstukken ui de bedrijven zelf. .

Alleen dergelijke ingrijpende wijzt' gingen, die de productie in dienst van het ganse volk stellen inplaats van haai’ te laten besturen door belanghebbenden» die door zakelijke angst voor de naoorlogse periode geplaagd worden, kunnen werkgevers en werknemers to een harmonisch geheel samenvoegen-De opperste werkgever is de Staat; en het spreekt vanzelf, dat de Staat, d.W-Zde regering, doortrokken moet zijn van het waarachtig democratische zuurdesem, d.w.z. dat zij niet alleen de parlementaire democratie handhaaft» maar de democratie ook op sociaal terrein doorvoert. Anders zouden wi-l enkel bij een caricatuur van de door de fascisten gepredikte “ volksgemeenschap ” terechtkomen.

Hoe dringend deze wijzigingen zijn, wordt uit de onderzoeking naar de oorlogsproductie, uitgevoerd door “ Mass Observation” en verkort weergegeven in de Times van 18 April j.1. Deze enquête leverde een ongezochte beveS' tiging van vele punten in de vooi’' gaande artikelen. “ De proportie vaj’ hen die het productieproces als onvolmaakt beschouwen is zo groot de gehele moreel er onder lijdt heet het daar. En: “Directies beschouwen arbeiders dikwijls lang niet genoeg van de menselijke kant“ De verhouding tussen werkgevers en werknemers wordt belemmer door het feit, dat vele directeuren nog altijd voor-oorlogs denken, d.w-Zdat alleen het financiële hen belang inboezemt, terwijl zij d menselijke kant door ondergeschikte chefs laten bedisselen. De algemeen geldende veronderstelling dat «e arbeiders meer geld wensen, wordt doo* het rapport volkomen ontzenuwd-Maar het voornaamste punt in het rapport is wel, dat de grote massa dei arbeiders de overwinning enkel maat verbinden kan met de terugkeer tot de bestaans-onzekerheid. Zij vrezen eelt terugkeer tot “ normale ” verhoudingein en voelen, dat in dit opzicht het belang der directies tegengesteld is aan het hunne.

Dus: laten wij weten waarvoor vechten. Of: voor terugkeer tot oude: of: om door middel van ingrijpende operatie dan ook, mensheid te verlossen van haar voor broodsgebrek en levensgevaar! A. Den Doolaari?