is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 41, 09-05-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* Voortzetting van den kruistocht

Op Donderdag 30 April heeft H.K.H. Prinses Juliana ter gelegenheid van haar verjaardag de volgende rede uitgesproken, die door middel van Radio Oranje naar het bezette gebied is uitgezonden.

TJET IS een waar verjaarsgeschenk voor mij te mogen spreken tot de jongeren in Nederland. Alleen bezwaart het mij dat ik zelf in zulke gemakkelijke omstandigheden verkeer. Jullie hebben zooveel meer ervaring, praktijk in dat alles waarmee je ons land groot maakt, door deze donkere dagen, maanden en jaren heen. En toch beseft men vanuit de verte het deelgenootschap aan dat alles zoo sterk en tracht het zich tot voorbeeld te stellen. Het eene, groote fundamenteele, wat onze vijand in Europa en in Azië niet kan beseffen, is, hoe gemeener hij zich gedraagt, hoe meer komen de beste eigenschappen van zijn tegenstanders naar voren. Moed, veerkracht, uithoudings-

vermogen, niet te schokken geloof. Hij beticht ons in zijn propaganda bij voorkeur van alle denkbare en ondenkbare lage dingen, precies alles wat hij zelf uitvoert. Daartegenover hebben wij den grootsten zegen behouden, het besef van in niets onzen plicht verzuimd te hebben.

Intusschen is de groote eenheid in Nederland, waarnaar wij zooveel jaren voor den oorlog hebben gestreefd, nu op zichtbare wijze tot stand gekomen. Vooroordeelen zijn weg; neen, veel meer; velen hebben aan alle kanten alles wat het leven goed en aantrekkelijk maakte, opgegeven. Alles hebt gij los gelaten, om alles te winnen. Dit nu lijkt op en richt zich op een betere toekomst, waarin toestanden zullen heerschen . waardig aan dezen kruistocht van nu. De ouderen kunnen vrede vinden in het besef dat deze toekomst zal komen. Maar het is onze generatie die den meesten strijd heeft te voeren. Niet alleen

krijgt ze meer dan de anderen de volle laag van den vijand, maar na de overwinning zal zij voornamelijk geroepen zijn om den geheelen wederopbouw van de geheele wereld weder aan te pakken. Want het zal een lange periode zijn, die ons allen groote voldoening kan geven, wanneer wij die beschouwen als voortzetting van den kruistocht.

We zullen er allen onze beste

krachten, op de meest grootscheepsche manier aan moeten besteden, zoodat aan allen een goede, een waardige en gelukkige plaats zal zijn beschoren. En de kinderen van nu, zullen dan een prachtige, maar buitengewoon verantwoordelijke erfenis krijgen.

Weet intusschen dat er hard gewerkt wordt aan Uw bevrijding. Het is bemoedigend te merken dat dezelfde idealen die jullie bezielen en waar je dagelijks voor vecht, ook hier in Noord Amerika bij de jongere menschen steeds meer beginnen door te dringen en dat opent voor ons hoopvolle perspectieven bij de samenwerking bij den opbouw van de wereld.

Uw pionierswerk zal hen daarbij leiden. Onze generatie, vroeger soms voor zwak aangezien, is onverwachts geroepen, er een te worden van helden en van martelaren. Later van wereldopbouwers in een groolere hervorming dan de menschelijke samenleving tot nu toe ooit heeft meegemaakt of van heeft gedroomd. Wie dit beseft, geeft God daartoe de kracht.

Daartoe hoeren b.v. rantsoeneeringsdelicten, die alleen door de rancsoeneering ontstaan. Dac gij rechts of links moet houden en niet over het trottoir mag fietsen hoeren er OOK toe; aat kan ten anen tijde veranderd worden. Maar er zijn misdaden die overal en ten allen tijde misdaden zullen zijn. En daaronder vallen de meeste van de feiten, waarop wij hier het oog hebben. Zij, die deze feiten pleegden, kunnen zich niet met grond er over beklagen, indien op hen het zachtste recht niet van toepassing zal zijn, zij hebben dit zeker vooruit kunnen vermoeden. De vijand zelf zou zeker het meest verwonderd zijn als wij anders handelden.

Recht zal toepassing moeten vinden. Velen hebben den vijand gediend, uit verraderlijke gezindheid. Anderen zijn op hun post gebleven, dapper de aan hen toevertrouwde belangen verdedigende. Velen zijn daarvan het slachtoffer geworden. Zij die daaraan ontkomen zijn, hebben daarom niet minder vaderlandslievend gehandeld. Han is er een groote middenmoot van lieden die zonder heldhaftigheid, maar terwille van het algemeen belang, hun taak hebben voortgezet. Daaronder zijn natuurlijk vele grensgevallèn, van menschen die maar al te graag geloofden dat zij moesten volharden, omdat dit het best mêt hun eigen belang strookte. Zoo zal elk geval snel maar rechtvaardig moeten worden onderzocht en naar de mate van schuld worden beoordeeld.

Moeilijke problemen zal het vraagstuk opwerpen, in hoever de bezetter binnen zijn rechten is gebleven en waar hij zijn recht te buiten is gegaan. Wie hem, waar hij binnen zijn recht bleef, ten dienste stond, kan daarvoor niet gestraft worden. Hij handelde zelfs volgens de instructies onzer Regeering. 'Vooral het burgerlijk rechtsherstel zal groote netelige vraagstukken op-Werpen. Overeenkomsten kunnen volkomen oaar de regelen en overeenkomstig onze wetstechniek tot stand zijn gekomen, en toch door den vijand zijn afgedwongen. Welke rechten bezat de bezetter? De Hooge Raad heeft door een beslissing het probleem nog moeilijker gemaakt. De bezetter mag Wetten uitvaardigen en de Hooge Raad zelf heeft geen recht die te bekijken. Daarmede kan de bezetter feitelijk doen wat hij wil. Maar hoe zit het met den Hoogen Raad die dit besluit nam onder zijn .nieuwen voor•2itter? Wij weten het niet.

Bezien zal moeten voorden, waar, in hoeverre en hoe aan door den bezetter benadeelden teruggave van bezittingen kan worden gedaan of schadeloosstelling kan worden gegeven. Bij dit laatste zal het menigmaal moeten blijven. Menig: kooper van onrechtmatig onteigend bezit zal volkomen te goeder trouw hebben gehandeld. Dat kan bezwaarlijk het geval zijn met onroerende goederen. Hun geschiedenis is te duidelijk. Maar hoe anders staat het b.v. met effecten! Naar billijkheid zal menige kwestie moeten worden opgelost.

Een groote taak brengt ook de terugkeer van de vennootschappen naar Nederland mee, bij het liquideeren van de toepassing van het beroemde Besluit A 1, dat de Regeering in staat stelde Nederlandsch bezit in den vreemde onder haar hoede te nemen, en van het Besluit-A 6, betreffende de regeling van het rechtsverkeer buiten bezet gebied.

Dit alles bevindt zich in bewerking, maar wij hebben met vele onbekenden te manipuleeren. Tenslotte zullen wij' de noodige besluiten tegenover de opduikende feiten moeten afkondigen.

Men heeft ons voorgehouden, dat anderen zooveel eenvoudiger en sneller te werk Z'in gegaan, in het bijzonder de Belgen. Zij hebben, zoo heet het, alle wetten en maatregelen van den bezetter met één slag nietig verklaard. Dit echter is volkomen onjuist. Zij hebben ten slotte slechts afgekondigd, dat die wetten en maatregelen zouden ophouden te werken, zoodra de vijand het land verliet. In feite zit hierin meer een erkenning, dan een nietigverklaring, waarvan trouwens de chaotische consequenties niet zouden zijn te overzien. Het is mij echter bekend, dat de Belgen zeer flink aan het voorbereiden zijn, precies als wij.”

Wij kwamen weer op het verleden terug; Er is iets, wat onzen nieuwen Minister zeer ter harte gaat. Dat zijn de verwijten, indertijd als secretaris-generaal tegen hem gericht van hardheid in het niet toelaten van Duitsche vluchtelingen. Voor iemand, dien het “ neen zeggen ” tegenover rampzalige menschen al heel moeilijk valt, en wiens hart heusch niet met ambtelijkheid is gepantserd, is dit een b'tter verwijt. Maar onze overheid had tenslotte geen De vluchtelingen bleven toestroomen. _ trachtten natuurlijk een bestaan te vinden,

en met hun bekende vindingrijkheid richtten zij velerlei winkeltjes en grootere zaken op. Het werd vooral te Amsterdam, in dien moeilijken, tijd, voor onzen eigen wiiiKelstand heel hinderlijk. Belangen botsten op elkaar. Er ontstond daardoor in het bijzonder in het kleine bedrijf, een stemming tegen de Duitsche Joden, die zich niet tot de Nederlandsche Joden mocht uitbreiden. De N.S.B. trok er met effect partij van. De Duitsche Joden waren toch menigmaal nog heel in het oogloopend Duitschers, en zij gevoelden en gedroegen zich als zoodanig. Dat schiep wrange stemmingen, die niet al te machtig mochten worden. Daarom' was beperking en kanalisatie van den toevloed noodzakelijk.

Er was meer. De pijnlijkste en geruchtmakendste gevallen zijn op deze wijze ontstaan. Een kleine groep van Joden had toestemming gekregen om onze grens te overschrijden. De Duitsche overheid vulde echter den trein met honderden andere Joden, die geen toestemming bezaten, en die soms op het laatste oogenblik gedwongen waren geworden huis en haard te verlaten om met de anderen in den trein te worden gestopt, menigmaal zonder geld, zelfs zonder teerkost. Het was hartverscheurend deze menschen te weigeren, maar zou men dit niet hebben gedaan dat was reeds gebleken—-dan zouden de Duftschers het stelsel nog hebben uitgebreid.

Ook van anderen kant werden wij soms gedupeerd. Wie een Engelsch visum had, werd doorgelaten. Maar eens werden 400 vluchtelingen bij ons teruggebracht, omdat de Britsche overheid de visa nog ingetrokken had toen de boot al in zee gestoken was. Wij zaten ermede. Want in dit gevah sprak het hart weer eens krachtiger dan het verstand.

Zoo vertelde onze Minister, van wien zijn omgeving en ook de menschen die in deze aangelegenheid met hem in betrekking hadden gestaan, steeds geweten hadden hoe hij er onder gebukt ging.

Onze Minister van Justitie is een zeer menschelijk mensch, op wiens schouders de groote problemen, welke onze bevrijding scheppen zal, zwaarder dan op die van eenig ander minister zullen neerkomen, omdat geen andere bewindsman in zijn departement zoo vele vrijwel onoplosbare puzzles ter oplossing zal krijgen.