is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 3, 1942, no 20, 12-12-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WARM VOELEN EN NUCHTER DENKEN

TNDIEN er één eigenschap is, die Holland op zijn best weergeeft, dan is het wel bovenstaande karaktertrek, die elke Nederlander in meerdere of mindere mate en in verschillende onderlinge dosering bezit. In de praktijk komt het hier op neer, dat ons gevoel zelden met ons verstand wegloopt; én zo dit gebeurt, dan hebben we er later duchtig spijt van.

Deze eigenschap stelt hen, die over het Koninkrijk regeren, soms voor een lastige taak. Speciaal in kwesties van buitenlandse staatkunde is de goegemeente wel eens geneigd, hardnekkig de gevoelsnoot te tokkelen, de leiders onzer buitenlandse politiek dan verplicht zijn, des te starrer op het granieten voetstuk van het onverzettelijk verstand te blijven staan, speciaal wanneer zij een vermoeden hebben, dat de gevoelige populaire aria van vandaag op morgen wel eens zou kunnen overslaan in een jammerklacht. .

Ik heb mensen ontmoet, die zich door de laatste radiorede van Mr. van Kleffens danig teleurgesteld voelden; zij hadden iets verwacht meer in overeenstemming met de warme jubeltonen over de “ Nieuwe Wereld,” die van tijd tot tijd uit excellente geallieerde kelen opstijgen.

Nu wil ik hier openlijk bekennen, als schrijver en journalist, dat bovengenoemde radio-rede mij persoonlijk machtig plezier gedaan heeft, juist wegens haar oer-degelijke Hollandse (of moet ik zeggen Friese?) nuchterheid. In deze rede wordt de internationale veiligheid ondeelbaar genoemd, terwijl verder de verwachting wordt uitgesproken, dat ook de Ver. Staten hun vroegere houding zullen willen herzien, en medewerken ter handhaving der internationale veiligheid. Mr. van Kleffens zegt dan, dat wij; wat dit betreft, de toekomst “niet zonder vertrouwen ” tegemoet kunnen zien.

De dubbele negatie in deze gereserveerde uitdrukking moge velen teleurstellen; en vele onberedeneerde idealisten zullen zich tevens – geschokt voelen door, de mogelijkheid, door Mr. van Kleffens uitgesproken, dat er geen doeltreffende regeling der internationale veiligheid tot stand zou komen. Ik geloof echter juist, dat de waarde der redevoering door deze nuchtere terughoudendheid "Wordt verhoogd, al zullen mensen, die Tiun hart atlantisch vercharterd hebben, en de Vier Vrijheden als een onontbeerlijke aanvulling van hun suikerrantsoen ueschouwen, hier anders over denken.

De gebeurtenissen der laatste weken nebben bovengenoemde terughoudendheid in het licht der werkelijkheid geplaatst. De republikeinse senator Taft hield b.v. een rede te Washington, Waarin hij de Atlantic Gharter als

“niet bindend” verklaarde. Volgens hem was het Congres niet gehouden tot het sluiten van verdragen, waarin deze “ verklaring van presidentiele politiek,” zoals hij de Atlantic Charter op beperkende wijze noemde, ten uitvoer zou worden gelegd.

De Times noemde deze en dergelijke stekelige opmerkingen van Republikeinse, zijde strootjes, die aanduiden, uit welke hoek de wind waait. Het Princeton-instituut tot onderzoek der openbare mening in de V.S. kwam tot de overtuiging, dat de betekenis der samenwerking na de oorlog slechts door een derde deel, het welingelichte en welwillende deel der Amerikanen wordt begrepen. Een ander derde vindt het allemaal erg mooi, maar heeft er geen flauw benul van. Nog een derde is er vlak tegen. De Amerikaanse publieke opinie is dus vooralsnog een wankele basis, om er een constructieve naoorlogse politiek op te bouwen. Verder blijft, volgens een memorandum ter conferentietafel van het “ Institute of Pacific Relations ”, steeds het gevaar bestaan, dat er in de Amerikaanse openbare mening een ommezwaai zal plaatsvinden van potentieel isolationisme naar imperialisme; en dit dan, zouden wij er bij willen voegen, a la Mr. Luce met zijn uitspraak “Dit wordt een Amerikaanse eeuw.”

Laten we nu eens eerlijk en nuchter wezen: hadden we iets beters kunnen verwachten? In 1939 had de meerderheid der Amerikanen Europa als hopeloos opgegeven. Later voelden zij zich opperbest thuis in de voordelige rol van “ arsenaal der democratieën,” tot de Japanese bommen op Pearl Harbour ook dit gebouw ineen deden storten. Voor den Atnerikaan thuis is de oorlog nog steeds ver weg. Indien Engelandvaarders ons hier in Londen komen vertellen, dat wij eigenlijk maar heel weinig van de oorlog snappen, dan kunnen wij het de Amerikanen thuis evenmin kwalijk nemen, dat zij, die nooit een bom hebben horen fluiten, van de oorlog en deszelfs gevolgen en werkelijke inhoud weinig begrijpen. Het feit is er echter; en dit onomstotelijk feit van een onevenredige ontwikkeling der verschillende volkeren ten opzichte van de oorlogs- en na-oorlogse problemen maant tot grote voorzichtigheid in buitenlandse politiek, vooral voor eèn klein land als het onze, met grote overzeese gebiedsdelen in de Amerikaanse invloedssfeer. Waar we deze voorzichtigheid vinden, valt ze dus slechts toe te juichen.

Het z.g. Amerikaanse imperialisme vormt op dit ogenblik een geliefkoosd onderwerp der vijandelijke propaganda. Jammer genoeg geeft het nog steeds onopgehelderjie geval-Darlan daar alle aanleiding toe. Het heeft er alle schijn van, dat het State Department te Washington een politiek volgt, waar

zelfs een Roosevelt, precies zoals vorige presidenten trouwens, weinig aan veranderen.

Darlan, aan wiens handen het bloed kleieft der door hem persoonlijk uitgezóchte gijzelaars van Nantes, heeft nu onder het valselijk prevelen van des maarschalks naam zichzelf de kroon van Frankrijk op het hoofd gezet, terwijl het strijdend Frankrijk, het werkelijke Frankrijk dus, hem enkel een strop rond de nek wenst.

Hoewel Darlan met luider stem om diplomatieke erkenning vraagt, gaf Eden beleefd, maar ferm te kennen, dat Groot-Brittanje deze nieuwste Darlanquinerie als een privé-circusvoorstelling beschouwt. Tot op heden zwijgt het State-Department echter; en het vermoeden, dat het doosje diplomatieke poetspommade voor Darlan’s doffe kroon welwillend door de firma Hull-Eisenhower ter beschikking is gesteld, schijnt dus gewettigd.

De internationale democratieis echter met dit zonderlinge Sinterklaasgeschenk weinig ingenomen. Sinds Maisky namens de Sovjetregering het Russische mishagen verklaard heeft over Darlan’s dubbelzinnige positie, dreigt het “ tijdelijk hulpmiddel,” zoals Roosevelt Darlan noemde, een permanente twistappel te worden. Jammer genoeg bezit deze appel echter niet de bègeorlijkheid der klassieke vrucht; zij is rot tot in het klokhuis, en enkel geschikt om zo spoedig mogelijk in de moddersloot der vergetelheid gedeponeerd te worden.

Jlet hele geval wijst echter op een instelling ten opzichte van fundamentele begrippen, waarin huidige Amerikaanse machthebbers aanzienlijk verschillen van hün Russische en ook Engelse collega’s. Het geval-Darlan is slechts een onaangenaam symptoom; het vormt echter, tezamen met de Republikeinse eigengereidheid, een sourdine op alle optimistische violen, die de symphonie der Vier Vrijheden hadden willen uitjubelen, maar voorlopig beter doen, de strijdzang tegen alle Quislings aan te heffen.

Voor Nederland, dat eens weer een Oost-Aziatische politiek zal hebben te voeren, ten opzichte waarvan niet alleen Amerika, maar ook Sovjet-Rusland en Groot-Brittanje mettertijd hun inzichten kenbaar zullen maken, maant elk, en dus ook dit symptomatisch 'geval, tot een 'wijze voorzichtigheid, gepaard aan diplomatieke stuurmanskunst.

Het moge voor alle Nederlanders een grote gerustelling zijn, dat de rechtvaardiging der voorzichtigheid en de principes der stuurkunst reeds, onafhankelijkheid van actuele netelig heden, in de bovengenoemde ministeriele rede waren vastgelegd.

A. DEN Doolaard.