Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 NOVEMBER 1935

No. 20

13e JAARGANG.

REDACTIE O. HOOGESTEIJN GOLTZIUSSINGEL 30 – VENLO

ADMINISTRATIE DRUKKERIJ DE RAAT 6 DE VRIES ELANDSSTRAAT 6-12 – AMSTERDAM C. – TELEFOON 35132 POSTREKENING: „DE ZWEMKRONIE K'% No. 1 39 30

A* )♦ Meijerink 70 jaar*

Op 25 October heeft de heer A. }. Meijerink, Propaganda-Consul van den Nederlandschen Bond tot het Redden van Drenkelingen zijn zeventigsten verjaardag herdacht, een feit, dat zeer zeker ook in het ofhcieele orgaan van den Koninklijken Nederlandschen Zwembond dient te

worden gememoreerd. Het Redden van Drenkelingen, ziedaar het mooie en groote werk, waaraan de heer Meijerink zijn leven heeft gewijd, waarvoor hij al zooveel jaren lang al zijn vrijen tijd heeft geofferd met een enthousiasme en een liefde, die ons aller bewondering en waardeering verdienen. Het Redden van Drenkelingen: hoevelen van ons Zwembonders hebben niet gedacht en denken helaas nog „och, dat is niet zoon kunst, dat kan ik van zelf, voor een goeden zwemmer als ik, is dat een klein kunstje,” maar gaat U dan eens naar een lezing van den heer Meijerink, of praat U maar eens vijf minuten met hem. Zoo klein als een zuigeling voelt U zich dan en U bent al gauw overtuigd, dat dat niet een werkje is, dat U zoo maar aan waait, neen, dat moet U wel degelijk aanleeren en door oefening onderhouden ook. Dat in ons land thans zulk een groot leger parate

redders ten allen tijde klaar staat om hun medemensch te helpen, die op het punt staat den verdrinkingsdood te sterven, dat danken wij voor een zeer groot deel aan het enthousiaste werken van dezen kordaten zeventigjarigen propagandist. En, wij durven het gerust

zeggen, zeer veel menschen, die dooreen geoefenden redder uit het water zijn gehaald, danken hun leven niet alleen aan den man of de vrouw, die hen redde, maar ook voor een zeer groot deel aan den heer Meijerink, door wiens werken deze redders, die door

hun geoefendheid zich met zooveel zekerheid te water begaven, werden gevormd. De heer Meijerink woont in Haarlem, maar gaat U daar niet heen als U hem eens wilt spreken. Overtuig U eerst of hij wel thuis is, want ik geef tien tegen één dat U hem daar niet vindt. Vandaag is hij in Friesland, morgen misschien in Zuid Limburg, terwijl U hem over twee dagen weer in het noordelijkste hoekje van Noord-Holland moet zoeken. Ondanks zijn zeventig jaren, ziet de heer Meijerink er niet tegen op, om waar ook te komen, en het kan hem niet schelen of hij vaak op reis moet, integendeel, hoe meer zoo liever, als hij maar gelegenheid krijgt propaganda te maken voor het mooie werk van zijn Bond. Dat de heer Meijerink nog zeer veel jaren gespaard moge blijven

voor zijn gezin en voor het mooie werk, waaraan hij zich heeft gegeven, is de oprechte wensch van allen, die het voorrecht hebben hem te kennen. O. HOOGESTEIJN.

A. J. MEIJERINK.

Sluiten