is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 10, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE PRAKTISCHE WEDSTRIJDEN.

gedeelte der tentoongestelde monsters ontvangen, ten einde bij levering der aangekochte partij beide te kunnen vergelijken. Ook belastte die Commissie zich met aankoopen voor niet-leden tegen billijke vergoeding. Zooals de heer van der Have schrijft, is er veel van het tentoongestelde verkocht en kwamen er (12 Sept.) nog steeds nabestellingen in. Het Bestuur kon dan ook naar waarheid verklaren, dat deze eerste Tentoonstelling uitnemend geslaagd is. Volledigheidshalve moet hier nog bijgevoegd worden, dat ook voor opluistering der Tentoonstelling gezorgd was. Zoo zond de heer van der Have zelf een prachtige verzameling van 14 soorten tarwe, en de Kijkslandbouwschool te Wageningen een dergelijke van niet minder dan 30 soorten in, om niet bijzonder te gewagen van verschillende andere inzendingen; van wintergerst, winterkoolzaad, gras- en klaverzaden, gedroogde planten en andere gewassen, tuinzaden, smetpoeder (tegen brand inde tarwe), bloemen, tuinornamenten. De Tentoonstelling werd druk bezocht en er openbaarde zich veel lust tot aankoopen van zaaizaad zoo lezen wij inde Nieuwe Landb.-Courant. En geen wonder, want de landbouwers wisten zeer goed dat hier niet alleen gelegenheid was om „iets moois” te zien, maar ook om rechtstreeks profijt te trekken. Met ingenomenheid maken wij daarom gewag van deze Tentoonstelling trouwens niet de eerste van dien aard in ons Yaderland, wij maakten vroeger reeds van dergelijke tentoonstellingen inde Noordelijke provinciën en in Zuidholland melding. Mogen de gegeven voorbeelden veel navolging vinden. Toevallig kwam ons dezer dagen het Verslag in handen vaneen andere, voor de praktijk niet minder nuttige wedstrijd in Zeeland, die reeds 22—24 Juni j.l. inde nabijheid van Zierikzee, met ploegen en eggen, vanwege de Maatschappij t. b. v. en Veeteelt in genoemde provincie gehouden is. In het Voorbericht van het bedoelde Verslag betuigt het Hoofdbestuur der Mn. zijne hooge ingenomenheid met het werk der Jury (bestaande uit 6 deskundigen) „een inspannenden en van den hoogsten ernst getuigenden arbeid, waarbij tal van bezwaren waren te overwinnen.” Trouwens het Verslag zelf geeft hiervan een overtuigend bewijs. Voor ondiep ploegen (tot 10 c.M.) op zandgrond waren 14 , op kleigrond 24 , voor ploegen tot 25 c.M. op kleigrond 25 —, boven 25 c.M. op kleigrond 23 —, voor tweescharige ploegen 18 stuks aangegeven. Bij de beoordeeling van het werk werd het puntenstelsel gevolgd en als hoogste aantal punten voor ieder der navolgende rubrieken aangenomen als: 35 voor de hoedanigheid van het werk; 35 voor geringe trekkracht; 15 voor goede constructie; 5 voor gemakkelijke behandeling en 10 voor billijke prijs, samen 100 punten. Voor de bepaling der trekkracht gebruikte men een zelfregistreerenden krachtmeter, die tusschen den ploeg en de paarden bevestigd, op een rol papier dooreen uurwerk in beweging gebracht, zelve het aantal kilogrammen dat ter voortbeweging noodig was, noteerde. In onderstaande kleine tabel duiden dein de eerste kolom ge-

146