is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 3, 23-08-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

demonstraties en trekproeven inde nabijheid daarvan zullen worden gehouden. Hoewel deze tentoonstelling speciaal op tuinbouw- en zuivelgebied is georiënteerd, komen er ook op andere terreinen van den landbouw verschillende bezienswaardigheden. We zullen er thans niet meer over schrijven. Zij, die bijzondere interesse hebben, kunnen uit ons geheele land zeer goedkoop in die dagen een reas naar de AMATO maken.

Nu was het de bedoeling geweest, dat de afdee'ing Noord-Holland met steun van den Nat. Bond Landbouw en Maatschappij tijdens genoemde tentoonstelling ineen stand op overtuigende wijze het doel en streven van Landbouw en Maatschappij zou uitbeelden, naast het in beeld brengen van de belangrijke functie, welke de landbouw en zijn beoefenaars inde Nederlandsche samenleving vervult. Helaas gaat de opbouw van dezen stand om verschillende redenen niet door. Het lag tevens inde bedoeling van het bestuur der Noord-Hollandsche afdeeling, om tijdens de AMATO een congres te organiseeren. Hierover kunnen we het volgende mededeelen; Dit Congres zal worden gehouden op Maandag 17 September des nam. te 1 uur inde groote zaal van het hoofdgebouw bij den ingang van het AMATO-terrein. Als sprekers zijn uitgenoodigd de hoeren J. Smid te Voorburg en Prof. L. van Vuren te Utrecht. Beiden, bij onze leden zeer goede bekenden, hebben deze uitnoodaging aanvaard. De mogelijkheid bestaat, dat de Ned. Tuinders Bond aan dit Congres nog zal medewerken en in dat geval zal vanwege deze organisatie ook nog een spreker het woord voeren. We achten dit Congres in onze hoofdstad zeer belangrijk, aangezien men in de tentoonstellingsdagen op de tentoonstelling wordt voorgelicht omtrent de kwaliteit der diverse land- en tuinbouwproducten, omtrent hun afkomst, enz., terwijl dit congres mede zal worden gehouden om aan te toonen, dat de producenten van de tentoongestelde producten zonder een loonenden prijs van al deze artikelen nimmer door kunnen gaan met de leverhig daarvan. Tijdens dit Congres zal ontegenzeggelijk op overtuigende wijze het recht bepleit worden van het agrarische deel der maatschappij om het product van zijn arbeid te kunnen verruilen op een gelijke basis met het product van den arbeid in andere bedrijven. Het spreekt vanzelf, dat wij al onze leden, die van plan zijn tijdens de AMATO Amsterdam te bezoeken, ten sterkste aanraden zulks te doen op 17 September en dan tevens bet Congres van onze Noord-Hollandsche afdeeling bij te wonen. En niet alleen onze leden raden we dat aan, maar ook hen, die bij onze beweging hooren, maar tot nu toe nog eenigszins afzijdig stonden. In volgende nummers volgen wellicht nog nadere bijzonderheden. Vervolg Officieele Mededeelingen. het verzamelen van handteekeuingen van personen, die voor inkrimping der margarine-productie zijn. E.mige ingekomen stukken, handelende over inden komenden winter te houden economische cursussen, werden ter behandeling ter zijde gelegd voor de algcmeene vergadering, welke werd bepaald op 28 Aug. a.s. in het hotel Slegeman te Ommen. Ernstige critiek werd uitgeoefeud op het ingezonden stuk van den heer H. D. Louwes in „Landbouw en Maatschappij ', naar aanleiding waarvan het hoofdbestuur van L. en M. voorstellen zullen worden gedaan. Van heinde en verre. De internationale tarweconferentie behandelde een voorstel om de wereldtarwe-oppervlakt© te verminderen. 1 Aug. ’34 zou volgens die conferentie de wereldtarwevoorraad bedragen hebben 1.140.000.000 schepel, zijnde 20.000.000 schepel meer dan op 1 Aug. 1933. De droogte en als gevolg daarvan de misoogst in verschillende graanlanden, zal leiden tot een zeer belangrijke vermindering van T overschot, doch de voorraden in Augustus ’35 zullen grooter zijn dan normaal, als men het gemiddelde van 625 millioen schepels van de jaren 1922 Uit Huis en Hof verdreven. Een greep uit het boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden.) 111. Sloters voelde bij zichzelf, dat hij zijn zoon geen hulp mocht weigeren, doch bij wist ook, dat hij het van eigen geld nooit zou kunnen, doen. Hij overdacht niet lang, hij wist, dat hij toch den een of anderen dag moest leenen, en wanneer hij nu inde smeekende oogen van zijn zoon keek, ja, dan moest hij hem helpen en geruststellen. Hij deed het hem ook, al liet hij zijn eigen bezorgdheid aan zijn jongen doorschemeren. Deze was echter door de toegestane hulp van zijn vader al zoo gelukkig gemaakt, dat hij van de innerlijke zorg van zijn vader niets merkte. Op den terugweg werd er ook niet verder over gesproken. Thuis gekomen vonden zs ds tafel gedekt voor het avondeten. Het was nog een verre reis voor de jongelui en dus moest er haast gemaakt worden. Na den maaltijd stapten zij dan ook terstond op, uitgeleide gedaan door hun ouders tot aan den weg. Ofschoon het ïiog warm was, was het toch niet zoo heet meer als om den middag, zoodat Sloters vond „dat men voor de aardigheid een eind zou gaan fietsen”. Vrouw Sloters ontkende dat ook niet, maar maakte zich een beetje bezorgd over haar schoondochter, dat die in zulk een korten tijd zooveel uren per fiets aflegde. Gezien de omstandigheden vond ze dat nergens goed voor. Na hartelijk afscheid genomen te hebben, stapten Ham en zijn vrouw op hun fietsen, nog lang nagestaard door de beide ouders. Sloters was de eerste die weer terug-liep, doch zijn vrouw was de eerste die hun zwijgen verbrak met de vraag: „Zeg eens man, wat voor boodschap had Ham aan jou?” Sloters schrok even, wat aan het scherpe oog van zijn vrouw niet ontging. Hij herstelde zich terstond, doch. was niettemin verrast, dat

1928 tot basis neemt. ♦ * ♦ Door den economischer! oorlog, die er heerscht tusschen Engeland en lerland, zijnd( bedrijfsuitkomsten van de lersche boeren zoc slecht geworden, dat zs niet in staat zijn hun landrente te betalen. Als gevolg daarvan werd hun vee in beslag genomen. Toen dit publiek verkocht zou worden, trachtten de boeren dii te beletten, doch de gewapende macht verscheen en nadat er verschillende doodien en gewonden waren gevallen, moesten de boerer hun verzet opgeven. * * * De finaneiëele toestand van de verschillende ontginningsmaatschappijen schijnt zoodanig te zijn, dat de minister van sociale zaken zich bezorgd afvraagt, of op den ingeslagen weg wel kan worden voortgegaan. Hij schijnt zelfs van plante zijn geen subsidie meer te verleenen voor nieuwe ontginningswerkzaamheden, omdat vni. door de malaise inden landbouw, bovengenoemde maatschappijen inden put zijn geraakt. Ofschoon menig onzer ’t wel niet eens zal zijn met de manier, waarop door die maatschappijen wordt gewerkt, zal ’t hun toch tot voldoening stemmen, dat een minister erkent, dat de prijzen der landbouwproducten zoo Jaag zijn, dat landbouw niet uit kan. Mocht de ministerraad er een gunstige verandering in brengen, dan zouden heel wat arbeiders weer bij den boer terecht kunnen. Echter, ’t moet gauw gebeuren, want anders heeft zich een groot deel van onzen boerenstand ingesteld op een bedrijfsvoering zonder arbeiders en waar moet dat op den duur heen? * * + In ons land schijnt te weinig graan te zijn, tenminste het Comité van Graanhandelaars schrijft ineen request aan den minister van Economische Zaken, dat de voorziening van Nederland met buitenlandscfae granen voor menschelijk gebruik en veevoeder wordt bedreigd, omdat op het oogenblik van de meeste graansoorten slechts onbeduidende voorraden in ons land aanwezig zijn. Onze binnenkomende oogst is met Februari geheel verbruikt, zoodat men dan geheel en al van het buitenland afhankelijk is en dan verbiedt de regeering nog om meer broodgraan te verbouwen. De onzekerheid inzake de monopoiie-rechten schijnt de handelaars huiverig te maken voor grooten opslag. Zouden we, bij het door ons gepropagandeerde stelsel, een dergelijke, ongezonde toestand gekregen hebben? Ik geloof van niet. De stedelijke bevolking kan er de les uittrekken, hoezeer ze van ’t platteland afhankelijk is. In Argentinië schijnt ’t ergste te zijn geleden. Niet alleen nam de uitvoer toe in gewicht, doch de prijzen werden ook hooger. Veeteeltproducten toch brachten in ’t eerste halfjaar van 1934 33.3 pot. meer op, dan in de eerste 6 maanden van 1933, terwijl bij landbouwproducten de stijging 15 pet. bedroeg, ofschoon de gewichtstoename maar 3.6 pet. was. Italië voerde inde afgeloopen campagne 8065 wagon vroege aardappelen uit, zijnde 900 wagon meer dan verleden jaar. De uitkomsten van de kleine bedrijven. In het weekblad van de N.C.B. zijn door het Boekhoudbureau eenige cijfers over de uitkomsten van kleine bedrijven inde provincie Noord-Brabant gepubliceerd. Deze gegevens wijzen uit, dat in Brabant een bedrijfje van I—s H.A. een bruto-winst van f 137.89 en een nettowinst van f61.99 per H.A. opbrengt, en een bedrijf van s—lo5—10 H.A. een brutowinst van f8261 en een netto-winst van f 17.15 per H.A. met inbegrip van de uil het bedrijf verbruikte producten voor hel huishouden. Vorige jaar brachten deze bedrijven resp. een verlies van f43.85 en f 47.14 per H.A. op. Het inkomen op de bedrijfjes van I—s H.A. was in het gunstigste geval f523.98 en in het ongunstigste f235.56, terwijl voor de bedrijven van s—lo H.A. deze cijfers resp. f656.75 en F 136.34 bedroegen. In Limburg liepen de bedrijfsuitkomzijn vrouw den jongen zoo goed doorzién had. „Boodschap? Wat boodschap? Hij heeft mij nergens van gesproken”. „Dacht je, dat ik dat niet aan hem zag? Daarvoor keek hij me veel te onrustig uit. En waarvoor kwamen ze met hun beiden op een namiddag zoo onverwachts van „de Veenen” zetten?” „Och kom, je hebt je weer wat verbeeld. Als jij je bij jezelf zooiets wijs maakt, meen je ook al dat het zoo is”. „Neen, neen, ik bedrieg me niet. Jij wilt mij nu om den tuin leiden. Maar ik blijf er bij; de jongen had wat. En jij hebt hem geholpen ook, dat zag ik aan hem, toen jullie uit het melkland kwamen. Zeker geldzorgen, is ’t niet?” „Nou ja, als je er toch zoo op staat, dat is het een beetje. Je hebt het goed aan hem gezien, maar mij was het niet opgevallen”. „Neen, natuurlijk niet. Jou valt niets op. Jij denkt altijd, dat er nooit geen zorgen behoeven te zijn bij de Sloters. Maar daar zijn het de tijden niet naar, man. Maar wat had Harm dan, als ik het weten mag?” „Och, jij houdt toch niet op. Ik zal het je vertellen. Harm heeft kunstmest gekocht bij zijn landbouwvereeniging. Je weet dat is altijd betalen a contant. Nu is hij bang, dat als het straks zoover is, hij geen voldoende geld zal hebben en vroeg hij mij of ik hem dan de rest kon leenen”. „Zoo. Nou, is dat niet erg genoeg? En jij hebt beloofd, dat de zaak wel in orde kwam, niet?” „Ja, wat moest ik anders? Kon ik dien jongen er alleen mee laten zweeten?” „Neen, dat wil ik ook niet zeggen ” Vrouw Sloters zweeg bezorgd, „Nou, wat wil je dan zeggen?” vroeg Sloters uit zijn humeur. „Och, niets. Jullie Sloters hebben don kop veel te hoog inden wind. Jullie zijn echte hoogdravers. Ik ben dat van huisvuil niet zoo gewend. Doch dat leenen en borgen, zooals jullie dat nu doen, stuit mij tegen de borst. Kon Harm, als hij geld tekort kwam, zijn

sten( in 1932—'33) over de bedrijven van s—lo5—10 H.A., waarvan ruim 3/4 bouwland was. Op deze bedrijven bedroeg de brutoopbrengst f323 per H.A.; de nclto-opbrengst zonder pacht f93. De voornaamste inkomstbron vormden de veeteeltproducten en wel f239 per H.A.; aan granen werd f53 per H.A. geïnd. De voornaamste uitgaafpost was eveneens het veevoer n.l. f73 per H.A. Het verrekend arbeidsloon bedroeg ruim f2O per H.A. * ♦ ♦ Inde R. K. Boeren- en Tuindcrstand gaf Ir. Verhey interessante cijfers en beschouwingen overeen aantal bedrijven in Gelderland. Zijn conclusie is, dat zoon bedrijfje van pl.m, 5 H.A. over 1932—’33 lot een netto inkomen van pl.m. f7OO komt met inbegrip van de huurwaarde van het huis (f130) en van wat uit eigen bedrijf genoten is (f 270). Trekt men deze er af, dan houdt men een inkomen van f320 over, terwijl dan voor meerderjarige meewerkende kinderen niets afgetrokken is. „Land en Vee '’, waaraan we het bovenstaande ontleenden, komt tot de volgende conclusie: Hoe wede cijfers ook wenden en keeren, er blijkt uit wat de practijk ook uitwijst aan hen, die deze bedrijfjes eens goed bezoeken dat de arbeid in dit slag van bedrijven zeer schraal beloond wordt en dat de bewerkers er van slechts bestaan kunnen, dank zij het harde werken van het geheele gezin en een uiterst sober voldoen aan ook maar even menschwaardige behoeften. Ook zonder veel cijfers lijkt ons dit wel duidelijk: als we die kleine bedrijven op zichzelf bekijken (afgezien dus van de schaarscher gebleven mogelijkheid tot bijverdienen), dan kunnen zij het alleen redden door den inzet van veel arbeid en aflevering van veredelde producten met name van de veeteelt (tuinbouw, fijne zaden e.d. schakelen we in dezen tijd uit). Deze bedrijven moeten dus de veeteeltrichting met name varkens en pluimvee kunnen blijven uitoefenen legen ordentelijk loonende prijzen. Een andere uitkomst zien wij niet. INGEZONDEN. De strijd om de twee systemen. Mijnheer de Redacteur, Het is mij niet duidelijk, waarom mijn partijgenoot, die zich een Drentsehe Vrijheidsbonder-Boerenbonder noemt, zijn stuk niet met zijn naam onderteekent. Het is een goede persgewoonte, dat persoonlijke aanvallen die hier zelfs het karakter van verdachtmaking naderen met den vollen naam moeten worden onderteekend. Wie dat niet wil of durft te doen, moet niet op een antwoord rekenen. Met de uitdrukking ..breed® weg” heb ik niet anders bedoeld aan „weg van den minsten weerstand”. Er zijn misschien ook andere gedachten aan te verbinden; ik had daarom beter gedaan, om alle misverstand te voorkomen, dit in het stuk zelf tot uiting te brengen. Er ligt dus voor mijn gevoel inden term „breede weg” wel critiek, maar louter zakeüjke critiek, die karakter en levensgedrag geheel onberoerd laat. Overigens heb ik voor mij de overtuiging ook na wat er over mijn artikel is geschreven en gezegd het wezenlijk belang van onzen boerenstand en van den Bond Landbouw en Maatschappij te hebben gediend; een ander oogmerk was en is mij vreemd. Westpolder, Ulrum, 21-8-’34. H. D. LOUWES., Aap, wat heb je mooie jongen ? Het eerste nummer van Landbouw en Maatschappij als weekblad bevat een artikel van den heer Louwes te Westpolder, waarin deze in ’t kort samengevat een aanval doet: Iste op ’t systeem van den heer Smid, dat we kunnen noemen het systeem der Boerenbonden ; . —B twenterpaard niet verkoopen?” „Vrouw, spreek me daar niet over. Dat paard moet de jongen houden. Daar kan hij nog plezier van beleven. Zoo’n edel dier, dat straks alle anderen de prijzen afwint! Straiks moet hij het beleeren en moet het voor de sulky. Dan zul je eens wat zien. Dat verkoopen? Hoe kom je er bij!” „En waar wil jij het geld weg krijgen als de jongen je er straks om vraagt?” „Vrouw, daar zal ik wel voor zorgen. Maak je maar niet voor den tijd benauwd. Sloters heeft nog wel crediet. En nou ga ik eerst nog eens naar de kalveren. En heb je de varkens al gevoerd?” „Je wilt er niet verder overpraten. Ga gerust je gang. De varkens heb ik al gevoerd toen jullie in het melktand waren”. * * * De maan straalde haar mat-zilveren Hebt neer op de aarde en ook over de hoeve van Sloters. Het dak van de woning ging nu heelemaal verscholen onder het bladerengewelf der hooge boomen, die donkere schaduwen wierpen over huis en schuren. Het was bladstil en geen leven liet zich hooren om de hoeve. Alleen het gesnurk van de varkens ineen hok buiten in het land was het eenigste geluid, dat men soms vernam. Ook de hond, die aan een ketting buiten zijn nachthok lag le slapen, scheen tot de levenloozen te beboeren. ’t Was een echte Landelijke stilte, waarin men alles slapende waant. Tóch was het verre van dat. Stil slopen de katten om het huis en geheimzinnig vlerkte een uil over den hof. In het water van de gracht hoorde men af en toe het geplons vaneen kikvorsch en inde boomen sjilpten plotseling zacht kleine vogeltjes met angstig vlieugeligefladder. Ben haan kraaide; verderop nog een. De landelijke stilte was vol leven en weinig was er dat sliep. Ook Sloters behoorde niet fot de slapenden, al lag hij in zijn legerstede. Zijn vrouw sliep al evenmin, al liet zij het hem niet blijken. Elk van hen had eigen zorgen, die hen uit den slaap hielden. De zorg voor de toekomst, die de vrouw wakker hield,

2de op den Landdag Ie Assen, waar z.i te veel criliek is geleverd en te weinig gewaardeerd en waar de heer De Leeuw z.i. aan spoorde tot lijdelijk verzet; 3de op de leiding van den voorzitter var cfen Drentschen Boerenbond; 4de op de heete geestesgesteldheid bij de Boerenbonden, waar te veel wordt gecritiseero en te weinig verheerlijkt. Me dunkt, dat is heel wat! Als we die punten eens natazen, rijst onwillekeurig de vraag: Is er nog iets goeds aan die Boerenbeweging? Toen de heer Louwes tot onze beweging toetrad als lid kwam bij velen de vraag naar voren: Zou dat misschien een krachtige strijder voor het platteland kunnen worden? Het antwoord vinden we in het aangehaal'de artikel van den heer L., waarin deze een standpunt inneemt, dat zóó zeer afwijkt van wat van den beginne af de richtlijn der Boerenbonden was, dat de vraag gerechtvaardigd is of weden heer L. als medestrijder of als tegenstander moeten beschouwen. Wat het systeem van den heer Smid betreft, het is nutteloos in Drenthe nu nog met bestrijding daarvan te komen. Het systeem wordt door Drenthe aanvaard en verdedigd. Daar kan geen artikel van den heer Louwes nog iets aan veranderen. In breede kringen in Drenthe wordt het in hooge mate betreurd, dat door leiders onzer technische organisaties te dien opzichte ideeën worden verdedigd, waarvan vrijwel niemand hier meer iets weten wil, De verdediging van het systeem van den heer Smid laat ik gaarne over aan mannen, die daarvoor bekwamer zijn dan ik. Wat den landdag te Assen betreft, kunnen wij ons hier in Wijster niet voorstellen, dat er nog iemand kan komen met een dergelijke critiek. Is er voor een critiak als daar geoefend is, dan niet alle reden? En berustte zij niet op beslist degelijke gronden? Wat die uitlating van den heer De Leeuw betreft, daar hebben wij uit Wijster en ik meen de heele tuin van Bellevue, hartelijk om gelachen. Niemand van ons heeft die uitdrukking opgevat als een aansporing tot lijdelijk verzet. Maar als je een hond wilt slaan, kun je natuurlijk altijd wei een stok vinden. Deze aantijging aan het adres van den heer De Leeuw kunnen wij niet au serieux nemen. En wat de leiding van den Boerenbond in Drenthe betreft, kan ik kort zijn; Als de heer L. met critiek op onzen voorzitter en secretaris komt, dan roepen wij hem toe: „Afblijven!!” Maar wanneer hij dan ook nog met critiek komt, die gespeend is van elke redelijkheid, dan durven wijden heer L. verzekeren, dat hij het laatste beetje vertrouwen, dat hij in Drenthe nog bezat, verspeeld heeft. En nu nog over de wijze van critiseeren: te veel afkeuren, te weinig het goede naar voren brengen. Daar maakt U óns een verwijt van! Kunnen wij het helpen, dat de regeering steeds maar doorgaat met het nemen van maatregelen, waaraan nu hoegenaamd niets goeds te vinden is? De regeering had zich van het nemen van dergeiijke maatregelen moeten onthouden. De critiek van den heer L. had niét ons moeten gelden, maar hén, die deze maatregelen uitvaardigden, of nog beter, hén, die de regeering van advies hebben gediend! Maar dan kaatst d>e t>ai daarheen, nietwaar, waarheen men hem liever niet ziet!! Het stel regeeringsmaatregelen, dat inde afgeloopen jaren genomen is, is vaneen zoodanigen aard, dat wanneer de mentaliteit van ons platteland geweest was, als die der stedeiijke bevolking, zij al lang die rommel kort en krachtig van zich af zou hebben geschud. Want naast hun praclische onbruikbaarheid zijn zij doortrokken van dezen noodlottigeu geest; hoe komen wij er zoo goedkoop mogelijk af!! Al de genomen maatregelen zijn absoluut onvoldoende om het platteland van den ondergang te redden. En als men in dezen toestand verandering brengen wil, dan is het een groots domheid om van de genomen maatregelen te gaan zingen: „Aap, wat heb je mooie jongen!” Neen, dan moet men de fouten gaan opsporen, de gebreken blootleggen! En blijkt dan, dat er in al die regelingen hoegenaamd geen goeds schuilt, dan richte zich de critiek, ook die van den heer Louwes —, tot hén die den boerenstand met dergelijk geregieraenteer hebben opgescheept, en hem niettemin inde armoede hebben laten zitt e nü Wanneer een drenkeling in het water op hel deed ook Sloters niet slapen, al zag hij het weer heel anders dan zij. Zijn vrouw, die altijd gevonden had, dat ze boven hun stand leefden, zag den tijd ras naderen, dat ze vast zouden raken met hun bezwaard bedrijf; vooral, nu in deze jaren met de afgetakelde prijzen voor hun producten, het bedrijf niet alleen geen winst meer opwierp, doch zelfs nog groote tekorten gaf. Waar die tekorten weer weggehaald moesten worden, nu het laatste overgespaarde geld al lang van ds bank verdwenen was, wist de vrouw niet. Of ze wist het ook wel, hoe haar man het trachtte op te lossen. Reeds was hij op hst pad van schulden maken en leeningsn sluiten, onder de door hem zoo gemakkelijk gedane belofte, alles binnenkort wel weer aan te zullen zuiveren. Zij voelde bij zich zelf, dat van dat aanzuiveren, als de tijden niet anders werden, nooit en nimmer wat zou kunnen komen. Ze stelde zich het ergste voor en dan werd het haar zoo angstig en zoo benauwd, dat het haar het ademen belette; het was dan alsof ze stikte; benauwd brak haar het zweet dan uit en toch... ze durfde niets laten merken aan hem, die daar wakker naast haar lag. Ze wist het, al had hij de o-ogen dicht, dat haar man evenmin sliep als zij, dat hij ook zijn zorgen wel had, doch hij vatte ze geheel and ars op. Zij wist het wel, dat hij niet zoo zeer aan de toekomst dacht; ze wist, dat hij bij den trots op zijn naam en zijn bezit, er niet aan dacht eenmaal eens ten onder te kunnen gaan, zooals er nu al zoovelen voorstonden, doch dat hij het als meer van tijd si ijken aard beschouwde. Zijn onrust kwam voort uit ergernis en gramschap, dat hij, hij, Sloters, de aanzienlijksle boer uit den omtrek, zat met een leegen buidel en bij bank en zakenman geld moest leenen en schulden maken. Dit maakte hem kregel en prikkelbaar en hij kon niet hebben, dat men hem daarover sprak of zelfs maar even er aan herinnerde. Zijn vrouw wist dit uit ondervinding en hield liever wijselijk haar mond. Soms trachtte ze nog wel eens overleg met hem te plegen, door voor te stellen wat van den veestapel al

punt is van te verdrinken, dan zal het zaak voor hem zijn, zoo hard mogeiifk te schreeuwen, wanneer hij zijn leven wil redden: dan is er tenminste kans, dat er hulp komt opdagen. Het platteland verkeert in denzelfden toestand als die drenkeling. Daarom moeten wij, wij van de Boerenbonden,- zoo hard mogelijlc op de groote trom slaan, opdat ook voor óns hulp komt opdagen!! Blijken de genomen maatregelen totaal onvoldoende, dan hebben da Boerenbonden tot plicht, niet om ons te matigen in onze critiek, niet om rustig alles te aanvaarden wat van de regeering komt!! Neen, zij moeten onder de plattelandsbevolking systematisch kweeken een geest van verzet tegen alles wat gericht is op hun ondergang! Zij moeten de landbouwers opvoeden tot een zelfbewuste, fiere bevolkingsgroep, die weigert langer de slaaf te zijn van de maatschappij. Met dit verzet te organisaeren en te leiden, hebben de Boerenbonden zeer verdienstelijk; werk geleverd. Het heeft waarschijnlijk voorkomen, dat velen van ons afzakten naar het communisme. De opzet om onze actie te smoren, zou dan ook tot direct gevolg hebban, dat het aantal) communisten ten plattelands onrustbarend toe zou nemen. Als ik het artikel van den heer Louwes nog eens overlees, dan vraag ik mij af, of het soms de bedoeling is, een domper op de boerenactie te zetten! Mocht dat het geval zijn, dan houde ieder, die zich) voor een dergelijk bedrijf zou leenen, rekening met 'net feit, dat er een boerenstand in opkomst is, die niet langer met zich laaf sollen!! Het artikel van den heer Louwes moet als hoogst nadeelig voor de boerenbeweging worden beschouwd en ik zou de redactie dan ook) in overweging willen geven, artikels vaneen dergelijke strekking niet meer in Landbouw en Maatschappij op te nemen. Wijster. C. deJ. De verhooging der heffing op de margarine. Eenige weken geleden is bij beschikking van den Minister van Econ. Zaken de crisisheffing op margarine van 24 cent op 30 cent gebracht. Deze verhooging heeft, zooals in het Off. Orgaan van 25 Juli uiteengezet werd, althans teit deele een wanverhouding opgeheven, welke er inden loop des tijds tusschen kostprijs en opbrengst van de margarine is ontstaan. De N. R. Crt. had blijkbaar liever een verlaging van den margarineprijs gezien. En nu dit niet is geschied, verschijnt er in haar avondblad van 9 Augustus jj. een hoofdartikel; „Theorie en Practijk”, waarin zij het doet voorkomen, alsof hier een groote onbillijkheid is begaan tegenover de margarineverbruikers, die voortaan „hun bijdrage aan het landbouwcrisisfonds met 6 ets per kg. ofwel in totaal met f3.000.000 per jaar zien verhoogd.” Deze voorstelling van zaken is onjuist. Van een grootere bijdrage is geen sprake. De raaraarineverbruiker blijft voor zijn waai- betalen, wat hij heef! betaald. Veranderd is alléén, dat de bedoelde f3.000.000 in het vervolg in het landbouwerisisfonds vloeien, in plaats van in de zakken der margarinefabrikanten. Nu kan men zeggen, dat, waar de boterprijs verlaagd is en die van de margarine niet, de prijsverhouding boter ; margarine ©enigszins in het voordeel van het boter-etend publiek is verschoven. Men dient hierbij echter wel te bedenken, dat, zoolang de crisiszuivelwet bestaat, de prijsverhouding boter-margarine steeds in het nadeel van de boter-verbruikers is geweest en dat er thans misschien weer lijdelijk een meer normale prijsverhouding is gekomen. (Off- Orgaan F N.Z.) Heer en medewerkers worden er op attent gemaakt, dat de copie ui ter lijk lederen Zaterdag dient te worden afgezonden. ■■■■-— te breken of van de paarden wat te verkoopen. Dan vloog hij op en schold en wist geen fatsoenlijk antwoord meer te geven en ging de deur uit. Dan bleef hij haar zoo’n dag uit den weg en sprak gaan woord meer. Eens had ze op een avond te bed haar zorg over hun toekomst aan hem uitgesproken. Ze was zoo benauw'd geweest, dat ze zich eindelijk! om steun en opwekking tot hem begeven had, doch hij had baar niet begrepen en was boos geworden. Toen zij tenslotte zich niet meer, had kunnen inhouden en haar tranen den vrijen loop moest geven, had hij haar geschotden, was ruw het bed uitgesprongen en was den geheelen nacht niet teniggekomen. i Daarom was ze zoo bang om haar gedachtes aan hem toe te vertrouwen en hij waste trotsch om zijn zorgen aan anderen, al waa het ook zijn eigen vrouw, mede te deelen* Schijnbaar sliepen ze voor elkaar en beideni waren ze klaar wakker. * * * De stilte van den landslijken nacht werd verbroken door het geruisch inde verte van een auto, die snel naderde en door gepuf en geronk de stilte verbrak. Als dooreen koker, schoot het licht der lantaarns over den we-gj met het ©verwelfde dak van gebladerte. Waan het ging bracht het onrust en vogels fladderden op van hun rustige plaats, eksters schoten schetterend de hoornen uit. Bij Sloters hoeve werd halt gehouden, waarop Castor. aan zijn ketting heftig begon te blaffen. Uit den wagen sprong een man, die uit het andere portier heel gedienstig een meisje hielp. Het was Annie, die niét zonder succes het concours scheen te hebben bezocht. Zij had den raad van Koos opgevolgd en een vrijer, .genomen”. Nog wel iemand met een auto, waarop ze wat trotsch was. Zij stonden naast den wagen en de hond blafte verwoed door. „Stil Castor, stil maar, ik ben het”, riep Annie tot het dier. (Wordt vervolgd).