Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kadar was neergedaald. - (?,>i ( ^ (&) Zelfs weet men te zeggen, dat op het tijdstip dier nederdaling zich een licht als dat van den bliksem vertoont, terwijl anderen beweren, dat deze openbaring zich door eene of andere eetwaar kenbaar maakt.

Op den 80 sten van Ramëlan, en wel na het gebedsuur Asar, dus wanneer de vastenmaand zoo goed als geëindigd is, maakt men zich gereed tot een sëdëkah, die den naam van poedoenan draagt. Wie in deze benaming het stamwoord doen of oedoen (het nederdalen) herkent, denkt van zelf aan de bovenbeschreven poenggahan, waarmee dit offermaal in verband staat. De geesten der voorouders toch, wien bij het intreden der maand vergund werd, de plaats der veroordeelden voor een wijl te verlaten, moeten thans op nieuw ter helle varen. Wanneer nu de desa- of kampoengbewoners zich met zonsondergang ten huize van hun' kaoem of loerah verzamelen, ieder zijn ambëng (rijst met toespijs op een schotel van gevlochten bamboe) medebrengende, om alzoo wederom een' vereenigden maaltijd te houden, (17) dan geschiedt dit met den wensch of de bedoeling, dat aan de ongelukkige» bij het opnieuw ondergaan hunner straf eenige verlichting moge geschonken worden.

Zoo althans moeten wij ons de eerste aanleiding tot deze sëdëkah verklaren. Want evenmin als de poenggahan is de poedoenan door Mohammed voorgeschreven. We staan dus ook hier wederom voor een Javaansch gebruik, dat door den inlander met zijne overige adat op ééne lijn wordt geplaatst. En hierbij mag men zich niet eenmaal voorstellen, dat de don gó (gebeden) der priesters bij de verschillende offermalen juist op de beteekenis of bedoeling van iedere sëdëkah in 't bijzonder zijn gericht.

(a) Naar de Javaansche uitspraak staat hier -katoeroenan ielatoelkadar. Red.

Sluiten