Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden, welke de geheele samenleving beheerscbt, doch waarmeê de werkelijkheid des levens wel eens in botsing kan geraken.

Ieder Javaan, die de uitdrukking, dadoeng-kapoentir hoort, verstaat haar onmiddellijk. Toch wordt zij noch in het Jav. Hand-Wdb., noch bijv. in de bekende Jav. Zamenspr. II. van winter (welke beide titels ons niet alleen boeken met een' kostelijken schat van woordverklaring, maar ook een' grooten rijkdom van ethnographische bijzonderheden voor den geest brengen) aangetroffen; en het was onze vriend p. jansz , die het eerst deze uitdrukking in zijn: //Supplement, enz." i. v.

opteekende; doch ook zelfs hij, wiens lexicographische kennis zoo uitgebreid is, kon er niet anders van zeggen, dan: »dadoeng-k a bo elë t of dadoengkapoentir: benaming van een zeker ongelukkig voorteeken of waarschuwende omstandigheid bij een besproken huwelijk." (Welk?)

Toch is de verklaring zoo moeielijk niet, of de bedoeling der uitdrukking zoo diepzinnig. Bezien wij eerst ieder woord op zich zelf, dan komen wij gemakkelijker tot de kennis der gedachte, die men door den term wil te kennen geven.

Jtadoeng noemt men een dik, veelal van bamboe gedraaid touw, dat men bijv. een' buffel of eene koe om den hals zal doen om het dier vast te leggen, te leiden, of voor eene kar te spannen. - Ook de hoofdrank van de sirih-plant noemt men dadoeug.

Kapoentir wil o. m. zeggen: //in elkander of ineen gedraaid of gekronkeld", z. a. bijv. met een touw of ketting het geval kan zijn. Daarom kan men het ook wel door ka boel ët vervangen, daar dit woord ongeveer dezelfde beteekenis heeft, namelijk: //om of in elkander

Sluiten