Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd van den eeneu kant op hoogen prijs gesteld, maar van de andere zijde zoude het eene groote belemmering voor de gemeente van Langowan zijn. Deze toch zoude, waar zij anderen feestelijk ontving, daardoor zelve van de feestviering uitgesloten zijn. Dit nu was niet gewenscht. Ik liet daaTorn overal zeggen, dat er bij de inwijding geene vrienden uit andere gemeenten gewacht konden worden; dat alleen de Pandita gasten zou ontvangen. De buitengemeenten zouden later eens eene uitnoodiging krijgen om het nieuwe kerkgebouw voltooid te zien. Sommige gemeenten hebben dit wel eenigszins kwalijk genomen; maar ik mocht niet anders handelen. Immers het gold Langowan's kerk. Langowan had haar gebouwd. 't Was alleszins billijk, dat ook Langowan gelegenheid verleend werd aan de plechtigheid der inwijding deel te nemen. Er mochten althans geen hinderpalen in den weg gelegd worden. En dit zou geschieden, wanneer andere gemeenten genoodigd werden. Bij de bekende gastvrijheid onzer Minahassers zouden de gemeenteleden van Langowan zich enkel aan het ontvangen van genoodigden wijden, en daardoor verhinderd zijn ter kerk te komen. Ik zelf daarentegen noodigde al mijne collega's uit. Velen hunner hadden mij bij herhaling gezegd: »bij de inwijding uwer kerk wenschen wij tegenwoordig te zijn." Op den dag der inwijding hield echter Broeder sChwarz alleen woord. Ds. wielandt te Menado was verhinderd wegens huiselijke omstandigheden. Was dit nu ook voor mij eene teleurstelling, toch kon het onze feestvreugd niet verstoren, 't Was toch een feest van de gemeente. En zij vierde feest. Daarvan getuigde de geheele negery. Voor ieder erf, langs alle straten van deze uitgestrekte plaats, wapperde de Hollandsche driekleur. Het kerkerf was met eerebogen omkranst.

Sluiten