Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na dit gemeenschappelijk gezang kwamen wij tot, de eigenlijke preek. Ik oordeelde, dat wij bovenal het tekstwoord: »Loof den Heer mijne ziel" op de lippen namen, waar wij ons het doel van dit bedehuis voor den geest brachten. En dit doel was:

I. God te leeren kennen als den eeuwige en den getrouwe, als den liefdevollen en barmhartigen Vader. II. Het geloof te versterken in dien God, en ons in alles aan Hem te leeren overgeven. III. Steeds kracht bij Hem te zoeken, door te vertrouwen op zijne eeuwige liefde. IV. Hem te leeren danken en te verheerlijken voor alles wat Hij ons schenkt, bovenal met daden van liefde en reinheid.

Ik zal mij wel wachten deze schets hier uit te werken, 't Zoude mii anders gemakkelijk zijn, daar ik voor deze bijzondere gelegenheid mijne geheele toespraak geschreven had. Alleen worde het slot onzer toespraak hier overgenomen. Het lnidde als volgt:

»Dus hopen wij, dat velen na dezen zullen getuigen: ,, «Loof den Heer mijne ziel"" voor den zegen, die in dit bedehuis in hunne halten werd uitgestort, terwijl zij hier vergaderden. Op deze wijze zal het werk Gods voortgang hebben in ons en rondom ons. Zoo zal het Godsrijk komen, steeds meerder eiken dag. Geef Heer, dat die liefde, welke dit bedehuis heeft gesticht, het mede onderhoude, tot sieraad dezer plaats. Maar geef boveDal, Heer! dat die liefde steeds rijkelijk in onze harten wone, en zoo langer zoo meer bevestigd worde. Geef, Heer! wanneer wij reeds lang tot stof zijn vergaan, wanneer ook dit uw huis reeds weder zij verdwenen, dat dan nog de zegen worde gesmaakt van het woord hier verkondigd tot grootmaking van Uwen driemaal heiligen Naam."

Na nog staande gezongen te hebben het 96 ste onzer

MED. N.Z.O. xxxi. 6

Sluiten