Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent de al of niet verboden graden van bloedverwantschap is de publieke opinie vrij wel bepaald. Allen, die elkander op de eene of andere wijze tot in den vierden graad in den bloede bestaan, mogen geen huwelijk met elkander aangaan. Alleen verschilt men hier in sommige gevallen in de opvatting. (1) Zoo kennen wij twee familiën, waarvan de man des eenen gezins een volle, eigen broeder van de vrouw des anderen is. Die man heeft een' zoon, die wenscht te trouwen met eene aangenomen dochter van zijne zuster. Maar die vader gaf daar maar zeer noode zijne toestemming toe, wijl die aangenomen dochter toch in ieder geval als eene eigen dochter zijner zuster in het publiek gold; zijn zoon en dat meisje waren dus, naar zijne meening, volle neef en nicht. Doch de man is overreed geworden, en zoo zal het huwelijk tot stand komen. Wij houden het er echter voor, dat de man deze reden aanvoert als een voorwendsel, daar er andere oorzaken zijn, die hem dit huwelijk voor zijnen zoon minder gewenscht maken. En men zal wel doen, als men in ieder geval eerst verneemt naar de oorzaken, waarom men vóór of tegen een huwelijk volgens de adat is, alvorens vast te stellen wat al of niet een geoorloofde of verboden graad van bloedverwantschap geacht wordt. Allerlei overwegingen of redenen doen die wel eens zéér licht of verbazend zwaar wegen; al heeft dit natuurlijk ook zijne grenzen.

Men zal ons herinneren wat als voorbereiding tot het huwelijk plaats heeft, en op enkele woorden en handelingen wijzen, als bijv.: maningsëtti, lamaran, toekon en sasrahan; o.a. ook door winter genoemd in zijne Jav. Zam. I. Dit alles gaat uit van de zijde des

(1) Zie ons opstel: da doe 11 g-k apoenti r. Meded. D. XXXI,p. 26, e.v.

8*

Sluiten