Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zich steeds meer getrokken voelen tot alles wat wel luidt en liefelijk is. Vergeten wij het niet, dat het Evangelie mede verlossing aanbrengt door opvoeding: een zich bedaard ontspinnend, gedurig gestremd proces, immers ook bij ons.

Maar wat geeft het? Zijn die christen Javanen nu werkelijk in doorslag zoo veel beter dan hunne mohammedaansche landgenooten ?

Ja, stellig: zij schuiven niet; zij spelen niet; zij houden niet van dat gedurig echtscheiden; zij kleeden zich beter; zij wonen beter; zij brengen hun goed niet naar den lommerd; zij geven geen moeite aan de politie; in het betalen der landrente zijn zij anderen voor; hun veestapel is van meer beduidenis; tegenover het Europeesch Bestuur zijn zij vertrouwelijker; zij betoonen zich gehecht aan de Earopeanen, die zij beter verstaan en begrijpen; het nationale immer en overal handhavende, apen zij Arabieren noch Blanda's (Europeanen) na en spreken hunne taal - dank zij de school - ongelijk veel zuiverder dan hunne Arabisch gezinde buren; hunne kinderen, hoewel van jongs aan onderwezen, trachten niet (zoo als de bezoekers der Gouvernements-inlandsche scholen) buiten hunnen stand te treden, maar worden in den regel weer landbouwers, enz. enz. Geen andere invloed, dan het Christendom, zou dit alles tot stand hebben kunnen brengen. De Heer trad hier scheppend op. Zijn geest bracht bezieling, nieuw leven. Alleen waar de liefde van Christus dringt, poogt men zielen te redden, medemenschen gelukkig te maken.

Van de 6 millioen zielen op Oost-Java zijn ± 5000, eu dat niet zonder vrucht, toegebracht: d.i. ongeveer één op de 1200.

Verder zijn we nog niet. Wat vermogen ook 5 man, één op de 2 millioen! onder zoo velen?

MED. N Z.G. XXXI. 12

Sluiten