Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volstrekt niet vreemd is, maar het typische van de Bongsópoetihan ontbreekt geheel. Het gezag der zedelijkheid is ook voor hen wel voor een deel in de mohammedaausche moraal te zoeken; maar voor verreweg het grooter deel in ongeformuleerde, als vanzelf uit het gemoed geboren, door de omgeving der desawereld gedragen en tot norma geworden begrippen van goed en kwaad. Van mohammedaansch-godsdienstige handelingen, als bijv. het gebed, is niets waar te nemen in het leven des gezins; de drang en dwang der samenleving leiden er toe, dat alle jongens besneden worden, dat velen vasten, en ieder bruidegom, zoo goed en zoo kwaad als het gaat, de formule uit het hoofd leert, die hij moet kennen, als hij in de soerambi een huwelijk wenscht te sluiten. Waar de gewoonte der desa dat meebrengt, zal een vader met zijn kroost op den l sten Sawal zijn pitrah aan zijnen kjaï-modin of goeroe brengen; en in de vastenmaand zal de jongen gaarne met zijne kameraadjes de ouderen van dagen volgen, om de »vijf malëmman's ten huize van het desahoofd" waartoe van te voren de kabajan der desa aan de ingezetenen de noodige bevelen heeft gegeven, bij te wonen, en er luide zijn: »inggih" aanheffen. (1) Z 66 toont men een islamiet te zijn; en de omgeving, met het desabestuur aan het hoofd, zou het iemand zeer kwalijk nemen, als hij zich daaraan wilde onttrekken. Iuamers zou daardoor de desa-gemeenschap verbroken worden! En hierdoor èn door de kracht der

(1) De 1ste Sawal is de dag, waarop de vasten van de maand Ramadhan ten einde is (de garëbëg-sawal). Dan brengt men den priester de pitrah, d.i. het geschenk, meestal in rijst en eenige centen voor ieder lid van het gezin bestaande; dan viert men de Malëmman's, offermaaltijden aan de verschillende huizen, die het karakter van gewijde maaltijden moeten dragen, wat vooraf herinnerd wordt, en waarop de aaowezigen hun //inggih", (ja!) ten teeken van instemming uitoefenen. (Zie o a. C. POENSEN: Brieven over den Islam uit de binnenlanden van Java. Leiden, E. J. Brill, 1886, p. 35, e. v., 51, e. y., 141, e. v., enz.). Red.

Sluiten