Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenig catechetisch of godsdienstig onderwijs wordt aan de leden dezer gezinnen nooit gegeven. Bij gelegenheid en als toevallig wordt het kind gezegd en voorgehouden wat geoorloofd of niet geoorloofd is; en daar het bewustzijn van goed en kwaad, het ethisch bewustzijn, niet diep is, bepalen de leeringen en vermaningen zich tot het uiterlijke, tot handelingen en daden, het beheerschen van hartstochten en neigingen. Doch het hooren van veel dat onzedelijk, of in het algemeen bepaald kwaad is, in de voordrachten des dalang's bij eene wajangvoorstelling; het bijwonen van partijen, als tandaq'an, najoeban, loedroegan (1) enz.; het hooren en zien van wat rondtrekkende personen als töpèngan, goernbëngan enz., der menigte voordragen, vernietigt weer veel van al het goede, dat men misschien in huis mocht gehoord hebben, waar men over het geheel toch al niet altijd even voorzichtig en kieskeurig is in het behandelen van sexueele onderwerpen in het bijzijn van kinderen, of al zijn zij ook in een ander, d. w. z. toch altijd het naaste vertrek, waarvan de wanden uit bamboe-vlechtwerk bestaan, zoo dat toch alles van woord tot woord verstaan kan worden. En hoe gaat het bij accouchementen in huis, of het slachten van vee op het erf toe? Inderdaad, het is in alle opzichten een gedurig opbouwen en weêr afbreken. Zij, die er van op de hoogte zijn, zullen hunne kinderen gaarne op de geschiedenis en de „ woorden der ouden" wijzen, zooals die al of niet in boeken voorkomen, door overlevering en oververtellen in den mond des volks leven, of door

(l) Hierbij heeft men te denken aan partijen, waarop danseressen of gehuwde dansmeiden of wel potsemakers (loedroeg) de toeschouwers vermaken, bij de töpèngan aan eene soort van tooneelvertooningen door gemaskerde personen, bij de goernbëngan aan uitvoeringen door muzikanten, die de Soembëng bespelen, een instrument dat een overgang vormt tot de blaasinstrumenten en beschreven is door POENSEN in dit tijdschrift (Deel XVI blz. 101). Red.

Sluiten