Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen gewonnen is, laat hij los, en steeds tracht hij er meer bij te winnen, al werd in het afgeloopen jaar ook slechts één volwassene als nieuweling gedoopt.

Ik bezocht de gemeente in het afgeloopen jaar drie malen. Kjai Joesoep, van wien mijn zoon in het jongste Jaarverslag verhaalde, (1) is sedert overleden. Zijne vrouw, dochter en kleinkinderen zijn naar Sëgaran verhuisd; zoodat te Kali-poetih thans nog slechts één jong paar en eene weduwe met eenige kinderen overblijven.

Aan het hoofd der school te Segaran staat Ananias, zoon van Semsom, te Módjö-warnö opgeleid. In 1885 werd mij door Semsom, het onderdistrictshoofd en dooreen Europeesch ondernemer, in de nabijheid wonende, om een' onderwijzer voor de Javaansche jeugd gevraagd. Men meende, dat in zijn onderhoud voorzien zou kunnen worden door de schoolgelden, te heffen van de kinderen der desahoofden en Javaansche opzieners, die de school bezoeken zouden, daar de overige bevolking, waaronder ook de christenen, onvermogend zijn, om eenig schoolgeld te betalen. Zoo werd Ananias in 1885 aangesteld. Aanvankelijk ging alles goed, en bedroegen de inkomsten tot ƒ 11 en meer per maand, voldoende voor het tractement van den onderwijzer en om nog enkele schöolmiddelen van geriugen prijs te kunnen aanschaffen. Dan tot mijn spijt werd het onderdistrictshoofd (met bevordering) verplaatst, en bleek weldra zijn opvolger wel rijk aan schoone woorden, maar arm aan daden, en wel niet alléén ten opzichte der school, maar ook ten aanzien zijner verplichtingen aan het Gouvernement, zoo zelfs dat hij onlangs ontslagen werd. De school ging hierdoor, vooral in inkomsten, steeds achteruit. Om deze reden wilde ik Ananias

(1) »Mededeelingen" D. XXX blz. 214.

MED. N.z.o. XXXI. 18

Sluiten