Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»0p laatstgenoemden dag werd het laatste door het districts-hoofd bijgewoond, dat zich zeer tevreden betoonde. Mijns inziens had het onderwijs echter onder den kerkbouw en de reparatie, die de school had moeten ondergaan, wel wat geleden.

»Den eersten dag waren er van de 60 leerlingen 31 jongens en 2 meisjes aanwezig. Schoolbevolking en opkomst zijn zeer afwisselend. De christenkinderen, slechts 10 in getal, (8 jongens en 2 meisjes) maken de getrouw opkomende en blijvende bevolking uit. In Juli waren

8 van dezen de eenig opgekomen leerlingen. De anderen leeren zooveel het hun gelegen komt, en verlaten de school, als zij naar hun inzien genoeg kunnen lezen en schrijven, om soms eens een opzienersbaantje op eene der vele in deze streek gelegen suikerfabrieken machtig te kunnen worden, of ook wel vóór dien tijd, als het hun niet spoedig genoeg naar den zin gaat, om zich dit onderwijs eigen te maken.

»Ik beval Pak Mastökö en Akimas ten sterkste aan, steeds de methode, te Módjö-warno in zwang, te blijven volgen, zoodat niet lezen en schrijven, maar opening van verstand en hart en, zooveel het mogelijk is, vorming van den wil het doel blijft.

»Ook onderzocht ik de catechisatie. Al de catechisanten, 9 in getal, waren tegenwoordig, met nog ééne, die reeds belijdenis deed, doch, even als dat te Mödjö-warnö de gewoonte is, de catechisatie nog blijft bijwonen. Vier antwoordden zeer goed, één tamelijk, van twee was het niet bijzonder, en twee, die al te vaak verzuimden, wisten nog niets.

»De geschiedenis van den Heer, van zijne geboorte tot aan zijn' twaalfjarigen leeftijd, en van de schepping tot aan Jozef werd met gemak doorloopen."

Sluiten