Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch o, wee! schoon hij toestemming tot dit werk had van den loerah en het onder-districtshoofd en den Chinees, in wiens landgoed de desa gelegen is, zoo werd Wagiman toch tot driemalen opgeroepen bij het districtshoofd; aangezien hij niet voorzien was van de bijzondere toelating, bedoeld bij artikel 128 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlaudsch-Indië.

Wee onzer! als geen christen een woord spreken, de eene Javaan den anderen of eenig kind niet onderwijzen mag, waartegen tot biertoe, zoo ver mij bekend is, voor de inlandsche bevolking op Java nog geen wetten gemaakt of waarvoor nog geen bepalingen vastgesteld zijn, alvorens zij daartoe bij behoorlijk rekwest op zegel toelating gevraagd, en die toelating weder op zegel, elk van f 1,50 bekomen hebben! Om welke reden toch, enkel de Inlandsche christenen aan zulk een' moeielijken en kostbaren band gelegd, terwijl mohammedaansche leeraars zich allerwege vrij bewegen mogen? Bedenke men daarbij ook, dat de inlandsche christenen onder mohammedaansche inlandsche hoofden staan, dien de overgang tot het Christendom van wege het Regeerings-reglement toch al onmogelijk gemaakt is.

Wagiman schreef ten slotte aan mij. Ik wendde mij tot den Resident, en op mijn betoog, dat Wagiman niets anders deed, dan wat door zoovele andere Javanen ook geschiedt, zonder dat aan eenige bijzondere toelating als boven bedoeld gedacht wordt, zoo zij slechts geen christenen zijn, nam Z.iï.EdelGestr. genoegen met de zaak en zou den Wedönö dienovereenkomstig doen inlichten.

Geven wij thans weder het woord aan Soeléman.

»De schoolkinderen te bezoeken en tevens de ouders indachtig te maken, was het doel van mijne reis. Wel vernam ik, dat er zijn, die christenen willen

Sluiten