Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooten in den omtrek voor het Christendom te winnen. Ook hebben zich hier een paar gezinnen van onze christenen in Pönörögö gevestigd. Gelijk wij reeds meermalen opmerkten, moest het er toe komen, dat eenigen zich elders gingen vestigen, daar het aantal personen langzamerhand toeneemt, en de middelen van bestaan dezelfde blijven, aangezien uitbreiding van grond voor sawahbouw vooreerst niet te verwachten is. Nu het voorbeeld eenmaal gegeven is, kan het wel zijn, dat meerderen zullen volgen. En in de gegeven omstandigheden kan ons dit. niet anders dan aangenaam zijn. Woonde er in Madioen zelf een zendeling, dan zou die wel middelen en wegen kunnen vinden om daar die verspreiding te leiden; doch. zoolang dit niet het geval is, schiet ons niet veel anders te doen over.

Omtrent de overige gemeenten valt niets bijzonders te berichten. Zij ontwikkelen zich langzaam, maar onafgebroken, hier meer daar minder, vaak naar de plaatselijke omstandigheden daartoe meewerken. Zoo bijv. met Sambirötó, ontstaan in den loop van 1874. Op uit. van dat jaar bedroeg het zielental 55. Sedert bedroeg het op uit. der volgende jaren: 122, 140, 155, 165, 177, 207, 188, 194, 208 en nu 221. Het jaar 1888 gaf een slecht oogstjaar, vele zieken, van welken verscheidenen overleden, en een paar huwelijken, die verhuizing tengevolge hadden, waardoor het getal van 207 op uit. 1882 terugliep tot 188 zielen, dat zich echter langzamerhand weer herstelde. Wönö-hasri ontwikkelde zich niet zoo gunstig, doch heeft ook als nederzetting zijne grens bereikt; en van de mohammedaansche mede-ingezetenen gaan slechts weinigen tot het Christendom over, een verschijnsel, dat zich bijna overal voordoet, en ook schijnt te geiden voor de omliggende desa's in de on-

Sluiten