Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zendingschool den bodem helpt bereiden, waarin de belijdenis van Christus en het Evangelie ontkiemen en wortelen kan.

Wanneer ik nu dit laatste op mijne school toepas, dan noem ik dit wel gaarne, dat daar de toeleg bestaat, om aan het onderwijs eene zedelijk-godsdienstige strekking te geven. Waaruit dan volgt, dat van mijn' kant onder het aanbrengen van de begeerde kennis, ook de gelegenheid wordt ten nutte gemaakt om met de kinderen te spreken over God en Zijne werken, en hen met afmaning van de zonde tot de betrachting van Zijnen heiligen wil op te wekken, 't Valt zeker niet aangenaam, daarbij steeds te moeten bedenken, dat ook hier denaam Ngisö (Jezus) zoo licht een aanstoot wordt; dat de leerlingen daar tegen door hunne ouders soms werden gewaarschuwd (1) en dat zij zelf ook wel weten, dat deze niet de N a b i (profeet) of Panoetan (leidsman, voorbeeld) der Javanen is. Moet dit evenwel leiden tot omzichtigheid, om niet de grenzen te overschrijden, die door het doel zelf zijn aangewezen, het mag ons ook vindingrijk maken, om binnen die grenzen al het goede zaad uit te strooien, dat hier in verstand en hart kan worden opgenomen, en onder hoogeren zegen kan rijpen voor het Koningrijk Gods. Aanleiding hiertoe geven: leeslessen, mondelinge verhalen (soms aan onze Bijbelsche geschiedenis ontleend), spreuken, korte opstellen en wat dies meer zij; en aan het einde van den schooltijd nu en dan ook een godsdienstig gezang. Voorts spreekt wel van zelf, dat de inrichting der school met de orde en tucht, die daar

(1) Sommige kinderen worden mij aanbevolen met uitdrukkelijk verzoek, hen vooral geen christen te maken, of, zooals dit wel genoemd wordt, hun geen sërani-water te drinken te geven, (isampoen sampéjan ombènrti tojó sèrani.")

Sluiten