Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verwacht had, kou ik hem bij deze ontmoeting bezorgen, namelijk ongeveer ƒ 60, aan contanten, die ik onder de Javaansche christenen te Samarang en eenigen onzer goede vrienden aldaar voor hem had ingezameld. Dat was nu waarlijk een pleister op de wond. Blijkbaar was Trësnö met deze hulp zeer ingenomen. En gaarne zou ik gezien hebben, dat hij zijne dankbetuiging deswege in schrift had gesteld, ten einde mij gelegenheid te geven, daarvan aan de gemeente alhier voorlezing te doen. Men begon dan ook al onder de gasten hem te dicteeren, wat hij zoo al schrijven moest, 't Zij Trësnö echter vreesde, dat hem dit wat moeielijk zou afgaan; 't zij om andere reden, hij wilde mij maar liever eene mondelinge boodschap nieêgeven. En zoo zou ik dan aan de broeders te Samarang zijn' buitengewonen dank overbrengen, hun zeggen, dat hij deze hulp beschouwde als eene vertroosting, van Godswege hem toegezonden, en hun verzekeren, dat wanneer iemand van hen een ongeluk mocht treffen, ook hij naar zijn vermogen zou bijstaan. - »En waaraan denkt u nu dit geld te besteden, oewaq?" (I ) hernam na eene kleine pauze een der jongeren. - „Ik zal er sawahs (rijstvelden) voor huren. Als daarop dan zegen van God is, kan die som wat grooter worden." (Gelukkig had Trësnö zijne karbouwen uit den brand kunnen redden). Wat ik ten slotte nog wenschte te weten, was, wat men te Kajoe-apoe zelf had bijgedragen tot leniging van den nood ? Dat men ook daar met geld zou tegemoet gekomen zijn, kon ik wel niet verwachten. Dergelijke hulp ligt onder de Javanen, vooral in de désa, niet zoo voor de hand, Maar het was mij zeer aangenaam, te hooren, dat de christenen, behalve eenig

(l) i,Oewaq" oom of taute, oudere broeder of zuster van vader of moeder, ook door anderen dan bloedverwanten jegens oudere personen gebezigd.

Sluiten