Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overzicht over onze Indiën gegeven zal worden, dat oneindig beter aan het doel beantwoordt, dau het uit den aard der zaak beknopt verslag, waartoe ik mij voor de 90ste jaarvergadering van ons Nederlandsche Zendelinggenootschap zette.

Laat mij er bijvoegen, waarom ik toch zoo een overzicht wenschelijk, noodig, gezegend reken, en mij voor deze samenkomst er toe zette. Ik doe niets af aan de belangstelling, die onze Directeuren en leden van het Genootschap vervult. Ik vertrouw, dat zij onze Maandberichten lezen; dat zij op het tijdschrift: »Mededeelingen" hebben ingeteekend. Maar al zijn wij niet den toestand van onze zendingposten vertrouwd, in het algemeen acht ik, dat wij van den niet ongezegenden arbeid der andere vereenigingen te weinig kennis nemen. Dat is niet recht. Al spreekt zich in onze deelneming aan een bepaald Genootschap een beginsel uit, dat wij hoog wenschen te houden, in den arbeid zelf en in den door God daarin gelegden zegen moeten zich (al blijft het nu nog een wensch) al deze verschillen als in eene hoogere eenheid samenvoegen. Het is ons om Christus en Christendom te doen. Hier betamen geen afgunstigheden, geene uit eene onedele gedachte voortkomende vergelijkingen. Het is op de goud- en diamantvelden wel gebeurd, dat een pasbeginnende, een onbekwame graver, te arm om groote en zeer samengestelde werktuigen te koopen, »eene gelukkige hand" had, zooals men dat daar noemt. En onze ijver en trouw kan er slechts bij winnen, als wij ons in den arbeid en de arbeidsvrucht van anderen, van heeler harte gaan verheugen. Daarom trok mij aau, een overzicht van gansch den zendingarbeid in onze Oost-Indiën.

Beginnen wij met het oudste, het Nederlandsche

Sluiten