Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den zendeling h. c. kruijt , en de drukkerij, te Tanawangko, onder Br. de lange , die met haar nieuwe pers in de veelvuldige behoeften van dit christenland voorziet. Ik treed niet in een verslag of geschiedenis van dezen arbeid, trouwens onder ons genoeg bekend, en bovendien in het Jaarverslag van '87 voldoende vermeld; al verwijs ik ook gaarne naar Maandbericht '87 No. 4, waar onder den titel: „bezoek van een Engelsch natuurkundige aan de Minahassa", een paar bladzijden vertaald zijn van het prachtwerk met platen en kaarten, (in '86 bij murray te London uitgegeven), voor een goed deel gewijd aan eene reis door den Indischen Archipel, nu niet voor zending of volkenkunde, maar voor dier- en vogelstudiën. Deze Mr. f. h. h. guillemard , met een eigen stoomschip reizende, komt te Tomohon, beziet de Minahassasche dorpen, bezoekt, de groote kerk te Tondano, de Meisjesschool en ... is verrukt, maar ook beschaamd, dat . . . Engeland op niets dergelijks kan wijzen!! Eu het Nederlandsche zendelinggenootschap zou in de Minahassa (NB.) „geen eigen terrein" hebben! Een volk van 120,000 is Protestant geworden. De Roomsche Kerk weet er - gij kunt nagaan, hoe! - 3000 in weinige jaren te doopen, in weerwil, dat de in Indië vigeerende bepalingen zulke scheurmakerij verbieden. Maar Rome spot met alle regeeringsbepalingen, en nu de toeleg gelukt is, wordt in een openbaar verslag gezegd, dat het Genootschap daar »geen eigen terrein" had. Is dat misschien door Roomschen of voor Roomschen geschreven?

Maar er is een andere reden, M. HH. waarom ik dit deel van ons groote zendinggebied tot het laatst bewaarde, en waarom op den beschrijvingsbrief het onderwerp is aangegeven met de toevoeging: //in verband met het hulppredikerschap." Men heeft namelijk in binnen- en buitenland

Sluiten