Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdeeling van Borneo, zoomede aan 4 voor de afdeeling Masarete op Boeroe (residentie Amboina). In verband met de in een deel der genoemde afdeeling Dajaklanden geheerscht hebbende woelingen werd aan den aldaar toegelaten inlandschen hulpzendeling de verplichting opgelegd om, alvorens zich naar de onderdistricten Midden-Kapoeas en Midden-Kahaijan te begeven, zich steeds van eene vergunning van het hoofd van gewestelijk bestuur te voorzien.

Nader werd uitgemaakt (Indisch besluit dd. 26 September 1887 ii°. 2), dat de besproken toelating niet vereischt wordt voor in dienst van de zending zijnde personen, die uitsluitend schoolonderwijs geven, ook al is daar onder godsdienst-onderwijs begrepen, noch ook voor hen die als leden der gemeente, bij ontstentenis van een geestelijke bjj godsdienstoefeningen voorgaan. Overigens werd nog eene bedenking opgeheven door het straks reeds aangehaalde besluit dd. 14 Augustus 1887 n°. 1, waarbij bepaald is, dat de inlandsche hoofden niet behooren te worden gehoord omtrent de toelating der helpers van een' zendeling, wanneer de toelating niet verder strekt dan tot het ressort van den zendeling. Verder zijn nog, ingevolge Indisch besluit dd. 13 Juli 1888 n°. 16. voor zooveel noodig, maatregelen in overweging om te voorkomen, dat de inlandsche hoofden, door verkeerde toepassing van het voorschrift dat inlandsche helpers van zendelingen eene bijzondere toelating behoeven, het zendingwerk belemmeren of de inlandsche Christenen lastig vallen.

b. Roomsch-Katholieke eerediens t.

Terwijl 2 in Nederlandsch-Indië werkzame RoomschKatholieke geestelijken in 1887 overleden, werden in den loop van dat jaar twee nieuwe uitgezonden, zoodat in het aantal voor den dienst van het vicariaat aanwezige geestelijken, op uit. December 1886, 36 bedragende, geen verandering kwam. Uit den volgenden staat bljjkt in welke ressorten deze 36 geestelijken geplaatst waren.