Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijverige catechisanten overwinnen dat bezwaar. Belangstellende gemeenteleden, ijverig in 't hooren, en naarstig in 't lezen, verstaan ons zeer goed. Maar de jeugd en de jongelingschap, die zonder schoolonderwijs of met slechts gebrekkig schoolonderricht opgroeide, zij verstaan ons niet. Dit is even zoo waar bij het godsdienstonderwijs als bij de godsdienstoefeningen. Eene groote tegemoetkoming in deze is ongetwijfeld, dat onze inlandsche leeraars en voorgangers, catechisanten en gemeenten in hunne eigene taal kunnen toespreken. En daar zijn catechisaties of onderwijsuren, waar uitsluitend de volkstaal voermiddel is, terwijl soms ook, hier en daar, bij de godsdienstoefeningen, althans voor een deel, het Alifoersch gebruikt wordt. Toch mag ook ten opzichte van de taal van tegenstand gewaagd worden. Immers, jeugdige inlaudsche leeraars en onderwijzers, drukken zich bij 't geven van onderwijs in de gemeente gemakkelijker uit in het Maleisch dan in 't Alifoersch, al spreken zij in het dagelijksch leven als van zelf, bijna uitsluitend het laatste, 'i Is te verklaren, want zij hebben alles door den Maleischen trechter ontvangen. Zeker is het. dat ook wegens de taal het catechetisch onderwijs voor een deel niet is wat wij moeten wenschen.

Zullen we nu nog zeggen, dat menigeen, die als catecheet optreedt, vaak zelf niet bijzonder onderwezen is? Het bovengezegde aangaande opleiding en geschiktheid van een deel van ons medewerkend personeel, doet bevroeden, dat ook het godsdienstonderwijs niet altijd en overal wezen kan wat het zijn moet. Men begrijpt dat wel eens gegeven wordt al wat men zelf heeft. Daarom ook moeten wij billijk zijn bij het onderzoek naar de kennis van aanstaande lidmaten.

Ten slotte, het catechetisch onderwijs, is, in weerwil