Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men ook meer godsdienstige belangstelling zich openbaren bij grootere vatbaarheid voor goede leiding. Daar wordt de rustdag minder beschouwd als een dag, zeer geschikt tot een' gang naar den passar ter hoofdplaats, of tot het verrichten van deze of gene werkzaamheid, waarvoor men ook door de week wel den tijd zou kunnen vinden. Daar is het eene gewoonte, neen, eene behoefte geworden met de gemeente in het bedehuis te vergaderen, of hare bijeenkomsten van godsdienstigen aard elders in de woonhuizen, bij te wonen. Het is echter minder opwekkend, dat gemeenten, van welke dit kan gezegd worden, hier weinig talrijk zijn, en dat die, waarin het bezigen van den rustdag tot een marktdag of dag van uitgaan, tot vermaak, tot eene diep ingewortelde gewoonte is geworden. Dat onderwijs, vermaning en opwekking wel iets vermogen tot het bestrijden van dit kwaad, kan niet ontkend worden. Maar veel meer zou dit het geval kunnen zijn, wanneer deze gesteund werden door den zedelijken invloed van het voorbeeld der meer ontwikkelden, en vooral van gezaghebbenden. Zulk een steun echter ontbreekt hier of is zeer zwak. Alles moet van het doorwerken van den christelijken geest verwacht worden. Maar deze kan niet werken, waar men buiten zijn bereik blijft. Voor zoover dit niet het geval is, wordt de vrucht van zijne werking bespeurd. Langzaam maar zeker gaat hij daar door, ware verlichting, orde, vrede, reinheid en liefde te weeg brengende."

Het aangehaalde teekent een deel der bevolking, en doet zien, hoe wereldzin, gebrek aan of geheel afwezig zijn van godsdienstig gevoel, het christelijk leven in 't algemeen, en de waardeering van de openbare godsdienstoefeningen, en daarmede de viering