Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de Dominicaner en Franciscaner zendelingen en die der Jezuiten ontstond. Ook in China strekte de naijver der beide eerste monnikenorden om het Christendom aldaar te ondermijuen, en het is bekend, dat de strijd ook in Europa vinnig was.

Eene breve van Paus Gregorius XIII, in 1585 uitgevaardigd, had, op straffe van excommunicatie, aan een ieder verboden in Japan als priester op te treden, en alleen de Jezuiten daartoe gerechtigd. De Paus had te recht begrepen, dat de verschillende geestelijke orden elkander in dat afgelegen land nog veel minder, dan in Europa, met vrede zouden laten. Deze breve hinderde niet alleen de Dominicanen en Franciscanen, maar ook de Spaansche kooplieden, die daardoor het nmnopolie der Portugeezen in Japan als van zelf gehandhaafd zagen. Deze allen nu spanden samen om in woord en geschrifte allerlei beschuldigingen tegen de Jezuiten in te brengen. Door den Gouverneur van Manilla werden vier Franciscaner geestelijken naar den keizer van Japan afgevaardigd, ten einde met hem zekere onderhandelingen voort te zetten, en deze geestelijken wisten zich zoo zeer in 's keizers gunst in te dringen, dat zij van hem verlof ontvingen, een huis te Miaco te koopen of te bonwen, waaraan zij spoedig eene kerk verbonden, terwijl anderen van hunne orde kort daarna een klooster stichtten te Osaco. Twee van dezen gingen naar Nangasaki en uamen bezit van eene kerk in de nabijheid, die sedert de vervolgingen ongebruikt was gebleven, en hier, gelijk weldra op vele andere plaatsen, begonnen zij met veel vertoon godsdienstoefeningen te houden, tot t;rooten schrik van de Jezuiten, die meer in stilte hunnen weg wilden gaan. Juist dit mishaagde den Franciscaners, die daarin niet anders dan vrees zagen, en meenden, dat men voor zijne belijdenis openlijk moest uitkomen.